Maandbladartikel

(On)rechtmatigheid van reclame met resultaten van vergelijkend warenonderzoek

H.A. Groen

Het is allemaal heel onschuldig begonnen, ruim vijftien jaar geleden, toen het woord ‘consument’ nog geen begrip was. Een aantal Nederlanders, dat het gevoel was kwijt geraakt als klant nog koning te zijn, richtte de Nederlandse Consumentenbond op, een vereniging ‘die zich ten doel stelt de belangen van de Nederlandse ingezetene als consument te behartigen onafhankelijk van enige politieke richting’. Door middel van vergelijkende warenonderzoeken en door voorlichting over prijs en kwaliteit van zowel goederen als diensten, tracht de bond dit doel te bereiken. Uitgaande van de veronderstelling dat een goede beoordeling van hun producten in de Consumentengids meer indruk op het publiek zou maken dan de lovende - woorden van de producent zelve, zijn sommige fabrikanten in ons land de publicaties van de - Consumentenbond voor hun reclame gaan gebruiken. Op enige vragen, die met deze wijze van adverteren samenhangen, wordt in dit artikel nader ingaan. Na een overzicht van verschillende wijzen waarop men met testrapporten reclame kan maken (par. 2), zal deze reclamevorm achtereenvolgens bezien worden in de verhouding Consumentenbond-adverteerder (par. 3) en concurrent-adverteerder (par. 4).

januari 1969
AA19690013

(On)waarschijnlijke verhalen: strafrechtelijk bewijs, kansrekening en scenario’s

H. Jellema

Filosofen, psychologen en wiskundigen hebben de afgelopen decennia theorieën van rationeel strafrechtelijk bewijs ontwikkeld. De twee belangrijkste hiervan zijn de Bayesiaanse aanpak en verklaringsbenaderingen, zoals de scenariotheorie. Deze benaderingen worden vaak beschouwd als rivalen. Recent bepleitte ik echter in mijn proefschrift (Im)probable Stories dat beide perspectieven nodig zijn voor een goede theorie van rationeel bewijs en dat we, door de theorieën te combineren, verschillende vraagstukken rondom strafrechtelijk bewijs kunnen beantwoorden. Dit artikel bespreekt een aantal inzichten uit dit proefschrift.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
november 2023
AA20230902

(Pre-)insolventierecht in Engeland en Frankrijk

T.J. Dorhout Mees

Vorige maand is in Ars Aequi een schets van de ontwikkelingen op het gebied van de surséance van betaling gegeven. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van het pre-insolventierecht in Engeland en Frankrijk geschetst. Daarbij zal summier worden ingegaan op de oude situatie, terwijl uitgebreider wordt stilgestaan bij de evaluatie en de meest recente wetgeving. In de vergelijking op een aantal hoofdpunten zal het Nederlandse recht worden betrokken. Daarbij zal het accent liggen op de voorstellen van de commissie insolventierecht van de vereniging 'Handelsrecht'.

Verdieping | Studentartikel
april 1988
AA19880226

(Verboden) onderscheid tussen geslacht en arbeidsduur?

H. Borgers, P. Werdmuller

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op het verbod in arbeidsduur dat in verband gezien moet worden met het verboden onderscheid naar geslacht.

Opinie | Redactioneel
september 1997
AA19970545

10 jaar bedenktijd

10 jaar bedenktijd

S.B.

In deze column wordt kort ingegaan op de herziening van de regels rondom de koopovereenkomst, in het bijzonder die van onroerende zaken.

