Pleiten pleite?

Vorig jaar was ik oog- en oorgetuige van de landelijke pleitwedstrijden van de Jonge Balie. De acht beste jonge pleiters van het land namen het tegen elkaar op. Juridisch zaten hun betogen goed in elkaar. Maar qua retoriek had het wel wat beter gekund. Wat spannender. Wat erudieter. Met wat meer theater. Zoals in de goede oude tijd... Ooit had ik de gewoonte om met gevorderde studenten pleidooien voor de Hoge Raad bij te wonen. Top cassatieadvocaten debatteerden daar op het scherp van de snede. Nog als de dag van gisteren hoor ik Maris in de Teixeira-zaak (NJ 1968/274) zeggen: ‘Mijnheer de President, vanmorgen heb ik de proef op de som genomen. Van mijn oudste dochter leende ik een tennisbal, van mijn jongste drie tennisballen. Die ballen zijn nu alle vier van mij, zei ik toen. Daar waren ze buitengewoon verontwaardigd over. Papa, dat is gemeen’ (de Hoge Raad achtte het argument niet overtuigend). De kampioen van de welsprekendheid was wel Blackstone, gedurende vele decennia de ongekroonde koning van het Haagse cassatiecircuit. Helaas, het pleiten is bij de Hoge Raad in onbruik geraakt. Als het een beetje meezit, hoort een Hoge Raadsheer nog twee pleidooien per jaar. In het voetspoor hiervan zijn ook de universitaire pleitdisputen vrijwel verdwenen. Vroeger behoorde het lidmaatschap van zo’n dispuut tot de verplichte bagage van iedere advocaat-in-spe. Als alles tegenwoordig op papier – en straks elektronisch – geschiedt, is pleiten dan geen verouderde vaardigheid? Ik meen dat dit niet het geval is, zeker niet indien men voor pleiten spreekvaardigheid leest. Talloos zijn de gelegenheden waar een goede spreekvaardigheid de jurist van groot nut kan zijn. Het voeren van onderhandelingen, het leiden van een conciliatiegesprek, het optreden voor een scheidsgerecht – het zijn slechts enkele voorbeelden van situaties waar zwijgen zilver, spreken goud is. Wie het er niet op aan wil laten komen deze vaardigheid later in de praktijk op te doen, doet er verstandig aan in de studietijd gebruik te maken van de beschermde omgeving en er de nodige ervaring met spreekbeurten op te doen: altijd uit het hoofd (hooguit een spiekbriefje met de belangrijkste punten), een powerpoint-presentatie die geen tien minuten technische voorbereiding vergt, staande, met enige eruditie (zoals Sillevis Smitt in Ermes/Haviltex, NJ 1981/635 met zijn citaat van de Griekse boodschapper der goden Hermes), reagerend op eerdere sprekers, in een strak betoog, de tijd goed in de gaten houdend, met duidelijke conclusies en als slot een klinkend citaat. Iedere cursus spreken in het openbaar zal zo een rijtje van tien gouden tips inhouden. Nu doen!

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi april 2006

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *