Maandbladartikel

Hoeveel mag frisse lucht kosten?

J.G. Boot, F.J.M. Hengst

Naar aanleiding van een onderzoek bleek dat luchtverfrissers kankerverwekkend zijn, als reactie hierop stelde de consumentenbond dat producenten bij ieder nieuw product verplicht moeten aantonen dat het niet schadelijk is, maar is dat wel mogelijk?

Opinie | Redactioneel
februari 2005
AA20050061

Hoezo, veranderde opvatting van privacy?

W.M.P. Steijn, A.H. Anton Vedder

Post thumbnail

Sociaal netwerksites zijn in korte tijd razend populair geworden. Met de populariteit onder gebruikers steeg de ongerustheid over allerlei privacyrisico’s waaraan de gebruikers zich zouden blootstellen. Relatieve buitenstaanders waaronder sociologen, juristen en ethici, wijzen in toenemende mate op de gevaren van verspreiding en (her-)gebruik van beschikbaar gestelde informatie voor andere doeleinden dan die welke door de gebruikers zijn beoogd. In discussies wordt nog regelmatig betoogd dat de ongerustheid overdreven is omdat de opvatting van privacy nu eenmaal aan veranderingen onderhevig zou zijn. Daarmee bedoelt men dan dat de grootgebruikers van de sites – met oververtegenwoordiging van jongeren en jongvolwassenen – kennelijk anders denken over privacy en dat zij bijgevolg de vermeende privacyrisico’s anders zouden inschatten. Het idee dat de opvatting van privacy door de tijd heen – als het ware per generatie – verandert, is interessant. De stelling verdient nader onderzoek.

Blauwe pagina's | Recht en Media
december 2011
AA20110854

Hof van Justitie der Europese Gemeenschappen

Grundig / Consten

P.J.G. Kapteyn

Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 13 juli 1966, zaak nr. C-56/64, ECLI:EU:C:1966:41 ((Grundig en Consten) t. EEG-Commissie)

januari 1967
AA19670067

Hof van Justitie geeft groen licht voor Europees stabiliteitsmechanisme (ESM)

P.J. Slot

Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) 27 november 2012, ECLI:NL:XX:2012:BY5639, zaak C-370/12 (Thomas Pringle t. Regering van Ierland en de Attorney General) Prejudiciële procedure op grond van artikel 267 VWEU

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2013
AA20130142

Hof van Justitie over ‘misbruik van Unie­recht’ in de directe belastingen: quo vadis?

M.F. de Wilde, C. Wisman

Post thumbnail Eerder dit jaar sprak het Hof van Justitie zich nader uit over het fenomeen ‘misbruik van Unierecht’ in de directe belastingen. Het Hof van Justitie lijkt een route te zijn ingeslagen van ambiguïteit, rechtsonzekerheid en uiteindelijk een willekeurige belastingheffing. Niet langer kan worden vastgesteld wanneer misbruik precies aan de orde is. Dit ondermijnt de systeemintegriteit en rechtsstatelijkheid van de internationale winstbelastingstelsels van de EU-lidstaten.

Verdieping | Verdiepend artikel
januari 2020
AA20200022

Hoffmann-La Roche

P. van Schilfgaarde

Hoge Raad 26 september 1986, nr. 12665, ECLI:NL:HR:1986:AC9505, RvdW 1986, 163 (Staat/Hoffmann-La Roche) Onrechtmatige daad van een overheidslichaam. Schuld in de zin van 1401 BW. Geen beroep op rechtsdwaling als schulduitsluitingsgrond.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1987
AA19870164

Hofland-Hennis

P. van Schilfgaarde

Hoge Raad 10 april 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4177, NJ 1981/532, zaaknummer 11632 (Hofland/Hennis)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1981
AA19810708

Hoge Raad geeft richtsnoeren over rol kinderbelangen bij woningontruiming

A.W. Jongbloed

HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2026
AA20260043

Hoge Raad relativeert het onweerlegbare bewijsvermoeden van artikel 2:138/248 lid 2 BW

S.M. Bartman

HR 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1099 (Mobile Services)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2021
AA20210938

Hoge Raad-benoemingen na een mislukte grondwetsherziening

P.P.T. Bovend'Eert

In 2019 nam de regering het initiatief om de grondwettelijke benoemingsprocedure bij de Hoge Raad (art. 118 Gw) te herzien en daarbij het voordrachtsrecht van de Tweede Kamer af te schaffen. De grondwetsherziening draaide uit op een faliekante mislukking, maar geeft wel een beter inzicht in de betekenis van de bevoegdheid van de Tweede Kamer om een voordracht van die kandidaten op te maken bij Hoge Raadbenoemingen.

Opinie | Opiniërend artikel
november 2023
AA20230836

Hoge transacties en de politieke verantwoordelijkheid voor het Openbaar Ministerie

S. Kerssies

Post thumbnail Over de wenselijkheid en noodzakelijkheid van rechterlijke toetsing van hoge transacties is de afgelopen jaren veel geschreven. Dit artikel beziet de vraag vanuit een ander perspectief. Hoe moet het wegvallen van de eis van ministeriële toetsing van hoge transacties ten behoeve van het invoeren van een eis van rechterlijke toetsing worden geduid in het licht van de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie voor het Openbaar Ministerie?

Verdieping | Verdiepend artikel
mei 2020
AA20200464

Hoger beroep in het bestuursrecht

J.E.M. Polak

Met de invoering van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in 1994 is er in het bestuursrecht in beginsel over de gehele linie hoger beroep ingevoerd. Conform de geschiedenis van de rechtsbescherming in het bestuursrecht is er evenwel nog sprake van een verbrokkelde situatie. Er zijn drie appèlrechters in het bestuursrecht. Wel passen zij hetzelfde bestuursprocesrecht toe. In dit artikel wordt op een aantal algemene aspecten van het hoger beroep in het bestuursrecht ingegaan en wordt ook naar de toekomst van het hoger beroep in het bestuursrecht gekeken. Op niet al te lange termijn zullen regering en parlement beslissen of er meer eenheid in het bestuursrechtelijk appèl moet worden gebracht.

Overig | Rode draad | Rechstmiddelen
september 2001
AA20010622