Bernard Ros (1933-2008): herinneringen aan de jaren zestig
1 Onlangs kwam een einde aan het veelbewogen aardse leven van Bernard Ros, in leven buitengewoon hoogleraar schenkingsrecht aan onze zusterfaculteit X. Bernard was gedurende vele jaren gezichtsbepalend voor zijn instituut. Hij had er ook gestudeerd, van 1953-1965. Een student, zo liet hij niet na te zeggen, betaalde in die tijd alleen de eerste vier jaar collegegeld. Dus waarom daarna niet geprofiteerd van het gratis onderricht? Hij zou daar trouwens veel plezier van hebben toen hij eenmaal zelf voor de klas stond: alle trucjes van gewiekste studenten kende hij wel.
2 Bernard was een rasbestuurder. Van alle raden maakte hij deel uit. Hij verscheen steevast te laat op vergaderingen (‘mijn professoraal kwartiertje’ noemde hij dat). Omdat hij sterk oraal was ingesteld, liet hij de stukken altijd ongelezen. ‘Wat zich niet in vijf minuten laat zeggen, is de moeite niet waard om in overweging te worden genomen’, waren zijn gevleugelde woorden. Bernard was razend populair bij de studenten in de raden, wier standpunt hij steevast deelde. In ruil kreeg hij hoge beoordelingen voor zijn colleges, ook al waren die volgens collega’s erg warrig.
3 Bernard had zich in 1969 in een onbewaakt ogenblik tot buitengewoon hoogleraar in het schenkingsrecht laten benoemen. Over dat onderwerp had hij een artikel in WPNR gepubliceerd. Soms vroeg de faculteit of hij voornemens was nog meer te gaan schrijven, maar Bernard was dat niet van plan: met zijn WPNR-artikel was alles over het onderwerp gezegd, meende hij. Wel vond hij dat andere auteurs dit wel eens wat meer zouden mogen onderstrepen.
4 Schenkingsrecht was ook het thema van zijn colleges. Er was onder zijn toehoorders enige onenigheid over de vraag vanuit welk specialisme hij de schenking behandelde. Fiscalisten plachten zijn benadering typisch civielrechtelijk te vinden; civilisten daarentegen zagen in hem een belastingkundige. Bernard maakte het zijn studenten niet eenvoudig. Onderwijs is oorlog, zo beweerde hij in navolging van een door hem bewonderde voetbalcoach. ‘En als ik moet kiezen tussen de studenten en ik, kies ik voor ik.’ Vandaar dat hij het ze extreem moeilijk maakte door zelf verzonnen onderscheidingen aan te brengen, die niet op de praktijk waren gebaseerd maar enkel het denkproces bevorderden.
5 Het is jammer dat aan zijn carrière een tragisch einde zou komen. Na het overlijden van zijn moeder moest hij helemaal alleen in het grote huis met de twee teckels wonen. Hij verslonsde zienderogen en op een gegeven ogenblik werd hem zelfs – hij waste zich in die tijd al niet meer – de toegang tot de plaatselijke supermarkt geweigerd. Gelukkig kon hij zich na zijn vut volledig storten op zijn geliefde hobby: het procederen tegen de buren. Een overhangende tak, een pianospelend kind, een overbodige windmolen – je kon het zo gek niet bedenken of Bernard bouwde het uit tot een mooie casus voor een kort geding, zijn favoriete procesvorm.
6 Bernard zal in onze herinnering voortleven als de verpersoonlijking van zijn faculteit en als epigoon van zijn tijd, de roerige jaren zestig van de vorige eeuw.
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi mei 2009




