De rechten van de blaffende hond
Honden zijn bijzondere dieren
Honden zijn bijzondere dieren. Zij zijn trouw, waakzaam en bezorgen hun baas of bazin een leuk netwerk met andere hondenuitlaters. Maar honden zijn anderen ook wel eens tot last. Een hondenbeet wordt niet door ieder kind geapprecieerd. Blaffende honden bijten weliswaar niet, maar ook hondengeblaf roept soms weerstand op. In Nederland honoreert de rechter hiertegen gerichte klachten al gauw – zie KG 1986/267 en 1987/317. In Italië wordt hier anders over geoordeeld, getuige wat de vrederechter te Reggio Emilia op 13 augustus 2006 besliste. Ik ontleen de casus aan Luigi Tramontano’s Il danno esistenziale e il suo risarcimento dopo la sentenza n. 26972/2008 delle Sezioni Unite della Cassazione, Piacenza: La Tribuna 2009, p. 401.
Eiser had zich beklaagd over gedaagde wiens hond urenlang bleef blaffen. Eisers nachtrust werd hierdoor verstoord en zelfs werd de rust in zijn gezin erdoor bedreigd. Bij wege van verzoening stelde eiser voor om de hond van een anti-blafband (‘un collare antiabbaio’) te voorzien. Zo’n band verhindert de hond door het produceren van tonen van een bepaalde hoogte om harder dan normaal te blaffen.
De vrederechter van Reggio Emilia
De vrederechter wil hier niets van weten: ‘Il cane deve essere libero di abbaiare, perché in tal modo comunica le sue emozioni, in positivo ed in negativo, esprime la sua identità ed il suo essere; perciò ogni limitazione è da vietare, in quanto lesiva dello svilupparsi dell’esistenza, in senso lato, del miglior amico dell’uomo’ (vrij vertaald: ‘Het dient de hond vrij te staan om te blaffen, omdat hij op deze wijze zijn emoties uitdrukt, in positieve en in negatieve zin, zijn identiteit en zijn wezen tot uitdrukking brengt; want elke beperking dient te worden verboden, omdat zij schadelijk is voor de ontwikkeling van de existentie, in ruime zin, van de beste vriend van de mens’).
Hebben ook hanen recht op zelfontplooiing?
Het standaardarrest in ons recht over geluidsoverlast van dieren is dat van de Losserse haan: NJ 1994/107. Het recht op zelfontplooiing van de haan speelt daarin geen rol. Iets om – met het oog op het gelijkheidsbeginsel – voortaan rekening mee te houden? Of gelden de rechten van het dier alleen voor de beste vriend van de mens?
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi oktober 2009




