Showing 25–36 of 38 results

Lampe-Videoworks

Vordering en vernietiging van aandeelhoudersbesluit tot ontslag van een mede-aandeelhouder/directeur in een 'besloten' bv.

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 31 mei 1996, NJ 1996, 694, m.nt. Maeijer (Lampe/Videoworks) Geschil waarbij een directeur en aandeelhouder van een BV ontslagen wordt na een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders en herstel van zijn positie als directeur wenst. De Hoge Raad oordeelt dat zijn vordering niet gespecificeerd genoeg is waardoor er niet voldaan is aan het vereiste van `redelijk belang´ bij het instellen van een vordering tot vernietiging van een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
April 1997
AA19970220

Lekker flexen!

R. de Bock

In deze column schrijft Ruth de Bock over de voordelen die flexwerken kan hebben, maar ook over de minder prettige kanten.

Opinie | Column
September 2020
AA20200791

Loonmatiging revisited?

J. Riphagen

Hoge Raad 1 juni 1990, NJ 1990, 715 (Kasteleijn/Penrod) In 1979 heeft de Raad beslist dat een redelijke wetstoepassing meebrengt de in het vijfde lid van artikel 1639r BW opgenomen matigingsbevoegdheid van analoge toepassing te achten op de op artikel 1638d gebaseerde vordering tot doorbetaling van loon bij (o.a.) nietig ontslag. Ook gelet op de nadien opgetreden rechtsontwikkeling ziet de Raad geen aanleiding om dit standpunt niet langer te handhaven. Wel treft het cassatiemiddel in zoverre doel, dat deze matigingsbevoegdheid ertoe strekt om een onaanvaardbaar resultaat te vermijden. In het licht van dit uitgangspunt dient dan ook de vraag of matiging in een concreet geval op haar plaats is, te worden beantwoord. Daarbij dient de rechter, die over de matiging oordeelt, een mate van terughoudendheid te betrachten welke met deze strekking overeenkomt.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Maart 1991
AA19910244

Ongelijke onderhandelingspositie en het arbeidsrecht

A. Vandenberghe

Onderstaand artikel behandeld de zogenaamde ongelijke verdeling tussen de werknemer en werkgever op het moment dat er een arbeidsovereenkomst wordt gesloten.

Opinie | Opiniërend artikel
Juni 2004
AA20040412

Ontslag van de alcoholverslaafde werknemer: mag dat of niet?

E.J.A. Franssen

Eén op de vier managers betrapt zijn werknemers op ongeoorloofd alcoholgebruik tijdens het werk. Er kan sprake zijn van een alcoholprobleem, waarbij werknemers zich zelfs kunnen misdragen. Kan een verslaving als een ziekte worden aangemerkt en geldt derhalve het ontslagverbod? Wat is de reikwijdte van de zorgplicht van de werkgever ten aanzien van de verslaafde werknemer? Deze en andere vragen worden hieronder beantwoord aan de hand van de jurisprudentie en literatuur.

Verdieping | Studentartikel
Februari 2008
AA20080122

Openbaarheid van ondernemingsraad

H.S.M. Kruijer

Procedure van werknemer tegen ondernemingsraad, vanwege door raad met de directie overeengekomen wijziging van zijn arbeidsovereenkomst en niet-publiceren door de raad van de verslagen van de vergaderingen.

Opinie | Opiniërend artikel
Februari 1994
AA19940087

Opzeggen en aanzeggen, reëel en fictief: de CRvB over artikel 16 lid 3 WW

J. Riphagen

Centrale Raad van Beroep (CRvB) 28 maart 2001, RSV 2001, 122; JAR 2001/67 De WW-uitkering van betrokkene, wiens arbeidsovereenkomst per 1 april 1999 wan geëindigd, werd door het Lisv tot 1 september opgeschort met toepassing van art. 16 lid 3 WW. Naar het oordeel van de CRvB dient echter de verlengde opzegtermijn voor oudere werknemers, zoals deze voor 1 januari 1999 gold, niet te worden betrokken bij de toepassing van dit artikelonderdeel. Wel valt onder de `rechtens geldende termijn´ (van opzegging) ook de aanzegtermijn van art. 7:672 lid 1 BW.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
December 2001
AA20011004

Over bommeldingen, knokpartijen en diefstal van een paar sokken in het ontslagrecht

S.F. Sagel, A.M. Ubink

Vergeleken wordt in hoeverre het plegen van een delict in het civiele-en het ambtenarenrecht een geldige reden voor ontslag oplevert. Bezien wordt welke factoren bij de beoordeling van een ontslag om die reden meespelen. Aan de hand van twee ambtelijke ontslaggronden zal uiteen worden gezet dat de amb¬tenarenrechter onder invloed van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur altijd een nauwkeurige afweging van al die factoren vereist. De civiele jurisprudentie is niet zo eenduidig. Schrijvers onderscheiden met betrekking tot het ontslag op staande voet een 'harde' en een meer 'menselijke' lijn. Ook wordt ingegaan op de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst na het plegen van een delict te ontbinden. In dat kader wordt gepleit voor een juist gebruik van de mogelijkheid om een vergoeding toe te kennen.

Verdieping | Studentartikel
Oktober 1997
AA19970672

Payrolling: over duiding en verbinding

L.G. Verburg

De auteur behandelt de vraag op welke feitelijke constellaties payrolling betrekking heeft. Vervolgens komt aan de orde of payrolling valt binnen de definitie van de uitzendovereenkomst in artikel 7:690 BW. Daarna volgt een beschouwing over de vraag wie de werkgever is van de gepayrollde werknemer: het payrollbedrijf of de inlener

Verdieping | Verdiepend artikel
December 2013
AA20130907

Rechtsvraag (179) rechtspersonenrecht-vennootschapsrecht

R.H. Maatman

Rechtsvraag op het gebied van het institutionele vennootschapsrecht. De vraag wordt gesteld hoe ontslagen bestuurders zich tegen hun ontslag door een stemming van de algemene vergadering kunnen verzetten.

Perspectief | Rechtsvraag
Juni 1988
AA19880412

Rekening en verantwoording binnen onbenoemde ‘samenwerking’

M.J.G.C. Raaijmakers

Hoge Raad 8 februari 1991, NJ 1991, 338 (Schurer/Schurer) In dit arrest en de daarbij behorende noot is aan de orde welke rechtsverhouding er tussen drie broers is ontstaan bij de bedrijfsvoering over een boerderij. Deze vraag wordt niet geheel beantwoord. De Hoge Raad oordeelt wel dat er i.c. rekening en verantwoording dient te worden afgelegd. De samenwerking binnen het boerenbedrijf heeft zowel trekken van een familierechtelijke betrekking die resulteert in een natuurlijke verbintenis, aldus de annotator.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Maart 1992
AA19920163

Tussen servet en tafellaken: de studentpromovendus in arbeidsrechtelijk perspectief

G.H. Boelens, E.K. Christiaansen

Studentpromovendi werken net als reguliere promovendi aan een proefschrift en krijgen daarvoor betaald in de vorm van een beurs. Desondanks worden zij niet als werknemer beschouwd, maar als student. Een besluit van minister Bussemaker maakt dit mogelijk. Critici vragen zich af of studentpromovendi in de praktijk niet ‘gewoon’ werknemers zijn. In dit artikel wordt die vraag in arbeidsrechtelijk perspectief geplaatst.

Perspectief | Perspectiefartikel
Maart 2017
AA20170250

Showing 25–36 of 38 results