Resultaat 4093–4104 van de 13254 resultaten wordt getoond
T. Nowak
In dit artikel wordt het proefschrift van T. Nowak beschreven waarin hij de onderlinge invloed van rechtspraak van Europese Hof van Justitie en de EG-wetgeving onderzoekt.
Literatuur | Proefschriftbijdragedecember 2007AA20070996
, M.T. Beumers, C.G. Breedveld-de Voogd, A.G. Castermans, E.J.M. Cornelissen, R. de Graaff, M. Haentjens, J.J.H. Hermeling, T. van den Linden
Perspectief | Ars Longa Vita Brevisoktober 2015AA20150835
J. Kiewiet
Juristen breken zich vaak het hoofd over de beste inhoud van een juridische uitspraak. Maar de vorm van het recht is minstens zo belangrijk. Ik bespreek wat onder ‘vorm’ verstaan moet worden en dat gebreken in de juridische vorm uiterst problematisch kunnen zijn. Het is daarom van belang dat in het bijzonder door de rechter niet lichtzinnig aan de vorm van het recht voorbijgegaan wordt.
Opinie | Opiniërend artikelapril 2020AA20200369
L.M. Poort, C.A. Zweistra
De machtsverdeling binnen de trias politica is een belangrijk uitgangspunt in de inrichting van het Nederlandse staatsbestel. Inmiddels zijn er zorgen over de wijze waarop ingrijpende technologische ontwikkelingen de traditionele machtsbalans onder druk zetten. Een concrete aanleiding is de mate waarin de uitvoerende macht vooroploopt bij het gebruik van nieuwe technologieën zoals digitale (geavanceerde) algoritmes. In dit artikel laten we zien dat een succesvolle handhaving van de trias politica een nauwe samenwerking vergt tussen de domeinen van technologie, politiek, ethiek en recht. De inzet van deze samenwerking is niet alleen om te voorkomen dat technologie zich ontwikkelt tot een vierde macht buiten de trias, nog belangrijker is dat een poging wordt gedaan om technologie te laten bijdragen aan een goede werking van de trias en de inrichting van een rechtvaardige samenleving.
Verdieping | Verdiepend artikeljuni 2022AA20220457
N. de Boer, J. Klijnsma
In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de theorie van de machtenscheiding. De redacteuren komen tot de conclusie, naar verwijzing naar de rechtsfilosofen Dworkin en Hart dat rechtsvorming niet meer enkel aan de democratisch gelegitimeerde volksvertegenwoordiging toekomt, maar ook aan de rechter die in verschillende zaken beslist waarin de wet onduidelijk is.
Opinie | Redactioneeljuni 2008AA20080407
L.A.G.M. van der Geld
Niet iedereen is even blij met het hoofdlijnenakkoord van de vier-partijen-coalitie, maar Lucienne van der Geld weet er voor deze column toch een pareltje uit op te duiken: er komt, als het aan de coalitie ligt, een recht op vergissen.
Opinie | Columnjuni 2024AA20240508
C.A. Goudsmit
Bijzonder nummer | Vreemdelingenrecht | Verdieping | Studentartikelmei 2000AA20000330
M.F. de Wilde
Annotaties en wetgeving | Annotatieapril 2018AA20180323
, M.L.M. Hertogh
In dit artikel gaat de auteur in op de instelling van de Europese Ombudsman. De auteur analyseert de regels rondom de instelling van de Europese Ombudsman en vergelijkt deze met de nationale regels rondom de Ombudsman. Over dit alles laat de auteur zijn kritische visie schijnen
Opinie | Opiniërend artikeljanuari 1994AA19940013
W.W.Y. Yan
Rechters worden in concrete zaken soms geconfronteerd met wettelijke regelingen die in de praktijk knelpunten opleveren. Zij kunnen daarbij voor de keuze komen te staan hoe zij die spanning zichtbaar maken, onder meer via expliciete, tot de wetgever gerichte boodschappen in rechterlijke uitspraken. Deze bijdrage analyseert hoe rechters via rechterlijke terugkoppeling dergelijke knelpunten zichtbaar maken, bespreekt recente voorbeelden van expliciete terugkoppeling en plaatst deze in het licht van de verhouding tussen rechter en wetgever. De analyse laat zien dat expliciete terugkoppeling uiteenloopt in formulering, context en doorwerking en moet worden begrepen als onderdeel van de wisselwerking tussen rechter en wetgever.
Literatuur | Proefschriftbijdragejuni 2026AA20260508
M.A. van de Laarschot
In deze bijdrage worden aan de hand van het arrest van de Hoge Raad van 6 april 1990 inzake Van Gend & Loos versus Vitesse (HR 6 april 1990, NJ 1991, 689) enige aspecten van de aansprakelijkheid van de wegvervoerder volgens Boek 8 BW behandeld en vergeleken met aansprakelijkheidsregels volgens het gemene recht.
Bijzonder nummer | Vervoersrechtmei 1993AA19930427
M.W.B. Asscher
Literatuur | Proefschriftbijdrageapril 2016AA20160312