Maandbladartikel

In de greep van de minister

P.T. Vlaar

Een beschouwing over de nieuwe wet op de studiefinanciering. Het debat in het parlement over het wetsontwerp van de studiefinanciering maakt duidelijk dat minister Deetman slaagt, waar menig voorganger faalde. In dit artikel wordt nagegaan, waarom de gecompliceerde knoop nu pas kon worden doorgehakt. Sommigen winnen erbij, anderen gaan erop achteruit, alle studerenden worden in groeiende mate financieel afhankelijk van de rijksoverheid.

maart 1986
AA19860203

In de olie

Het proces tegen Shell wegens olielekkages in de Ogonidelta (Nigeria)

A.A.H. van Hoek

Rechtbank Den Haag 30 januari 2013, nr. C/09/337058 / HA ZA 09-1581, ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9845, LJN: BY9845 (Barizaa Manson Tete Dooh/Shell); Rechtbank Den Haag 30 januari 2013, nr. C/09/330891 / HA ZA 09-0579, ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9850, LJN: BY9850 (Fidelis Ayoro Oguru, Alali Efanga en Milieudefensie/Shell); Rechtbank Den Haag 30 januari 2013, nr. C/09/337050 / HA ZA 09-1580, ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9854, LJN: BY9854 (Friday Alfred Akpan en Milieudefensie/Shell)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2013
AA20130482

In de schaduw van de rechter

R. Blokker

In de rechtszaal worden de verschillende hoofdrolspelers van het rechtsgeding zichtbaar. De meest in het oog springende speler is wellicht de rechter, maar er zijn duidelijk ook belangrijke rollen weggelegd voor bijvoorbeeld de officier van justitie, de advocaat, de verdachte, de getuige en de bode. Aan de (voor het publiek) rechterhand van de rechter(s) zit echter nóg een voor de behandeling van een zaak onmisbare persoon: de griffier. Daaruit blijkt precies wat een griffier volgens mij is: de onmisbare rechterhand van de rechter. Bij die functie komt meer kijken dan men zo op het eerste gezicht zou verwachten. 

Perspectief | Perspectiefartikel
maart 2014
AA20140221

In de schaduwen van rechterbeelden

W. Witteveen

Wie een standpunt inneemt over de politieke rol van de rechter, maakt bewust of onbewust gebruik van gevestigde opvattingen over hoe een rechter zich in een democratische rechtsstaat behoort te gedragen. Twee verschillende rechterbeelden, afkomstig uit verwante maar toch verschillende rechtsculturen, domineren de discussie: de rechter als onzichtbare macht en de rechter als minst gevaarlijke macht. Maar hoe reageert men dan op verstoringen in het beeld die optreden als de rechter zich zichtbaar 'politiek' gedraagt? Rechters die anticiperen op te verwachten kritiek, ontwerpen hun eigen ideale voorstellingen van de rechterlijke functie.

Bijzonder nummer | Rechter en politiek
november 1992
AA19920670

In de schulden, uit de schulden?

R. de Bock

Ruth de Bock schrijft deze maand in haar column over de haperende schuldhulpverlening.

Opinie | Column
maart 2020
AA20200260

In dubio pro natura: het functionele perspectief van het voorzorgbeginsel

H. Borgers

Het was tijden de normaalste zaak van de wereld dat milieubelastende handelingen werden toegestaan als die niet 'met zekerheid' schadelijk waren voor het milieu. Deze redenering betekende dat het economische argument -'wat levert het op?'- van doorslaggevende betekenis was. Het bewijs dat er inderdaad schadelijke gevoglen zouden optreden, was immers niet geleverd. Sinds enige tijd is deze stijl van redeneren aan het veranderen en verschuift de aandacht naar de vraag; 'ten koste waarvan?' Dit artikel voor het Bijzonder nummer Water gaat over het volkenrechtelijke voorzorgbeginsel, dat nauw verband houdt met de geconstateerde verandering. Er wordt onderzocht wat de oorsprong, de betekenis en de functies van dit beginsel zijn. Tevens wordt een aantal manieren besproken waarop het beginsel in het Nederlandse recht kan doorwerken.

Bijzonder nummer | Water
mei 1999
AA19990431

In English please I

E.H. Hondius

In deze column schrijft Ewoud Hondius over het nut van het verschijnen van Engelse vertalingen van Nederlandse uitspraken.

Opinie | Column
maart 2020
AA20200242

In English please II

E.H. Hondius

In deze column, het vervolg op zijn column uit het maartnummer, roept Ewoud Hondius juridische onderzoekers op om bij te dragen aan publicatie van Engelstalige samenvattingen.

