Maandbladartikel

Interregionale beslissingsharmonie of harmonie methet internationaal privaatrecht?

J.P. de Haan

Sinds het eind van de jaren tachtig zijn in de rechtsliteratuur een aantal boeiende publicaties over het interregionaal privaatrecht verschenen. Vooral het Nederlandse interregionaal echtscheidingsrecht heeft de pennen in beweging gebracht. Dit komt doordat de Nederlandse rechter ten aanzien van veel interregionale echtscheidingen, als waren het internationale echtscheidingen, een grote rechtsmacht heeft aangenomen en veelal Nederlands recht toepasselijk heeft geacht. De centrale vraag in het navolgende artikel is of voor interregionale echtscheidingen de internationaalprivaatrechtelijke regeling volstaat, dan-wel een specifieke regeling van interregionaal echtscheidingsrecht geboden is. Deze kwestie is om twee redenen actueel. Ten eerste heeft de Hoge Raad recentelijk bepaald dat een Nederlands echtscheidings-vonnis in ieder koninkrijksdeel dezelfde rechtskracht heeft; ten tweede is betreffende het interregionaal conflictenrecht een voorontwerp van Rijkswet vervaardigd met als titel Proeve van een Koninkrijkswet Interregionaal Privaatrecht.

Verdieping | Studentartikel
november 1994
AA19940716

Interstatelijke solidariteit in het Europese Migratie- en asielpact

L. Hillary

Post thumbnail Eén van de onderdelen van het Europese Migratie- en asielpact (Pact), dat in juni 2026 in werking treedt en het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel hervormt, is een nieuw solidariteitsmechanisme. Dit  solidariteitsmechanisme is verplicht, maar ook flexibel, en getuigt niet van een interstatelijke solidariteit. Om die reden zal het solidariteitsmechanisme van het Pact waarschijnlijk niet de mensenrechtelijke problemen oplossen die momenteel bestaan binnen het Europese asielrecht.

Opinie | Opiniërend artikel
januari 2026
AA20260024

Interview met mr. G. Spong, advocaat te Den Haag

B. Bastein, C. Hupkes

Mr. G. Spong studeerde rechten in Amsterdam. Na zijn afstuderen in 1972, werd hij op 7 februari 1973 in Paramaribo beëdigd als advocaat. In 1976 kwam hij terug naar Nederland waar hij in Den Haag beëdigd werd. In 1977 deed hij zijn eerste cassatiezaak. In dit interview komt onder meer aan de orde hoe Spong aankijkt tegen aanvallen op de rechterlijke macht. Daarnaast vertelt hij ook hoe zijn werk als advocaat zijn werk als rechter beïnvloedt en vice versa? Ook leerstukken als euthanasie, alternatieve straffen, anonieme getuigenverklaringen en veiligheidsfouilleringen passeren de revue.

Verdieping | Interview
december 1988
AA19880834

Interview met mr. T. Koopmans

A. Ottow, S. van Woensel

Op vrijdag 19 december jl. hebben wij mr. T. Koopmans, rechter in het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in Luxemburg, geïnterviewd. De heer Koopmans is achtereenvolgens werkzaam geweest als advocaat (1953-1956), ambtenaar bij het Ministerie van Justitie (1956-1962), juridisch adviseur bij de Raad van de Europese Gemeenschappen (1962-1965), hoogleraar staats- en administratiefrecht (1967- 1978), raadsheer in de Hoge Raad (1978-1979) en vanaf 1979 is hij rechter in het Hof van Justitie. In het artikel komt onder andere het reilen en zeilen van het Hof van Justitie aan de orde en tevens de rol, die het Hof vervult binnen de Europese Gemeenschappen.

Perspectief | Interview
maart 1987
AA19870138

Interview met mr. W.J.M. Berger, Procureur-Generaal bij de Hoge Raad

W. van den Bergh, E. Huisman

Perspectief | Interview
juni 1986
AA19860427

Interview met prof.mr. A.V.M. Struycken en mr. J.G.A. Struycken

J.A.K. van den Berg, J.B. Spath

In dit dubbelinterview komen verschillende facetten van de jurist, studie, beroepsbeoefening en Ars Aequi aan bod.

Verdieping | Interview
oktober 2001
AA20010741

Intieme zaken

R.H. Haveman

Dit artikel behandeld de vraag hoe men om dient te gaan met een politieman die een portier van een auto met aangeslagen ruiten opent om de inzittende aan te spreken en dan drugs ziet liggen. Had deze politieman het portier mogen openen of is dit in strijd met het privacyrecht?

Opinie | Amuse
september 2004
AA20040592

Intrekken en wegwezen: hoe ver mag de Europese Commissie gaan?

E.C. Alblas, A.C.M. Meuwese

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 14 april 2015, zaak C-409/13 ECLI:EU:C:2015:217 (Raad van de Europese Unie tegen Europese Commissie (Macrofinanciële bijstand aan derdelanden))

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2016
AA20160462

Investeer in wetgeving privaatrecht!

J.M. Barendrecht

Dit is een column van Maurits Barendrecht waarin deze ingaat op het achterstallige onderhoud door de overheid van het Nederlandse privaatrecht. Barendrecht constateert dat er veel meer gedaan moet worden om het privaatrecht actueel te houden en aan te passen aan de wensen van de samenleving.

Opinie | Column
november 2009
AA20090726

Investeringsarbitrage, toegang tot het recht en een ‘derde partij’

P.L.F. Ribbers

Post thumbnail In het kader van een investeringsarbitrage is niet vanzelf­sprekend ruimte voor de inbreng van een derde partij. Toch kan ook deze partij belang(en) hebben bij een bepaalde uitkomst van de procedure. De laatste jaren klopt de buitenwereld nadrukkelijker op de deur van de, in beginsel, gesloten wereld van de investeringsarbitrage. In de onderhavige bijdrage wordt besproken op welke wijze ‘toegang’ voor een derde partij zou kunnen worden verkregen tot een investeringsarbitrage.

Rode draad | Toegang tot het recht
november 2019
AA20190894

Investeringswetgeving in Ontwikkelingslanden

E. Groot, A. Louman, J. Sutherland

Investeringen zijn voor ontwikkelingslanden van groot belang. Het is dan ook begrijpelijk dat een aantal landen regels heeft gesteld met betrekking tot die investeringen. In dit artikel worden de regelingen in een aantal landen nader onderzocht. Naast de investeringsregelingen zelf wordt ook aandacht besteed aan overige stimuleringsmaatregelen en controlemogelijkheden.

juli 1982
AA19820428

Invloed van EG-recht op aftrekposten bij aanwezigheid van binnenlands en buitenlands inkomen (zaak De Groot)

J.W. Zwemmer

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 12 december 2002, nr. C-385/00, ECLI:EU:C:2002:750, BNB 2003/182 (zaak De Groot) De Nederlandse wijze van berekening van de voorkoming van dubbele belasting leidt ertoe dat bepaalde aftrekposten gedeeltelijk aan het buitenlandse inkomen worden toegerekend, waardoor zij voor dat deel nergens in aftrek komen. Deze regel is in strijd met EG-recht.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
december 2003
AA20030947