Maandbladartikel

Caroline en de oude rotten

E.H. Hondius

Opinie | Column
september 2011
AA20110625

Case C-124-10P EDF v COMMISSION: Putting the market investor test to the test?

L. Hancher

Post thumbnail The EDF case is of key importance for European state aid analysis in general and for the application of the so-called market investor principle in particular. In a modern economy the State assumes a variety of roles such as tax authority, shareholder, ultimate guarantor that certain public services are provided. The state also acts as quasi-financial or investment institution as a regulator of economic and social activity. Generally, state aid analysis is only concerned with the effects of a state measure – not the form of the measure nor indeed the overall objective of state intervention in the economy. The EDF case is important because it clarifies the relationship between the key concepts of form and effects in State aid analysis and gives guidance to the Commission on the type of analysis that needs to be performed on State measures, such as tax measures used to pursue certain objectives, before concluding that they can be considered ‘State aid’ within the meaning of Article 107(1) TFEU. This article argues that the EDF ruling injects a welcome dose of realism into State aid analysis at a time in which it is arguably becoming more difficult to pin down which of its many hats the State is wearing. 

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2013
AA20130201

Cassatie in het belang der wet als instrument van rechtsvorming

T.F.E. Tjong Tjin Tai

Post thumbnail Cassatie in het belang der wet is misschien niet erg bekend. In dit artikel wordt hierop ingegaan. Omdat de cassatieprocedure in het algemeen misschien ook niet bij iedereen goed bekend is, wordt allereerst kort en simpel uitgelegd wat cassatie inhoudt, wat de functie daarvan is, en hoe de procedure verloopt. Daarnaast wordt specifieker ingegaan op het bijzondere instrument van cassatie in het belang der wet.

Verdieping | Verdiepend artikel
december 2022
AA20220975

Cassatie in het belang van het recht

M.M. Dolman, E. Florijn

Opiniërend artikel waarin wordt betoogd dat de sociale rechtshulp er bij gebaat zou zijn indien er een collectieven worden ingesteld die zich richten op cassatie. De cassatie advocatuur op het gebied van civiele zaken is in handen van een viertal commerciële kantoren waarbij het de vraag van de auteur is of zij ook sociale rechtshulp verlenen.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 1991
AA19910035

Cassatieverlof in 1997?

P. Schaik

Enkele maanden voor de val van het vorige kabinet verscheen een belangrijke notitie. Hierin deed de voormalig minister van justitie Korthals Altes voorstellen om in de jaren negentig te komen tpt een volledig nieuwe structuur van de rechterlijke organisatie. Deel van dit omvangrijke plan is het invoeren van een systeem tot verlofcassatie. De adviserende Staatscommissie Herziening Rechterlijke Organisatie had steeds afwijzend gestaan tegenover dit idee. Dit artikel beoogt in het kort aan te geven welke argumenten over en weer zijn aangevoerd. Daarnaast betoogt de schrijver dat de inbreuk op het huidige stelsel veel minder groot is dan zij op eerste gezicht lijkt.

Verdieping | Studentartikel
maart 1990
AA19900137

Cassina-arrest

H. Cohen Jehoram

Hoge Raad 26 mei 2000, nr. C98/231HR, ECLI:NL:HR:2000:AA5967, RvdW 2000, 141. Ook bekend als het Cassina-arrest.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2000
AA20000677

Casus arbeidsrecht: de oprichting van de Postbank N.V.

J.P. Mors

Op 1 januari 1986 werd opgericht de Postbank NV als opvolgster van de gelddiensten van PTT (postcheque- en girodienst en rijkspostspaarbank). De verzelfstandiging van deze tak van overheidsdienst vond plaats in de vorm van een structuurvennootschap. Dit betekende voor de ca. 10000 medewerkers een ingrijpende wijziging van hun rechtspositie; zij verloren op de oprichtingsdatum het ambtenaarschap en zij werden in plaats daarvan 'gewone' werknemers op arbeidsovereenkomst. De overgang vond plaats onder de vigeur van de Personeelswet Postbank NV. Daarmee was voor het rijk het eerste privatiseringsschaap over de dam. Het bracht de Postbank in de positie van trendsetter in het privatiseringsbeleid van het kabinet. In deze bijdrage zal een beknopte schets worden gegeven van enkele arbeidsrechtelijke problemen die zich bij deze operatie voordeden en de daarvoor gekozen oplossingen.