Opinie | Column
mei 2020
AA20200449

In het huis van de rechtswetenschap zijn vele kamers

P.B. Cliteur

Deze maand staat in de rubriek `mening´ de visie van andere academici op de jurist en zijn wetenschap centraal. Cliteur gaat in op de verschillende kanten die de jurist, na een generale studie, kan hebben.

Opinie | Opiniërend artikel
oktober 2001
AA20010752

In het moeras der rechtsvorming. De regels over de rechterswisseling in de civiele procedure

J.P. de Haan

Rechterswisselingen – wanneer een andere rechter dan degene die de mondelinge behandeling heeft gedaan de beslissing neemt – worden al sinds jaar en dag onwenselijk gevonden. In dit artikel beschrijft Jurriaan de Haan de rechtsvorming die sinds de HR-uitspraak Van Dun c.s./Staat heeft plaatsgevonden op het gebied van de rechterswisseling in de civiele procedure. Ook bespreekt hij de door de Rechtspraak in dezelfde periode opgestelde regels. De regels die volgen uit de rechtspraak van de Hoge Raad en de regels van de Rechtspraak sluiten namelijk niet geheel op elkaar aan.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2023
AA20230257

In het strafrecht zit een spelmoment

Interview met prof.mr. J. Remmelink, Procureur-Generaal bij de Hoge Raad

O. van Klinken, M. Veldt

Jan Remmelink werd in 1922 in Zelhem, in de Gelderse Achterhoek, geboren. In 1946 behaalde hij zijn doctoraal aan de universiteit van Utrecht en begon hij in een aanvangsfunctie bij het Openbaar Ministerie te Dordrecht. Remmelink promoveerde in 1951 bij Pompe, de befaamde leider van de Utrechtse School, op het proefschrift 'Onbevoegde uitoefening van beroepen in het Nederlandse Strafrecht'. In 1956 volgde zijn benoeming tot substituut-OvJ, ook in Dordrecht.In 1963 werd Remmelink benoemd tot hoogleraar Straf- en Strafprocesrecht aan de RU Groningen. Hij volgde daar Röling op, die zich geheel aan het volkenrecht en de polemologie ging wijden. In 1968 aanvaardde hij de positie van Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad. De liefde voor het professoraat bleef echter en in 1970 volgde hij Gerard Mulder op als hoogleraar Strafrecht aan de VU. In 1988 volgde zijn benoeming tot Procureur-Generaal bij de Hoge Raad. Het jaar daarop wordt hij aan de VU emeritus. Zijn afscheidscollege was gewijd aan 'Tijd en plaats in het strafrecht'.Remmelink heeft zich in de loop der jaren met vele onderwerpen beziggehouden. Zijn voorkeur gaat echter duidelijk uit naar het materiële strafrecht. Dit blijkt onder andere uit zijn bewerkingen van Noyon/Langemeijer alsmede Hazewinkel-Suringa. Voorts hadden ook verkeersrecht, uitleveringsrecht en oorlogsstrafrecht (hij concludeerde in de Menten-zaak) zijn belangstelling. Nadat hij al eerder in een preadvies over gewetensbezwaren voor de NJV had doen blijken van zijn Lutherse geloofsovertuiging, schreef hij in 1989 voor de Calvinistische juristenvereniging een studie over Luther en het strafrecht.Remmelink, die voorts hoofdredacteur is van de Nederlandse Jurisprudentie en lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, was enkele malen voorzitter van een commissie die de regering moest adviseren, met name over de positie van de bedreigde getuige en over de medische praktijk inzake de euthanasie. In 1991 hield hij de zogenaamde David de Wied-lecture gewijd aan strafrechtelijke aspecten van begin en einde van het menselijk leven. Dit jaar bereikt Remmelink de pensioengerechtigde leeftijd van 70 jaar. Op de dag waarop het spraakmakende `Borgers-arrest´ werd gewezen spraken wij met hem over zijn functie, het strafrecht en het functioneren van ons justitiële apparaat.

Verdieping | Interview
maart 1992
AA19920144

In Kleyn komt de Raad van State met een rood-wit-blauw oog weg Cherchez la France!

L.J.A. Damen

Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 6 mei 2003, ECLI:CE:ECHR:2003:0506JUD003934398, nr. 39343/98, 39651/98, 43147/98, 46664/99, AB 2003, 211 m.nt. Verhey, De Waard, JB 2003, 119 m.nt. Heringa, Gst. 2003, 7186.91 m.art. Bok, NJB 2003, p. 1293 (Kleyn=Nederland). Ook bekend als Kleyn-arrest. In deze noot bij dit bekende Kleyn-arrest wordt ingegaan op de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de de Raad van State als adviseur bij wetgeving en rechter in het kader van art. 6 EVRM. I.c. was er geen sprake van schending van het fair-trail-artikel maar dit hoeft niet in alle gevallen zo te zijn.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2003
AA20030652