Resultaat 1297–1308 van de 7293 resultaten wordt getoond
L. van de Voort, I. van Wijk
De laatste jaren is er sprake van een toenemende automatisering in het bestuurlijke apparaat. Het gaat hierbij niet alleen om administratieve toepassingen, maar ook om toepassingen op het inhoudelijke vlak. In onderstaand artikel belichten de auteurs de problematiek die zich voordoet bij de automatisering op het inhoudelijke vlak, met name bij het nemen van beschikkingen. Vooral de eisen van de rechtsstaat zullen aan de orde komen.
februari 1986AA19860079
S.M. Bartman, R.P. Jager
Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:478 (SNS)
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuni 2020AA20200581
R.J.N. Schlössels
De afgelopen jaren is het bestuursprocesrecht vertrouwd geraakt met het verschijnsel ‘conclusie’ (art. 8:12a Awb). In deze bijdrage wordt aan de hand van de tot op heden genomen conclusies ingegaan op de vraag of de verwachtingen in kwantitatieve en kwalitatieve zin zijn uitgekomen. Tevens wordt bezien hoe de voordelen van het conclusiestelsel nog beter tot hun recht kunnen komen.
Opinie | Opiniërend artikeloktober 2021AA20210916
D.J. Hessing, F.P. van Koppen
Auteurs gaan in op de soorten confrontaties die in de praktijk bestaan, wanneer en op welke wijze deze idealiter dienen te worden uitgevoerd, welke fouten daarmee in de praktijk worden gemaakt en hoe deze kunnen worden opgelost.
Opinie | Opiniërend artikel | Rode draad | Bewijs en bewijsrechtfebruari 1999AA19990103
J. Altunian, F.L.P. Vulto
Dit artikel is gewijd aan het faillissement van de Nederlandsche Algemeene Maatschappij van Levensverzekering Conservatrix N.V. In dit artikel ontleden de auteurs de spraakmakende Conservatrix-casus en wordt onderzocht hoe de afwikkelingsinstrumenten van De Nederlandsche Bank N.V. in een faillissement van een levensverzekeraar werken. In hoeverre bieden de ruime kaders waarbinnen de rol van De Nederlandsche Bank N.V. als toezichthouder wordt vormgegeven, houvast en welke lering kan getrokken worden uit deze in het oog springende casus?
Verdieping | Studentartikelnovember 2022AA20220841
J.W. Zwemmer
Hof van Justitie Europese Gemeenschappen (HvJ EG) 11 maart 2004, nr. C-9/02, V-N 2004/15, punt 9, ECLI:EU:C:2004:138 (Hughes de Lasteyrie du Saillant t. Ministère de l'Économie, des Finances et de l'Industrie) In onderstaand arrest kwam het hof tot de conclusie dat het Franse stelsel inzake de conserverende aanslag in strijd is met het EG-recht.
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2004AA20040642
T. Bouwman
Bij het nemen van een moeilijke beslissing, kan het verstandig zijn om de voor- en nadelen naast elkaar te zetten. Gedragswetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat dit daadwerkelijk kan leiden tot verstandigere keuzes. Tom Bouwman legt in deze amuse uit waarom deze zogenoemde 'consider the opposite'-strategie een goede aanvullende beschermingstechniek in het contractenrecht kan zijn.
Opinie | Amuseseptember 2024AA20240718
M. Stremler
Opinie | Opiniërend artikeldecember 2016AA20160952
D.J. Elzinga
In dit artikel behorende bij de Rode draad 'Canon van het recht' gaat Elzinga in op de ontwikkeling van de constitutionele monarchie en behandelt daarbij ook de verschillen en de voor- en nadelen tussen een representatieve koning en een koning met werkelijke macht.
Overig | Rode draad | Canon van het Rechtjuni 2009AA20090415
J.J.J. Sillen
Bepalingen die het één noch het ander doen kunnen worden gemist, daar zal iedereen het over eens zijn. En een bepaling die volgens Joost Sillen daaraan zonder meer voldoet is artikel 113 lid 1 Grondwet.
Blauwe pagina's | Liever kwijt dan rijkapril 2023AA20230244
J.G.J. Rinkes
In dit artikel wordt aandacht besteed aan het consumentenrecht waarbij met name ingegaan wordt op de consument als zwakkere partij en diens positie. De opkomst van het consumentenrecht wordt besproken en de belangrijke rol van de Europese Unie met name door harmonisatie. Verder wordt er ingegaan op de handhaving van consumentenbelangen en nieuwe regels van consumentenrecht.
Verdieping | Studentartikeljuni 2009AA20090380
Y. Hafez
Het gebruik van een chirurgische robot met artificiële intelligentie (AI) roept specifieke aansprakelijkheidsvragen op. Aan de hand van welke toetsingsmaatstaf moeten we bijvoorbeeld beoordelen of het gebruik van zo’n robot een tekortkoming oplevert, en in welke gevallen is zo’n tekortkoming toerekenbaar? De regelgeving van afdeling 6.1.9 BW en de wettelijke normen die specifiek gelden voor hulpverleners bieden onvoldoende uitkomst. Technologische ontwikkelingen zijn, evenals de huidige ontwikkelingen in (Europese) wetgeving, meer dan welkom.
Overig | Ars Aequi-prijswinnaar | Verdieping | Studentartikelapril 2022AA20220257