Het Eurlings
Onze Taal heet het maandblad van het Genootschap Onze Taal, dat zich onder voorzitterschap van Ernst Numann, in het dagelijks leven raadsheer in de Hoge Raad, ten doel stelt ‘het verantwoorde gebruik van de Nederlandse taal te bevorderen en aan hen die haar gebruiken meer begrip en kennis daarvan bij te brengen’. Denk niet dat het Genootschap louter tegen germanismen fulmineert of archaïsmen in stand wil houden. Integendeel: het maandblad bevat hedendaagse bijdragen over de taal van columnist Youp van ’t Hek, de kwaliteit van het hoger onderwijs onder het gebruik van het Engels en krabbelen op Hyves.
Het blad zal ongetwijfeld geïnteresseerd zijn in het taaleigen dat de toenmalige minister Camiel Eurlings op het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat ingang heeft willen doen vinden. Ik beperk mij tot één brief die de minister op 23 september 2010, luttele weken voor zijn gezinshereniging, aan de voorzitter van de Tweede Kamer zond (VENW/BSK-2010/136551). Niet minder dan acht neologismen, of althans gevallen van nieuw gebruik van oude termen, introduceert deze brief.
Het begint al meteen met het opschrift: ‘3e Voortgangsbrief Aanvalsplan OV-chipkaart’ (mijn cursivering, EH) staat er omineus boven. Wat is een ‘aanvalsplan’? Wie ernaar googlet, vindt tot mijn verrassing geen militaire exercities vermeld, maar de verplichting voor bedrijven en instellingen met bijzondere gevaren of risico’s om, op grond van een gemeentelijke bouwverordening, te beschikken over een beknopt document van ca. 2 A4 met gegevens over het gebouw, een plattegrond, mogelijke aantallen aanwezige personen, gevaarlijke stoffen en de locatie van toegangen. Ik vermoed dat ‘aanvalsplan’ in het document van Eurlings echter een andere betekenis heeft en wel zoiets als ‘hoe gaan we alle problemen rond de OV-chipkaart te lijf’.
Hoe staat het met de problemen? ‘Op dit moment is de OV-chipkaart in vrijwel geheel Nederland uitgerold’ (mijn cursivering, EH), lezen we in de brief. Ik ken dit werkwoord van rode lopers, maar dat de OV-chipkaart in ons land zo is ontvangen, waag ik te betwijfelen. Meer voor de hand ligt zoiets als ‘de invoering is tot stand gebracht’.
Vervolgens lezen we: ‘9292 is een belangrijk loket voor reisinformatie voor ketenreizen’ (mijn cursivering, EH). Met ‘ketenreizen’ wordt vermoedelijk niet het keetgedrag van hooligans per trein op weg naar een voetbalwedstrijd bedoeld, maar een aaneenschakeling van vervoertrajecten.
Dan wordt melding gemaakt van ‘Een studierapport naar de technische haalbaarheid van het concept Enkelvoudige check-in/check-uit in de treinrailketen, rekening houdend met diverse randvoorwaarden zoals gebruikersgemak, tariefvrijheid, dynamische perrontorwijzing etc.’ (mijn cursivering, EH). De ‘treinrailketen’ hebben we al gehad, maar wat te verstaan onder ‘perrontorwijzing’: de signalering waar een OV-chipautomaat (‘Tor’?) op het perron is opgesteld, wellicht?
Iets begrijpelijker is wat onder reisproducten moet worden verstaan: dat zullen NSkaartjes, goedkope Fyra-kaartjes (de zogenaamde Winkel-dochters), Thalys-tickets, enzovoorts zijn.
Een van de aardigste neologismen vond ik de kriskrasreiziger. Google geeft aan dat dit een jongere is die reist met de Belgische reisorganisatie voor jongeren KrisKras, maar ik houd het erop dat Eurlings eerder aan de reiziger zonder vooropgezet reisdoel heeft gedacht.
Weer wat eenvoudiger is de Voor- en natransportwijze, waarachter ik het vervoer naar de bushalte c.q. van het spoorstation naar huis vermoed.
Ten slotte vermeldt de brief een vijftiental Eindbeeldteksten die zijn geschreven: dat zijn studieprojecten over het ‘Eindbeeld’ van de OV-chipkaart.
Hoeveel asfalt minister Eurlings in zijn ambtsperiode heeft gerealiseerd, weet ik niet. Wel weet ik dat hij onze taal met enige fraaie woorden heeft verrijkt. Ik zou willen voorstellen deze, te zijner gedachtenis, als Eurlings aan te duiden.
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi januari 2011




