Plagiaat aan de Humboldt Universiteit

Het gebeurde in 2006. Een hoogleraar wordt beschuldigd van plagiaat. Zijn verweer? ‘Mijn assistent heeft het gedaan’. Waar u dat mogelijk eerder hebt gelezen? Inderdaad, in een column in dit blad. Toen ging het om een kandidaat voor een Utrechts professoraat in het belastingrecht, die een dictaat van een collega had overgeschreven. Dat althans was de aantijging; het verweer van betrokkene was dat niet hij het dictaat had overgeschreven, maar een assistent die van hem opdracht had gekregen op naam van de hoogleraar in spe een syllabus te schrijven. L’histoire se répète, of die Geschichte wiederholt sich, zoals de Duitsers het uitdrukken. In 2006 bleek het hoofdstuk van Axel Wirth, hoogleraar te Darmstadt, over het Werkvertrag in het BGB-Kommentar van Prütting/Wegen/Weinrich voor een belangrijk deel uit de Palandt te zijn overgeschreven. En ook deze Wirth bestond het zijn assistent hiervan de schuld te geven.1

Het is te lezen in een boekje van de Münchener hoogleraar Volker Rieble, dat momenteel met rode oortjes in de Duitse juridische faculteiten wordt gelezen.2 Het is geen wetenschappelijke verhandeling, maar veeleer een schotschrift dat geboren lijkt uit verontwaardiging. Vanwaar deze boosheid? Rieble stelt zelf slachtoffer van intellectuele diefstal te zijn geweest, toen zijn huidige Münchener collega Stephan Lorenz een idee van hem zonder bronvermelding had overgenomen (p. 19).3

Kennelijk is hij toen gaan speuren en het resultaat is verbijsterend. Op alle niveaus is sprake van plagiaat. Studenten doen het; wetenschappelijke medewerkers doen het; hoogleraren doen het.

Het summum is Hans Peter Schwintowski, die in 2005 het boek Juristische Methodenlehre publiceerde. Uit een bespreking in Kritische Justiz blijkt dat grote delen hiervan letterlijk zijn overgenomen van anderen. Dat heeft Schwintowski ook nog eens heel gewiekst gedaan, door de namen van de overgeschreven auteurs wel te vermelden, maar dan in voetnoten bij passages van ondergeschikt belang. Nu is Kritische Justiz niet een veel gelezen blad, maar echt vervelend voor Schwintowski werd het toen de Frankfurter Allgemeine Zeitung zich met de zaak ging bemoeien. De van plagiaat beschuldigde hoogleraar ging meteen over tot de aanval en eiste in kort geding rectificatie. Die hij niet kreeg, integendeel. Het Landgericht Berlin kwalificeert het ‘Zitiergebot’ als ‘eine fundamentale Regel wissenschaftlichen Arbeitens’ en oordeelt dat ‘der Kläger fremde Passagen wiederholt und planmäßig als eigenständige wissenschaftliche Arbeit ausgewiesen hat’ (p. 23). Dit staat er niet aan in de weg dat Schwintowski rustig voortgaat met publiceren en doceren. Dat hij aan zijn eigen Humboldt Universiteit in ere wordt gehouden, blijkt wel uit het feit dat hij onlangs nog aan de feestbundel bij gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan van de juridische faculteit mocht meewerken.4

Heeft Schwintowski door dat hij iets verkeerds heeft gedaan? Twee argumenten heeft hij ter verdediging gehanteerd. In de eerste plaats zou een van de overgeschreven auteurs op haar beurt een publicatie van hem hebben geplagieerd (hetgeen onjuist blijkt te zijn: ook Schwintowski’s eerdere publicatie is plagiaat). Dan zou het om een populair-wetenschappelijke uitgave gaan, waar citaten niet zo nauw luisteren. Dit is volgens Posner5 het standaardverweer, dat in ons land ook wel wordt aangeduid als het Diekstra-verweer.

De psycholoog René Diekstra is door de Universiteit Leiden gedwongen ontslag te nemen. Is het in ons land dus beter dan in Duitsland? Niet helemaal. Wel heeft tegenwoordig iedere universiteit een commissie wetenschappelijke integriteit, met beroep op een centraal college bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen: het Landelijk orgaan wetenschappelijke integriteit (LOWI). Maar een uitspraak van het LOWI en een artikel in Vrij Nederland waarin twee van haar artikelen in Neuropraxis van 2004 als plagiaat werden bestempeld6 stond niet aan een benoeming van de neuropsycholoog Margriet Sitskoorn (‘Het maakbare brein’) tot hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg in de weg. Plagiaat loont, helaas!

1 Rieble (volgende noot), p. 24.
2 Volker Rieble, Das Wissenschaftsplagiat/Vom Versagen eines Systemes, Frankfurt: Vittorio Klostermann 2010, 120 p.
3 Rieble, p. 19 (ik moet bij dit onderwerp een beetje voorzichtig zijn en dus mijn bronnen noemen).
4 Festschrift 200 Jahre Juristische Fakultät der Humboldt-Universität zu Berlin, Berlijn: De Gruyter, 2010.
5 Richard Posner, The little book of plagiarism, New York: Pantheon 2007, p. 94, geciteerd door Rieble, p. 21.

6 Tomas Vanheste, ‘De overschrijfkunsten van Margriet Sitskoorn’, Vrij Nederland 25 augustus 2007.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi februari 2011

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *