Maandbladartikel

De Mediawet

H.M. Linthorst

In dit artikel wordt de Mediawet besproken. De Mediawet vervangt de Omroepwet, de Wet Voorziening Perswezen 1951 en de Wet op de omroepbijdragen. De Mediawet regelt thans de onderwerpen, opgenomen in de drie vorengenoemde wetten. Daarbij is eigenlijk alleen nieuw de regeling van steunmaatregelen voor persorganen. De Mediawet heeft dus in belangrijke mate het karakter van een codificatie. Inhoudelijk belangrijke wijzigingen bevat de wet niet veel. De belangrijkste is de verzelfstandiging van het facilitair bedrijf van de NOS. In dit artikel wordt de geschiedenis en totstandkoming van de wet besproken alsmede de doelstellingen van de Mediawet. Vervolgens komt de structuur aan de orde. Daarna wordt er aandacht besteed aan adviesorganen en het Commissariaat voor de Media. Vervolgens het behandeling de splitsing van de NOS, de pers en het Europese toezicht. Tenslotte komt de verhouding met de Grondwet en deregulering aan de orde.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
juni 1988
AA19880379

De Mediawet en het EEG-verdrag

K.J.M. Mortelmans

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 25 juli 1991, zaak C-353/89, ECLI:EU:C:1991:325 (Commissie van de EG tegen Koninkrijk der Nederlanden) Uitspraak van het HvJ EG waarin de verhouding tussen de dienstentitel van het EEG-verdrag en nationale mediawetgeving een rol speelt. In de noot wordt dieper ingegaan op de problematiek en wordt een groot overzicht gegeven van zaken waar media-aspecten bij aan de orde komen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 1992
AA19920041

De meer feitelijke kant van bewijs: een eye-opener?

D.F.H. Stein

Bijzonder nummer | Bewijs
juli 2010
AA20100450

De meerwaarde van Hegels Grundlinien voor rechtenstudenten

R.H. Bos

Post thumbnail Rechtenstudenten zien vragen over rechtvaardigheid, normativiteit en macht vaak als een aparte verzameling vragen die los van positiefrechtelijke leerstukken geanalyseerd en beantwoord moeten c.q. kunnen worden. Hierdoor krijgen de vakken die rechtsfilosofie behandelen een aparte status binnen de bachelor en is de meerwaarde voor studenten niet altijd duidelijk. Door filosofen te behandelen die positiefrechtelijke concepten integreren in hun filosofie kan dit probleem worden ondervangen. In dit artikel wordt een concrete uitwerking aan de hand van Hegels Grundlinien uiteengezet.

Perspectief | Perspectiefartikel
januari 2020
AA20200105

De meest gewenste rechtsbetrekking van de boer tot zijn land

P.K. Wolters

In dit artikel wordt beschreven hoe men in Nederland vanaf 1838 (invoering van het BW) heeft gedacht over de vraag wat de meest gewenste rechtsbetrekking van de boer tot het door hem bewerkte land is. Een vraag die er op neerkomt of eigendom van landbouwgrond moet worden bevorderd, of dat het pachtrecht de boeren reeds voldoende zekerheid geeft voor een langdurige gebruiksmogelijkheid van de grond. Ook het erfrecht zal hierbij betrokken worden.

april 1987
AA19870197

De mens als hoofdrolspeler in het auteurs- en octrooirecht

F. van der Lecq, J.R. Torenbosch

Post thumbnail Het auteurs- en octrooirecht beschermen bij uitstek creatieve voortbrengselen van de menselijke geest. In dit artikel wordt de rol van de menselijke geest in het auteursrecht en het octrooirecht ontleed en gekoppeld aan de dubbele beschermingsratio die aan deze intellectuele-eigendomsrechten ten grondslag ligt.

Rode draad | Recht & Geest
maart 2021
AA20210292

De mens wikt maar het OM beschikt

B.I. Bethlehem

Vervanging van de transactie door de strafbeschikking, verlichting van het gerechterlijk apparaat of strijd met art 113 GW?

Opinie | Redactioneel
januari 2007
AA20070007

De mensbeelden van bestuursorganen en bestuursrechters

L.J.A. Damen

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 18 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV1196, nr. 201107751/1/H2, LJN: BV1196, AB 2012/73

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2012
AA20120641

De menselijke gedraging als voorwaarde voor strafrechtelijke aansprakelijkheid

Wat dierenprocessen en artikel 51 Sr ons vertellen over het strafrecht in een wereld vol AI

J.H.B. Bemelmans

Post thumbnail Dat de geschiedenis van de menselijke gedraging als voorwaarde voor strafbaarheid wordt uiteindelijk niet in de eerste plaats bepaald door ons mensbeeld, maar vooral door de maatschappelijke en de sociale context waarin het strafrecht fungeert, legt Joeri Bemelmans uit in deze amuse.

Opinie | Amuse
januari 2024
AA20240006

De menselijke geest en detentie: naar een nieuwe invulling van ‘geestelijke verzorging’ tijdens de tenuitvoerlegging van sancties?

L.E. van Oploo

Geestelijke verzorging tijdens de tenuitvoerlegging van sancties krijgt vorm door middel van begeleiding bij het belijden en beleven van godsdienst of levensovertuiging. In deze bijdrage wordt verkend of de menselijke geest gedurende een periode van detentie niet op méér gebieden verzorging verdient en, indien dat zo is, op welke manier dat juridisch gestalte zou kunnen krijgen.

Rode draad | Recht & Geest
december 2021
AA20211128

De mensenhandelaar, de waan van de dag en de minister van Justitie

J. Giltaij, D.J. van Leeuwen

Naar aanleiding van het vluchten van een verdachte waarvan de voorlopige hechtenis in de aanloop van het geding was geschorst, gaan twee redactieleden in op aan wie de bevoegdheid tot het schorsen van de voorlopige hechtenis toekomt en dient toe te komen. Daarbij wordt met name ingegaan op de taak van de rechter in het strafproces.

Opinie | Redactioneel
november 2009
AA20090705

De militaire dimensie van de Europese Unie

P.J. Teunissen

Deze bijdrage behandelt de geschiedenis van het debat over een Europese defensie, als achtergrond voor de onderhandelingen sinds 1998 over een autonome Europese strijdmacht voor interventie bij crises. Uiteengezet wordt voorts waarom het voor de Europese Unielanden niet zo gemakkelijk is zelfstandiger militair op te treden. Zij hebben een tekort aan middelen en kunnen zich ook om strategische redenen niet losmaken van de Verenigde Staten, de andere NAVO-landen en de andere Europese landen. In de kern is het een zeer politieke aangelegenheid.

Bijzonder nummer | De toekomst van de Europese integratie
mei 2001
AA20010395