Het bestaansrecht van niet-bestaande staten
Klimaatverandering en het volkenrecht
Zal Nederland over een eeuw nog bestaan? Of zorgt de klimaatverandering ervoor dat straks alleen de Domtoren, de Martinitoren en de Lemelerberg boven het Verdronken Land uit zullen torenen? Wie bang mocht zijn voor een toekomst zonder land kan sinds kort moed putten uit de Tuvalu Saga. Tuvalu is met Kiribati, de Maldiven en de Marshall Eilanden een van die ministaatjes die lang voor West-Nederland door de zee verzwolgen dreigen te worden. De Maldiven hebben het gevaar eind vorig jaar geïllustreerd door een vergadering van de ministerraad onder water te houden. Wat te doen? De inwoners leren om voortaan al snorkelend door het leven te gaan? Een andere locatie zoeken? Dat laatste is niet geheel ondenkbaar. In de zeventiger jaren van de negentiende eeuw zochten enige tienduizenden IJslanders vanwege de extreme armoede in hun land met toestemming van de Canadese regering hun heil in de provincie Manitoba. Uiteindelijk zouden zij geheel in de Canadeze samenleving integreren. Er is nog een derde oplossing. De Australische Rosemary Rayfuse heeft deze onlangs verdedigd.1 Deze bestaat hierin dat het volkenrecht landen zonder territorium erkent. Deze landen hebben een regering gekozen door de inwoners van het gewezen territorium. De regering behoudt de soevereiniteit over de geïnundeerde territoria en vertegenwoordigt de non-staat internationaal gezien. Tuvalu en de Maldiven overwegen momenteel een dergelijk alternatief. De premier van Tuvalu heeft hier al over gesproken met de Australische regering. Er zijn volkenrechtelijke precedenten. Van Taiwan en de Europese Unie, die geen van beide een eigen territorium hebben, is de volkenrechtelijke soevereiniteit onder bepaalde omstandigheden erkend.
Iets voor de Hittieten?
Rosemary Rayfuse heeft haar oplossing uitdrukkelijk beperkt tot eiland-staten die vanwege de klimaatverandering hun territorium dreigen te verliezen. Zij wijst wel op het vergelijkbare probleem van eilanden met een verre soeverein, zoals de Falkland Eilanden en de Franse gebieden bij Antarctica. Wie zijn fantasie gebruikt, ziet echter ook andere toepassingsmogelijkheden in het verschiet. Waarom zou de idee van een volk zonder land niet kunnen worden gebruikt voor die volkeren die hun land door gewapende conflicten hebben verloren (Koerden, Palestijnen) of die binnen een reguliere staat voor autonomie pleiten (Catalanen)? Of die door het verloop der geschiedenis in de diaspora terecht zijn gekomen? Toegegeven, we verlaten nu het beeld van de eiland-staten en dat van de klimaatverandering. Maar waarom zouden we de status van soevereine natie niet toekennen aan naties die in het verleden hebben bestaan en waarvan via dna-onderzoek nog nakomelingen traceerbaar zijn? De Romeinen, de Grieken, de Hunnen en de Hittieten – zij komen zeker in aanmerking voor een herleving van hun bestaan als natie. Wederom toegegeven, het belang van deze erkenning zal gering zijn. Maar juist in kleine dingen zal de soevereiniteit zich kunnen uiten. Door de uitgifte van postzegels en munten zullen deze neo-staten hun begroting kunnen spekken. Bij deelname aan de Olympische Spelen zullen onze schaatsbelgen zich kunnen laten naturaliseren tot schaatsromeinen. Nogmaals toegegeven, toelating van het Keltisch als officiële Europese taal zal behalve door die ene student Keltische talen in ons land niet door alle Europese ambtenaren in dank worden afgenomen, maar als we de populariteit van biodiversiteit ook taalkundig belijden lijken gouden tijden voor onze historici aan te breken. Zo kan een ecologische ramp toch in een culturele revival verkeren.
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi februari 2010




