Maandbladartikel

Duncan Kennedy en de politiek van het Europees contractenrecht

N. de Boer, D.F.H. Stein

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de eenmaking van het contractenrecht in Europa. De redacteuren benoemen daarbij de Principles of European Contract Law en het Common Frame of References. De redacteuren menen dat indien er voor een Europese burgerlijk wetboek gekozen wordt er keuzes gemaakt dienen te worden, simpelweg omdat het contractenrecht van de verschillende Europese staten grote verschillen vertoont. Voor het maken van deze keuze wordt aangesloten bij de visie van Duncan Kennedy. Kennedy meent dat het contractenrecht politiek is en schippert tussen individualisme en altruïsme.

Opinie | Redactioneel
januari 2009
AA20090003

Dura lex sed lex

H.T.M. Kloosterhuis, C.E. Smith

Strikt de tekst van de wet volgen kan soms tot ongewenste en zelfs hardvochtige resultaten in rechtszaken leiden. Beter kijkt de rechter naar de bedoeling van de wet, zo leggen Carel Smith & Harm Kloosterhuis ons uit in deze column.

Perspectief | Column
december 2020
AA20201196

Duurzaamheid en aansprakelijkheid in de financiële sector

Rechtsvraag (353) Financieel recht

D. Busch

Ben je rechtenstudent en wil je kans maken op € 200? Beantwoord dan deze rechtsvraag van Danny Busch vóór 1 mei 2023.

Perspectief | Rechtsvraag
maart 2023
AA20230227

Duurzaamheid en aansprakelijkheid in de financiële sector

Beantwoording rechtsvraag (353) Financieel recht

R.J. Silva Kas

In maart 2023 verscheen de rechtsvraag "Duurzaamheid en aansprakelijkheid in de financiële sector" van Danny Busch. Dit is de beantwoording van die rechtsvraag, geschreven door Ruben Silva Kas.

Perspectief | Rechtsvraag
juni 2024
AA20240591

Duurzame energie in een land van wind en water

H.J. de Kluiver

Witte stukken
december 1982
AA19820722

Dwangbehandeling bij onvrijwillig opgenomen psychiatrische patiënten

B. van den Beld

Het afgelopen jaar is de jurisprudentie over dwangbehandeling van psychiatrische patiënten die onvrijwillig in een inrichting zijn opgenomen verrijkt met een aantal nieuwe uitspraken. Het merendeel van de procedures betrof kort geding-procedures waarin patiënten een verbod tot dwangbehandeling of tot het toepassen van dwangmiddelenvorderden. De bekendste uitspraak in deze reeks is het arrest van het Gerechtshof Arnhem d.d. 12 juli 1988. Het Hof overwoog kort gezegd, dat dwangbehandeling thans niet is toegestaan aangezien daartoe de vereiste wettelijke regeling ontbreekt.In het navolgende artikel worden de ontwikkelingen in de rechtspraak op het gebied van de dwangbehandeling van de met rechterlijke machtiging opgenomen psychiatrische patiënten op een rijtje gezet. Momenteel bestaan er tegenstrijdige uitspraken over de toelaatbaarheid van dwangbehandeling bij onvrijwillig opgenomen psychiatrische patiënten.

Verdieping | Studentartikel
november 1989
AA19890915

Dwangmedicatie

P.W.C. Akkermans, M. Lit

Hoge Raad 23 december 1988, nr. 7468, ECLI:NL:HR:1988:AD0566, NJ 1989, nr. 550 (mrs. De Groot, Verburgh, Boekman; a-g Meijers) Door op grond van dit één en ander te oordelen dat betrokkene ten gevolge van haar geestesstoornis een zodanig ernstig en reëel gevaar voor zichzelf oplevert dat 'de noodzakelijkheid, althans wenselijkheid' van opname in een krankzinnigengesticht voldoende is aangetoond, heeft de Pres. niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en het is naar de eis der wet met redenen omkleed. Opmerking verdient nog dat, anders dan onderdeel I blijkbaar veronderstelt, de beschikking van de Pres. niet 'op voorhand als een sanctionering' van iedere dwangmedicatie kan worden beschouwd, in dier voege dat gedwongen toevoeging van medicijnen aan betrokkene nu zonder meer geoorloofd zou zijn. In de noot wordt dieper ingegaan op de vrijwillige en onvrijwillige opneming in een psychiatrisch ziekenhuis en de wettelijke grondslag daarvan. Daarnaast komt het wetsvoorstel bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) aan bod.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 1989
AA19890855

Dwangsomregeling in de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne

A.J. Bok

In dit artikel wordt ingegaan op hoofdstuk 6 in de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne. De dwangsom levert een bijzondere manier op om de wet te handhaven. In dit artikel wordt daar dieper op ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
april 1991
AA19910322

Dwarsliggende aandeelhouders

Aandeelhouders en een vennootschap in financieel zwaar weer

S.C.E.F. Moulen Janssen

Post thumbnail

Aandeelhouders mogen hun stemrecht in beginsel naar eigen inzicht uitoefenen. Dit kan problemen opleveren wanneer een vennootschap haar schulden moet herstructureren om een faillissement af te wenden. Deze amuse vangt aan met een casus die een aantal van die problemen blootlegt. Vervolgens komen rechtspraak en wetsvoorstellen aan bod waarin de vrijheid van aandeelhouders om hun stemrecht naar eigen inzicht uit te oefenen, aan banden wordt gelegd.

Opinie | Amuse
september 2017
AA20170670

Dwingend consumentenrecht en de overgang naar een circulaire economie: het mes snijdt aan twee kanten

C.M.D.S. Pavillon

De Europese Commissie ziet in een toename van de dwingendrechtelijke consumentenbescherming een manier om de in de Green Deal aangekondigde ‘groene transitie’ te bewerkstelligen. De relatie tussen dwingendrechtelijke bescherming en de overgang naar een circulaire economie is echter minder eenduidig dan de Commissie doet voorkomen. Dwingend consumentenrecht – denk aan het herroepingsrecht – staat de overgang naar een circulaire economie ook wel degelijk in de weg.

Bijzonder nummer | Recht & Natuur
juli 2022
AA20220576

Dworkins denkfout. Object en methode in de rechtstheorie

H.T.M. Kloosterhuis

Harm Kloosterhuis vertelt over Ronald Dworkin, zijn verzet tegen een inhoudelijk neutrale beschrijving van het recht, zijn theorie van het ene juiste antwoord, zijn debat met H.L.A. Hart en zijn denkfout.

Opinie | Column
september 2017
AA20170698

Dynamiek tussen wet en beleidsregel in het omgevingsrecht. Veranderd houvast voor burger en bestuursrechter

A.G.A. Nijmeijer

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) 10 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1374, zaaknr. 201904125/1/R1 (mr. Verburg) Artikel 3.1 lid 1 Wro; artikel 4:81 Awb

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2020
AA20200965