Contempt of court

Wie van zijn bankpas wordt beroofd, loopt kans dat zijn rekening wordt leeggeplukt. Daartoe is wel noodzakelijk dat de dief de pincode bij de bankpas weet te achterhalen. In de toepasselijke algemene voorwaarden is vastgelegd dat de bank voor deze risico’s opdraait, tenzij de cliënt grove onzorgvuldigheid heeft betracht. Het kan bijvoorbeeld zijn dat hij zijn bankpas los in een rugzak heeft zitten, of de pincode in het zicht van iedereen gebruikt. De voorwaarden bepalen ook dat de bewijslast van de onzorgvuldigheid op de bank rust. Is daartoe voldoende dat de bank met een uitdraai van de administratie weet aan te tonen, dat de dief meteen bij de eerste poging de juiste pincode heeft ingetoetst? Het zou verdedigbaar zijn, maar het is niet de visie van de Geschillencommissie financiële dienstverlening. Evenmin als van de voorganger hiervan, de Geschillencommissie bankzaken. Het is al sinds jaar en dag vaste jurisprudentie van de geschillencommissie dat dit onvoldoende is als bewijs dat de cliënt grove onzorgvuldigheid heeft betracht. Dat betekent echter niet dat de cliënt in zo’n geval meteen zijn geld terugkrijgt. Er zijn banken die ondanks deze vaste jurisprudentie weigeren om het valselijk opgenomen geld aan een gedupeerde cliënt te restitueren. Omdat deze afwijzing van de juridische afdeling komt, kan het niet anders dan dat deze van de vaste jurisprudentie op de hoogte is. Vermoedelijk verwacht men evenwel dat de cliënt dit niet is en dat deze zich wel zal laten imponeren door het onjuiste argument van de intoetsing van het juiste nummer bij de eerste poging. Zodra de cliënt blijkt hiervan op de hoogte te zijn, wordt het opgenomen bedrag alsnog vergoed.

Het is niet het enige geval waarin het bedrijfsleven misbruik maakt van de onwetendheid van de consument. Wie de website rechtspraak.nl consulteert, zal daar talloze uitspraken van secties kanton tegen telefoonmaatschappijen tegenkomen. Vaak zijn deze een herhaling van zetten. Zo zijn er vele uitspraken waarbij de consument gerechtigd wordt geacht om het abonnement te beëindigen en de aanspraak van de telefoonmaatschappij op de kosten van het abonnement over de resterende tijd wordt afgewezen. Maar keer op keer zien we dat telefoonmaatschappijen exact hetzelfde, eerder door de rechter verworpen, verweer van pacta sunt servanda aanvoeren – zonder dat dit gehonoreerd wordt. Ook hier is bij de telefoonmaatschappij kennelijk de gedachte: het kan geen kwaad de resterende abonnementsgelden van de consument te vorderen, al hebben we daar geen recht op. Groot is immers de kans dat hij niet van deze rechtspraak op de hoogte is.

In de common law kent men voor deze gevallen de contempt of court. Deze stelt de rechter in staat de bank of de telefoonmaatschappij te beboeten vanwege het niet respecteren van het gerecht. Wij kennen ook wel mogelijkheden zoals in het kader van oneerlijke handelspraktijken. Contempt of court lijkt evenwel de koninklijke weg. Iets voor de huidige regering? Waarom niet: onder het hoofd ‘Veiligheid’ voorziet het regeerakkoord hierin: ‘Grensoverschrijdend gedrag van risicojongeren, individueel en in bendes, wordt teruggedrongen, ook door consequent lik op stuk te geven, zoals door oppakken, berechten en direct straf ten uitvoer brengen’. In het gedoogakkoord heeft de PVV hier haar zegen aan gegeven. Toegegeven: banken en telefoonmaatschappijen behoren wellicht niet tot de jongeren, maar voor het overige lijken de woorden uitstekend toegesneden op de geschetste situatie.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi mei 2011

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *