KLM: onze nationale trots?

‘Het mooiste dat ik ken is de Nederlandse vlag op een oorlogsschip’. Het was meen ik wijlen Harm van Driel, de VVD-politicus van conservatieve snit, die deze woorden ooit sprak. Onze marine is inmiddels grotendeels weggesaneerd, maar gelukkig hebben we de KLM nog om trots op te zijn. Ondanks de samenwerking met Air France is die toch een beetje van ons allemaal. Met onze bloemenveilingen, Cruyff courts, Leidse universiteit, vrachtwagenchauffeurs en zuivelindustrie is de KLM deel van onze nationale canon. Maar verdient zij dat wel? Bij de Haagse rechtbank schijnen tal van zaken tegen luchtvaartmaatschappijen op behandeling te wachten waarin uit hoofde van het Sturgeon-arrest (C-402/07) schadevergoeding wordt geëist vanwege vluchtvertragingen. De luchtvaartmaatschappijen hebben geen schijn van kans deze zaken te winnen, maar traineren kan eisers er altijd toe brengen hun zaak te laten schieten, zeker als voor de rechter wordt geprocedeerd. Voor de consument was de geschillencommissie luchtvaart op dat punt veel aantrekkelijker. Maar die maakte het de reizigers te gemakkelijk om een vergoeding te krijgen en daarom trokken de maatschappijen hun medewerking per 1 januari 2012 in.

Ook op ander vlak, van de arbeidsomstandigheden, laat de KLM steken vallen. Op 18 september 2013 veroordeelde de Amsterdamse voorzieningenrechter mr. Han Jongeneel de KLM op vordering van een van haar piloten om binnen veertien dagen aan een onderzoeksinstituut de opdracht te verlenen voor een onderzoek naar de aanwezigheid en de concentratie van TCP’s (tricresylphosphate) in cabinelucht van haar Boeings 737 (ECLI:NL:RBAMS:2013:5980). En ook hier heeft de KLM een traditie van traineren. In zijn boekje Van smart naar geld (Deventer: Kluwer 2013) citeert Siewert Lindenbergh de KLM-piloot Menno de Kuyer: ‘KLM heeft intussen het maximale gedaan om de zaak te vertragen.’

Is er niets aan deze houding te doen? Twee opties dienen zich aan. In de eerste plaats valt te denken aan een reizigersstaking. Toen ooit de producent van thalidomide (Softenon) weigerde de slachtoffers te compenseren, maakte een staking van Amerikaanse afnemers daar subiet een einde aan. Nog eenvoudiger lijkt het de staat in te schakelen. De KLM is geen staatsonderneming: de Nederlandse staat heeft een belang van slechts 14,1%. Maar wel is sprake van een optieconstructie die het de Nederlandse overheid mogelijk maakt om indien nodig onmiddellijk 50,1% van het stemrecht in KLM te verkrijgen. De staat heeft dus een grote vinger in de KLM-pap. Wat let hem met deze stok achter de deur van onze nationale luchtvaarttrots te eisen dat deze zich voortaan aan de Nederlandse wetgeving houdt? Een paar gerichte Kamervragen kunnen eraan bijdragen. Dan kunnen we mogelijk echt trots zijn op onze KLM.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi augustus 2014

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *