Zestig jaar
1 Ars Aequi bestaat zestig jaar. Tijd voor een korte terugblik. Met Ars Aequi heb ik in drie hoedanigheden te maken: als lezer-abonnee, als contacthoogleraar en als columnist. Als lezer dateert mijn abonnement van 1961, dus de eerste tien jaar kan ik niet overzien. In de periode na 1961 is het blad lange tijd onveranderd gebleven. Pas in het laatste decennium vonden drie ingrijpende vernieuwingen plaats. In de eerste plaats werd in 2002 de bestuursstructuur gewijzigd. Tegenwoordig maken van het bestuur ook senior-bestuurders deel uit. In de tweede plaats werd in 2007 het format gewijzigd. Octavo werd A4 en de illustraties deden hun intree. In de derde plaats werd ook in 2007 de wijze van financiering radicaal veranderd. Studenten betalen nu geen abonnementsgeld meer (‘controlled circulation’).
2 De bestuurswijziging is mij alleen bekend omdat ik sinds 1981 deel uitmaak van het college van contacthoogleraren en annotatoren (‘C&A’). Dat college komt eenmaal per jaar bijeen, maar heeft een grotere invloed dan de vergaderfrequentie zou doen vermoeden. Zo was het aan C&A te danken dat Ars Aequi in de vorige eeuw niet op de fles is gegaan. De redactie – die toen nog het bestuur vormde – had in die tijd de merkwaardige gedachte dat het uitgangspunt dat Ars Aequi geen winst mag maken, meebrengt dat geen enkele uitgave winstgevend mag zijn. Met als gevolg dat het verlies geleden op de ook bij Ars Aequi niet afwezige winkeldochters, gemakkelijk een bankroet zou kunnen veroorzaken. Het was aan de oppositie van C&A-leden als Martin Jan van Mourik (Leiden/Nijmegen), Rob Rutgers (Groningen) en Feer Verkade (Nijmegen/Leiden) te danken dat de redactie om ging.
3 Een ander punt. Op de laatste C&A-vergadering kwam het bedroevend lage aantal studentartikelen in de jaargang 2010 aan de orde: er kwamen 38 bijdragen binnen en er werden 2 geplaatst (omdat één daarvan door een redacteur was geschreven, viel de Ars Aequi-prijs van € 1.000 automatisch aan de enig overgebleven auteur, Govert Naber, toe). Is dat wel zo bedroevend, vroeg Maurice Adams (Tilburg) zich bij die gelegenheid af. Ars Aequi wordt geschreven voor studenten, maar moet dat ook door studenten zijn?
4 Zelf meen ik dat het goed is dat Ars Aequi studentenartikelen publiceert. Daar zijn twee argumenten voor. Ten eerste vervult Ars Aequi hiermee een rolmodel voor studenten die wetenschappelijke belangstelling hebben. Ten tweede zijn er gewoon veel goede studentenbijdragen. De fout is dat men te veel aan scripties denkt. Scripties zijn echter vrijwel steeds veel te lang voor publicatie. Na het nodige cut & paste is het resultaat vaak vlees noch vis. Een veel betere bron van bijdragen zijn papers die in een periode van zeg drie weken voor een vak worden geschreven. Maar waar het hier om gaat, is dat een kwestie als deze zich goed laat bediscussiëren. De conclusie staat ook nog allerminst vast.
5 Dat geldt voor meer kwesties en daarmee raak ik de toekomst van Ars Aequi. Is er een toekomst? Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van een aantal onbekenden. Zoals de vraag wat de toekomst is van het recht en van het rechtswetenschappelijk onderzoek en onderwijs: gaat dat op den duur op in de sociale wetenschappen of behoudt het een zelfstandige positie. Wat is de toekomst van de universiteit en van het hoger beroepsonderwijs: is die aan een mega-universiteit van Zuid-Holland (Delft, Leiden, Rotterdam: InZuidHolland) of juist aan kleine elite-eenheden. Wat is de toekomst van het papieren tijdschrift: maken elektronische uitgaven straks de dienst uit. Wat is de toekomst van de Nederlandse taal in een tijd van mondialisering: europeanisering hebben we al bijna achter ons. En welke concurrentie zal Ars Aequi ondervinden van andere tijdschriften: nu al geeft welhaast iedere rechtenfaculteit een eigen gratis digitaal tijdschrift uit.
6 Het lijkt zaak deze vragen niet passief over ons heen te laten gaan, maar er goed over na te denken. Al zestig jaar is dit aan studenten wel toevertrouwd geweest. Nu moet het, met senior-bestuurders erbij, zeker lukken. En met af en toe een rake suggestie van uw columnist. (Wordt vervolgd, over vijftig jaar.)
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi oktober 2011




