Resultaat 5185–5196 van de 7274 resultaten wordt getoond
D.B. Sander, B.F.M. Vulto
Predictive identification is een vorm van predictive policing - het voorspellen van criminaliteit op basis van grote hoeveelheden data - waarbij personen als potentiële misdadigers worden aangewezen. In dit redactioneel worden twee strafrechtelijke bezwaren tegen predictive policing aangevoerd: allereerst kan predictive policing misbruik van bevoegdheid en etnisch profileren in de hand werken en ten tweede verstoort predictive identification mogelijk de balans tussen instrumentaliteit en rechtsbescherming in de Nederlandse rechtsorde.
Opinie | Redactioneelnovember 2019AA20190827
M.B. Schuilenburg
Opinie | Opiniërend artikeldecember 2016AA20160931
P.J. Slot
Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) (Grote kamer) 9 juni 2022, C-673/20, ECLI:EU:C:2022:449 (EP/Préfet du Gers)
Annotaties en wetgeving | Annotatienovember 2022AA20220907
P.J.J. Zoontjens
De vorig jaar ingevoerde prestatiebekostiging van hogescholen en universiteiten wordt als een belangrijke stap gezien om ons stelsel klaar te maken voor de 21e eeuw. Zij vloeit voort uit de voorstellen van de commissie Veerman. Maar de prestatiebekostiging is ongrondwettig, nu elementaire regels van rechtszekerheid en van gelijkheid voor de instellingen niet in acht worden genomen.
Perspectief | Perspectiefartikeljanuari 2014AA20140066
H. Cohen Jehoram
Hoge Raad 23 oktober 1987, nr. 12916, ECLI:NL:HR:1987:AD0055, RvdW 1987, 191, Informatierecht AM11988/2 (NOS/KNVB) Uitspraak van de Hoge Raad op het snijvlak van het intellectuele eigendomsrecht, mediarecht en mededingingsrecht waarbij de Hoge Raad de volgende rechtsregels formuleert: Prestatieontlening in de mededinging is geen onrechtmatige daad. Vrijheid van nieuwsgaring omvat geen recht op informatie. In de noot wordt dieper op de prestatiebescherming in gegaan en wordt eerdere jurisprudentie en literatuur aangehaald.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuli 1988AA19880461
Hoge Raad 20 november 1987, nr. 13023, ECLI:NL:HR:1987:AD0056, RvdW1987, 219, Informatierecht AMI1988/2, 36 (Staat/Den Ouden). Ook bekend als Prestatieontlening III. Derde publicatie in een reeks annotaties waarin de prestatieontlening aan de orde komt. Wederom wordt geoordeeld dat de prestatieontlening geen onrechtmatige daad is in mededingingsrechtelijke zin. In de noot wordt hier wederom op in gegaan.
Annotaties en wetgeving | Annotatiedecember 1988AA19880869
A.F.M. Brenninkmeijer, N.J.H. Huls
Rode draad | Milleniumrubriekdecember 1999AA19990885
P.H. Blok
Onlangs is een wet in werking getreden die de politie de bevoegdheid geeft om in veiligheidsrisicogebieden preventief te fouilleren. De wetgever achtte deze bevoegdheid noodzakelijk in verband met de toenemende geweldscriminaliteit, maar hoe verhoudt deze bevoegdheid zich tot het fundamentele recht op privacy en tot de scheiding tussen opsporing en toezicht?
Verdieping | Verdiepend artikelmei 2003AA20030375
J.P. Poort, F.J. Zuiderveen Borgesius
Webwinkels zijn technisch in staat om elke consument een andere prijs aan te bieden: online prijsdiscriminatie. Dit artikel bespreekt twee enquêtes over dergelijke praktijken die zijn gehouden onder de Nederlandse bevolking en onderzoekt de implicaties van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) voor online prijsdiscriminatie.
Bijzonder nummer | Privacyjuli 2019AA20190580
J.C.T.F. Lokin
Niet artikel 3:35 BW, maar artikel 3:36 BW is van toepassing in het geval een derde, die een onbeheerde zaak in bezit wil nemen, moet beoordelen of de zaak is prijsgegeven.
Verdieping | Verdiepend artikeljanuari 2015AA20150019
K.J.M. Mortelmans, H.A.G. Temmink
Bespreking van een uitspraak van het HvJEG in het kader van de rode draad 'Recht en reclame' over nationale regelgeving voor het maken van reclame en het vrij verkeer van goederen.
Annotaties en wetgeving | Annotatie | Overig | Rode draad | Recht en reclamedecember 1993AA19930883
A. Ringnalda, J.H. Verdonschot
De vraag is of het Nederlandse schadevergoedingsrecht (art. 6:106 BW) de mogelijkheid biedt om schadevergoeding te vorderen indien men iemands anders principes beschadigt.
Opinie | Redactioneeljuli 2006AA20060459