Shop

De VN Verklaring inzake de Bescherming van alle Personen tegen Gedwongen Verdwijning

R. Heringa

In dit artikel in de serie mensenrechten wordt ingegaan op een door de algemene vergadering van de VN aangenomen resolutie die 'verdwijningen' moet tegengaan. Hoewel een resolutie van de algemene vergadering niet bindend is, heeft deze wel groot gezag, bijvoorbeeld bij de interpretatie van internationaal recht. In dit artikel wordt de definitie van 'verdwijningen' zoals deze is opgenomen in de resolutie besproken. Ook wordt er ingegaan op de schendingen van de mensenrechten als er sprake is van een verdwijning. Ook wordt de vraag besproken of het systematisch laten verdwijnen van mensen een misdaad tegen de menselijkheid is. Verder worden de achtergronden van de resolutie geschetst.

Verdieping | Verdiepend artikel
april 1993
AA19930257

De vlucht naar voren in de Digital Services Act

P.T.J. Wolters

Post thumbnail De voorgestelde Digital Services Act herziet het juridische kader voor de aansprakelijkheid en verantwoordelijkheden van onlineplatforms. Het voorstel neemt de vlucht naar voren met gedetailleerde regels en nieuwe verplichtingen. De uitgangspunten van het bestaande recht blijven echter onveranderd gelden. De Digital Services Act leidt hierdoor niet tot een fundamentele herziening van het juridische kader.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2022
AA20220191

De Vleeschmeesters: over de opheffing van een Frans faillisement en de gevolgen daarvan in Nederland

P. Vlas

Hoge Raad 31 mei 1996, nr. 16007, ECLI:NL:HR:1996:ZC2091, RvdW 1996, 133 C (Coppoolse/De Vleeschmeesters) Geding waarin in een casus over een faillissement speelt of naar Nederlands internationaal privaatrecht een vordering tegen een debiteur kan worden ingesteld nadat er in een ander land dan Nederland als reeds een faillissementsprocedure is geweest en deze is afgesloten bij het ontbreken aan baten. De Hoge Raad oordeelt dat naar Nederlands IPR dit mogelijk is en dat er in Nederland een vordering kan worden ingesteld om hetgene dat nog niet voldaan is te verkrijgen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1997
AA19970233

De visitatie van het Nederlandse rechtswetenschappelijk onderzoek 2009-2015: kritische reflectie of oefening in zelfgenoegzaamheid?

R.A.J. van Gestel

Post thumbnail

In 2016 is een onderzoeksevaluatie van het rechtswetenschappelijk onderzoek uitgevoerd waarbij universiteiten hun eigen evaluatiecommissies hebben gekozen. Het resultaat is dat alle faculteiten in Nederland als ‘very good’ worden aangemerkt. Deze bijdrage gaat erom of die uitkomst als een geruststellende gedachte moet worden beschouwd of dat de ‘gecoördineerde decentrale visitatie’ behoort tot de categorie: eens maar nooit weer. In het laatste geval geldt: wat dan?

Perspectief | Perspectiefartikel
februari 2018
AA20180160

De virtuele juridische faculteit: op weg naar monitor-juristen?

B.P. Sloot

Dit artikel behandeld de vraag in hoeverre het gunstig en handig is dat tegenwoordig een ontelbare hoeveelheid juridische informatie digitaal beschikbaar komt.

Perspectief | Perspectiefartikel
april 2002
AA20020238

De vindingrijkheid van een befeestbundelde

E.H. Hondius

Alhoewel het woord anders doet vermoeden, is het ontvangen van een feestbundel niet altijd een leuke aangelegenheid. Ewoud Hondius schrijft over het leed van de befeestbundelde.

Opinie | Column
juni 2012
AA20120433

De vierde macht

P. van den Broek, J.M.M. van de Hel

Volgens de auteurs zouden we weer terug moeten naar het zogenaamde Weberiaanse model, waarbij de top ambtenaren van een ministerie zich weer onder de minister geplaatst zien in plaats van naast de minister. Interne kritiek is volgens auteurs een goede zaak, maar dit hoeft niet door de ambtenaren naar buiten te worden gebracht.

Opinie | Redactioneel
november 1999
AA19990783

De Veteranenombudsman

Een luisterend oor voor veteranen die zich voor ons land hebben ingezet

A.F.M. Brenninkmeijer, M.H. van der Hoeven

Veteranen die in de knel raken met de overheid kunnen sinds 1 juli 2013 de Veteranenombudsman inschakelen. Deze bijdrage beschrijft de taken en bevoegdheden van de Veteranenombudsman. Welke problemen signaleert hij en hoe pakt hij deze op?

Perspectief | Perspectiefartikel
februari 2014
AA20140151

De verzwegen doorlating

Y. Buruma

Hoge Raad 4 februari 1997, nr. 104502, ECLI:NL:HR:1997:ZD0632, NJ 1997, 308 m.nt. Sch. DD 97.149 In deze zaak gaat het om ontkenning van doorlating. De doorlating werd aan de kant van de recherche ontkent om op deze manier de rechterlijke toetsing te frustreren. In de noot wordt uitgebreid ingegaan op de problematiek rondom de doorlating en wordt verwezen naar veel jurisprudentie.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1997
AA19970612

De verzelfstandiging van het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf

A.H.Th. de Boer

Artikel waarin wordt ingegaan op de wetgeving die heeft geleid tot de verzelfstandiging van het Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, die leidde tot het ontstaan van van SDU (NV). Ingegaan wordt op de gang van zaken van deze privatisering. De basis ervan in het regeerakkoord de verschillende wetten en wetsvoorstellen wordt besproken tot de uiteindelijke oprichting van een aparte naamloze vennootschap. Daarbij komt vervolgens de vermogensovergang, storting op aandelen en de overgang van het personeel aan de orde.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
maart 1989
AA19890195

De verzakelijking van het menselijk lichaam

Over de spanning tussen mens en mensheid inzake de praktijk van het commercieel draagmoederschap

J. Klijnsma

Post thumbnail Nadat het juridische kader rondom het commercieel draagmoederschap wordt er op een ethische en met sociaal-politiek filosofische wijze gekeken naar dit fenomeen. Er wordt ingegaan op de leer van het utilisme, liberalisme, deontologie en de Rawlsiaanse contracttheorie waar gekeken wordt naar de de verhouding mens en mensheid.

Verdieping | Studentartikel
januari 2008
AA20080011

De verwijzingsplicht van de hoogste rechters in Nederland en de Cilfit-controverse: prejudicieel verwijzen of niet?

J. Krommendijk, J. Langer

Post thumbnail Op grond van artikel 267 VWEU zijn de hoogste nationale rechters verplicht om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU te stellen bij twijfel over de uitleg of geldigheid van het Unierecht. De laatste jaren is er veel te doen over deze verwijzingsplicht, mede als gevolg van niet-eenduidige rechtspraak van het Hof hierover (de ‘Cilfit-controverse’). De hoogste Nederlandse rechters gaan verschillend om met deze plicht en betrekken ook niet juridisch-inhoudelijke en soms strategische overwegingen bij een verwijzingsbesluit. Het is de vraag of artikel 267 VWEU en de rechtspraak van het Hof die ruimte bieden.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2019
AA20190469