Resultaat 2293–2304 van de 7274 resultaten wordt getoond
F.L. Westenend
Binnen het intellectuele-eigendomsrecht wordt vaak onderscheid gemaakt tussen de modelrechtelijke en merkenrechtelijke techniekrestrictie. Dit artikel betoogt dat de aard van de techniekrestricties, de rol die alternatieve vormen spelen en het belang van niet-technische elementen of kenmerken in het modellenrecht en het merkenrecht hetzelfde zijn en dat de modelrechtelijke en merkenrechtelijke techniekrestricties op eenzelfde wijze worden ingevuld. Voorts betoogt dit artikel dat een verschillende invulling van deze techniekrestricties ook niet nodig is.
Verdieping | Studentartikelmei 2021AA20210433
J. Dierx
Centrale Raad van Beroep (CRvB) 8 november 1991, RSV 1992/83 (Dhr. T.Z./Sociale Verzekeringsbank) In deze noot behorende bij de rode draad 'Op zoek naar gefeminiseerd recht' wordt ingegaan op het gebied van discriminatie en ongelijke behandeling in geval van pensioenaanspraken. In de uitgebreide noot wordt ingegaan op de zeer korte uitspraak over deze problematiek vanuit het onderwerp van de rode draad. De volledige uitspraak is gepubliceerd op vrouwenrecht.nl
Annotaties en wetgeving | Annotatie | Overig | Rode draad | Op zoek naar gefeminiseerd rechtoktober 1992AA19920621
M. Jachtenfuchs
Bijzonder nummer | Europa 1992mei 1989AA19890493
L.D. Ruigrok
In dit artikel wordt ingegaan op een vorm van privatisering van de politie-inzet. Het gaat om het medeverantwoordelijk maken van evenementorganisatoren voor de veiligheid op voor publiek toegankelijke plaatsen en het inzetten van beveiligingsmedewerkers in plaats van politiepersoneel. Aan bod komt de discussie over de kosten van de politie-inzet bij evenementen en het in 2012 ingetrokken wetsvoorstel ‘Wet politiekosten evenementen’.
Bijzonder nummer | Privatisering van het strafrecht | Overigjuli 2013AA20130574
W.H. van Boom
Hoge Raad 2 oktober 2015, nr. 14/01909, ECLI:NL:HR:2015:2914, AV&S 2016, p. 49, NJ 2016/194 Criminele organisatie en artikel 6:166 BW.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 2016AA20160447
H. van Drongelen
In deze amuse beschrijft Harry van Drongelen de ontstaansgeschiedenis van het arbeidsrecht, vanaf het verdwijnen van het gildesysteem en de industriële revolutie tot de eerste collectieve arbeidsovereenkomsten en het huidige economische marktdenken dat het arbeidsrecht steeds verder onder druk zet. Gaandeweg hebben economen steeds meer invloed gekregen op het arbeidsrecht. Van Drongelen vreest dat de arbeidende mens ‘uiteindelijk verwordt tot niet meer dan een economische productiefactor’.
Opinie | Amusejanuari 2011AA20110008
L.J.A. Damen
Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 9 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP7115, nr. 201008270/1/H3, LJN: BP7115, JB 2011, 102 m.nt. G. Overkleeft-Verburg, Gst. 2011, 7352.44 m.nt. C.N. van der Sluis Behulpzaam, dienend bestuur bij openbaarheid van bestuur. Welke bestuurlijke aangelegenheid? Artikel 3, vierde lid, Wet openbaarheid van bestuur (Wob)
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2011AA20110644
M. Kuijer
In dit artikel wordt aandacht besteed aan het leven van prof.mr. H.G.Schermers en zijn betekenis voor het recht. Schermers was actief in het internationaal recht, Europees Recht en mensenrechten.
Perspectief | Ars Longa Vita Brevisdecember 2006AA20060896
A. Vlieger
Antoinette Vlieger pleit voor meer aandacht in het juridisch curriculum voor metajuridische invalshoeken zoals rechtssociologie, rechtsgeschiedenis en rechtseconomie. Dit doet ze door middel van een onderzoek naar de rechtspositie van dienstbodes in Arabische landen. Deze dienstbodes bevinden zich vaak in een zeer kwetsbare situatie. Een juridische analyse levert in dit geval weinig op, maar metajuridische perspectieven bieden hier juist interessante inzichten.
Perspectief | Perspectiefartikeloktober 2012AA20120779
J.H.B. Hulshof
In deze bijdrage wordt de rechtspositie van de ´student-werknemer/dienstplichtige´ is. De huidige situatie vormt een barrière, die manlijke studenten er van kan weerhouden in het buitenland te gaan studeren. Een barrière die aldus in de weg staat aan het EG-doel van een studentenmobiliteit van tien procent, terwijl Nederland op die manier in de ontwikkeling van de wetenschap en daarmee ook het wetenschappelijk onderwijs in een ongunstiger positie komt dan landen die deze hindernis voor hun studenten niet opwerpen.
Verdieping | Studentartikeldecember 1988AA19880821
F.D. van Asbeck
Op 1 december 1989 trad de Wet houdende aanvulling van het Wetboek van Strafrecht met de straf van onbetaalde arbeid in werking. Dienstverlening krijgt zo als hoofdstraf een plaats in het Wetboek van Strafrecht. In dit artikel worden de hoofdlijnen van de wet besproken. Het doel van de wet is om de korte onvoorwaardelijke vrijheidsstraf terug te dringen wegens de bezwaren die er aan kleven. Bovendien neemt zo de druk op de capaciteit van het gevangeniswezen af. De kwalificatie als hoofdstraf is lange tijd punt van discussie geweest. Deze discussie en de modellen van hantering van de dienstverlening worden uitgebreid besproken. Daarnaast wordt de verenigbaarheid van de nieuwe wet met internationale verdragen en dwangarbeid besproken. Ook de maximale duur van de te vervangen vrijheidsstraf en het maximum aantal uren dienstverlening komt ter sprake. Ten slotte licht dit artikel toe hoe de organisatie van de dienstverlening is opgezet.
Annotaties en wetgeving | Wetgevingnovember 1990AA19900828
A.M. van Kalmthout
Per 1 februari jongstleden zijn in alle arrondissementen, waarvan in acht onder onderzoeksbegeleiding van het WODC, de experimenten met de alternatieve sanctie ‘Dienstverlening’ officieel van start gegaan. Graag maak ik daarom van de geboden gelegenheid gebruik deze experimenten van een enkele kanttekening te voorzien. Dit als vervolg op mijn in oktober 1980 verschenen artikel ‘Heeft de alternatieve straf nog toekomst?’, Ars Aequi 29 (1980) 9, p. 555, waarin ik deze vraag met betrekking tot de dienstverleningssanctie ontkennend beantwoordde. Aangezien de voorbereidingsgroep ‘experimenten dienstverlening’, met in haar voetspoor de Minister van Justitie, in de opzet van de nu gestarte experimenten slechts aan een gering aantal - betrekkelijk ondergeschikte - bezwaren is tegemoetgekomen, is er weinig reden de levenskansen van deze nieuwe sanctie nu hóger aan te slaan. Met name niet gezien de voorbereiding, introductie en praktische uitwerking van het experiment enerzijds en het niet voldoende (willen) onderkennen van de juridische consequenties anderzijds.
juli 1981AA19810337