mei 1987
AA19870356

Causa-begrippen in het klassieke (en Justiniaanse) zakenrecht

E.H. Pool

Proefschrift waarin het titelbegrip als leverings-, bezits-, verjaringsvereiste vanuit het Nederlands recht met het Romeins recht wordt vergeleken.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
januari 1996
AA19960077

Causale relaties en het recht: living apart together?

Enkele opmerkingen over empirische causaliteit en redelijke toerekening

E.M. Witjens

Post thumbnail Erik Witjens promoveerde op 24 maart 2011 aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proefschrift Strafrechtelijke causaliteit. De redelijke toerekening vergeleken met het privaatrecht. In deze bijdrage vertelt hij waarom de condicio sine qua non-leer beter de deur gewezen kan worden.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
november 2011
AA20110840

Causaliteitsonzekerheid: betekenis en reikwijdte van de ‘omkeringsregel’

T. Hartlief

Hoge Raad 19 januari 2001, nr. C99/093HR, ECLI:NL:HR:2001:AA9556, RvdW 2001, 34 (Ter Hofte/Oude Monnik) In de noot bij dit arrest wordt de bewijsrechtelijke omkeringsregel besproken die door de Hoge Raad is geïntroduceerd voor gevallen van schending van een zorgvuldigheidsnorm waarbij het gevaar zich verwezenlijkt en daarmee het causaal verband tussen schending van de norm en het ontstaan van de schade dan gegeven is.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2001
AA20010452

Causaliteitsonzekerheid. Opkomst en ondergang van de ‘omkeringsregel’?

T. Hartlief

Hoge Raad 29 november 2002, nr. C01/071HR, ECLI:NL:HR:2002:AE7351, RvdW 2002, 191 (Kastelijn/Achtkarspelen) In deze noot wordt ingegaan op de werking van de omkeringsregel bij causaliteitsvraagstukken. Daarbij geldt de volgende regel: causaliteit wordt aangenomen indien er een bepaald risico in het leven wordt geroepen en dit risico zich ook verwezenlijkt.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2003
AA20030298

Causaliteitsproblemen bij toxische schadeveroorzaking

De onbepaalbaarheid van daders en gelaedeerden

J.M. Auping

In geval van schade veroorzaakt door een onrechtmatige daad, dient voor het civielrechtelijke recht op vergoeding daarvan onder andere voldaan te zijn aan het vereiste dat er causaal verband is tussen de onrechtmatige daad en de geleden schade. In het NBW wordt voor het aantonen van causaal verband de bewijslast omgedraaid als sprake is van schade die het gevolg kan zijn van twee of meer gebeurtenissen en waarvan vaststaat dat deze door ten minste één van die gebeurtenissen is ontstaan, terwijl niet vaststaat door welke. Een omkering van de bewijslast kan echter ook bepleit worden als sprake is van een gebeurtenis die een verhoogde kans op schade voor een groep personen tot gevolg heeft, doch waarbij niet vaststaat wie uit die groep door die gebeurtenis schade heeft geleden. Dergelijke bewijsnood manifesteert zich vooral wanneer schade wordt veroorzaakt door toxische middelen, de zogeheten toxische schadeveroorzaking.Het specifieke karakter van deze schadesoort vestigt de aandacht op de problemen die kunnen ontstaan bij het aantonen van het causale verband. Deze hebben te maken met de onbepaalbaarheid van enerzijds de daders en ander¬zijds de gelaedeerden.Aan de hand van twee casus uit het Ameri¬kaanse recht wordt in dit artikel de problematiek voor het Nederlandse recht behandeld. De casus van Sindell v. Abbott Laboratories toont de bewijsproblemen wanneer de daders moei¬lijk te bepalen zijn.

Verdieping | Studentartikel
december 1990
AA19900929