Opinie | Column
april 2003
AA20030249

10-10-10

H.E. Bröring

Post thumbnail

Opinie | Amuse
september 2010
AA20100560

15 jaar euthanasiewet

De balans opgemaakt

E. Pans

Post thumbnail

Nederland was het eerste land ter wereld met een euthanasiewet. Die bestaat nu 15 jaar. De auteur maakt de balans op. De Wtl functioneert op hoofdlijnen goed. Er is de afgelopen jaren een grote groei geweest van het aantal euthanasiegevallen. Nog steeds betreft het overgrote deel euthanasie bij kanker. Een relatief beperkt deel van de euthanasiepraktijk is maatschappelijk controversieel, zoals euthanasie bij dementie, psychiatrie en voltooid leven. In deze bijdrage volgt een schets van de ontwikkelingen.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 2017
AA20170273

1919-1969

Onrechtmatige daad

januari 1969
AA19690001

1968, het jaar van het Nieuw Burgerlijk Wetboek

M. Bartels

Het Nieuw BW komt er heus wel ; zo tegen de tijd dat de Nederlandse bevolking verdubbeld is. Uiteraard is het interessant om zich te verdiepen in het recht dat zo'n belangrijke plaats gaat innemen in het leven van onze kindskinderen. Er is in de afgelopen twee decennia dan ook veel geschreven over het NBW. Men kan zelfs school maken, door te vuur en te zwaard het oude BW trachten te handhaven! Ars Aequi houdt zich liever afzijdig van deze academische strijd maar zoekt wel naar wegen om een nieuwe generatie van juristen meer bij het ontstaan van een nieuwe civielrechtelijke code te betrekken.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
juli 1967
AA19670233

1992 en het juridisch onderwijs

R.W. Jagtenberg

In dit artikel wordt ingegaan op de vraag of het verdergaande Europese integratieproces een verandering in de rechtenstudie vergt. Daarbij wordt er ook ingegaan op het REPINT programma. Een stageprogramma in Nederland als bij een buitenlands advocatenkantoor. Daarna wordt het Erasmusprogramma behandelt waardoor studeren in het buitenland eenvoudiger wordt. Het artikel wordt afgesloten met enkele suggesties ter verbetering van het programma.

Bijzonder nummer | Europa 1992
mei 1989
AA19890507

20 jaar Nieuw BW en het goederenrecht: er is in die tijd veel-weinig* gebeurd

*Doorhalen wat niet van toepassing is

S.E. Bartels

Post thumbnail

Met hulp van de twee fantastische hoogleraren Sven Stelbaert en Bert Valsteens bespreekt Steven Bartels de ontwikkelingen in het goederenrecht van de afgelopen twintig jaar.

Rode draad | 20 jaar Nieuw BW
juni 2012
AA20120478

2014-Nieuw, bevredigend?

C. Leeger

De invoering van de boeken 3, 5 en 6 van het NBW is weer een stap naderbij gekomen, nu in mei van dit jaar de ontwerpen door de Eerste Kamer zijn goedgekeurd. De materie krijgt langzamerhand steeds meer  actualiteit, we gaan ons realiseren dat het huidige BW aan zijn laatste jaren toe is. Het begint voor juristen en aankomend juristen tijd te worden de regeling van het nieuwe BW vaker ter hand te nemen; de rechtspraak bedient zich al sinds enige tijd van anticiperende interpretatie. Sommige constructies en rechtsfiguren sluiten nog nauw aan bij de regeling in het BW, andere zijn echter ingrijpend gewijzigd. Een van de meer interessante leerstukken wordt gevormd door de materie van 2014 BW en die van 3.4.2.3a NBW. In deze uiteenzetting wil ik mij dan ook beperken tot een behandeling van de regelingen in het NBW omtrent bescherming van verkrijgers van beschikkingsonbevoegden en een aantal hiermee verwante figuren, te weten: de overeenkomstige bescherming van pandhouders in geval van beschikkingsonbevoegdheid van de pandgever en de bescherming van derden-verkrijgers en pandhouders in geval van om binding wegens wanprestatie, en uitoefening van het recht van reclame. Overigens zullen bovenstaande figuren niet verder aan de orde komen dan voor zover het betreft roerende zaken (in de zin van het NBW: roerende stoffelijke  objecten) die niet zijn registergoederen. Omdat wellicht niet iedereen voldoende in onderhavige materie is ingewerkt, zal ik beginnen met een beschrijving van het oude en het nieuwe systeem.

maart 1981
AA19810099