Resultaat 10333–10344 van de 12969 resultaten wordt getoond
J.W. Zwemmer
Hoge Raad 17 november 1993, nr. 28587, ECLI:NL:HR:1993:ZC5505, BNB 1994/36 Uitspraak van de Hoge Raad waar de vergoeding van koffie door de werkgever in verhouding met de inkomstenbelasting centraal staat in het kader van het gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad oordeelt daarbij met de volgende rechtsregel: 'Als niet-ambulante werknemers op basis van begunstigend beleid van de belastingdienst onbelast vergoeding van hun uitgaven voor koffie kunnen krijgen, brengt deze begunstiging op grond van het gelijkheidsbeginsel met zich mee dat degenen die van hun werkgever daarvoor geen vergoeding krijgen, deze kosten af kunnen trekken.'
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuli 1994AA19940526
Hoge Raad 27 september 1989, nr. 24.297, ECLI:NL:HR:1989:ZC4109, FED 1989/709 Uitspraak van de belastingkamer van de Hoge Raad waarin de volgende uitspraak geformuleerd wordt: 'Het verschil in fiscale behandeling tussen gehuwd en ongehuwd samenwonenden levert geen ongeoorloofde discriminatie op. Hetzelfde geldt voor het in 1981 nog bestaande verschil in fiscale behandeling tussen mannen en vrouwen. De wetgever dient een echtgenoot van wie inkomensbestanddelen aan de andere echtgenoot zijn toegerekend, in zoverre de mogelijkheid te geven bezwaar te maken tegen een aan de andere echtgenoot opgelegde aanslag.' In de korte noot wordt dieper op de verhouding tussen gehuwden en ongehuwden in fiscale zaken ingegaan.
Annotaties en wetgeving | Annotatieapril 1990AA19900237
S. Burri, S. Heeger-Hertter
Onderzoek wijst uit dat ook in de platformeconomie discriminatie voorkomt. Dit artikel biedt een verkenning van de juridische (on)mogelijkheden om discriminatie in de relaties tussen platform, platformwerkers en klanten te bestrijden. De Nederlandse gelijkebehandelingswetgeving biedt daartoe beslist mogelijkheden, maar deze zijn niet onbeperkt.
Verdieping | Verdiepend artikeldecember 2018AA20181000
A.T. Marseille
In dit artikel wordt ingegaan op de verschillende hogere bestuursrechters die Nederland kent. Deze stand van zaken heeft te maken met de bijzondere opkomt van het bestuursrecht. Verder wordt er ingegaan op de verschillen die er bestaan tussen de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State en de Centrale Raad van Beroep.
Bijzonder nummer | Krom~recht, over misstanden in het rechtjuli 2005AA20050572
M. Kremer, E. Rehbock
Het burgerlijk procesrecht van de common law landen wijkt sterk af van dat op het continent. Er lijkt echter sprake van een zekere toenadering, waarin vooral de discovery (het Anglo-Amerikaanse systee van bewijsgaring) een belangrijke rol toekomt. Discovery wordt door sommigen omarmd om knelpunten in het eigen recht op te lossen. Hier wordt ingegaan op de vraag in hoeverre inbedding daarvan aansluit bij uitgangspunten en ontwikkelingen van het Nederlandse recht.
Bijzonder nummer | Anglo-Amerikaans rechtmei 1998AA19980448
T. Barkhuysen, M.L. van Emmerik
Deze rechtsvraag heeft betrekking op de bestuursrechtelijke handhaving en overheidsaansprakelijkheid.
Perspectief | Rechtsvraagfebruari 2007AA20070177
Naar aanleiding van een bestuursrechtelijke casus worden enkele vragen gesteld en deze vragen worden vervolgens uitgewerkt.
Perspectief | Rechtsvraagjuni 2007AA20070547
Th.C.J.A. van Engelen
Hoge Raad 5 februari 2016, nr. 14/01082, ECLI:NL:HR:2016:196 (Bayer/Sandoz)
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2016AA20160650
M. van der Steeg
In dit artikel wordt het proefschrift 'Politietuchtrecht. Een studie naar de juridische aspecten en de praktijk' (Alphen aan den Rijn: Kluwe 2004).
Literatuur | Proefschriftbijdragenovember 2005AA20050962
C.M. Boeij
De positie van een directeur van een penitentiaire inrichting is voor een belangrijk gedeelte geregeld in de Beginselenwet Gevangeniswezen, de Gevangenismaatregel en in het voor elke inrichting afzonderlijk samengestelde Huishoudelijk Reglement. Bij de vraag of een directeur beleidsvrijheid heeft of niet, is het goed te bezien met welke instanties hij in de praktijk te maken heeft.
april 1983AA19830361
J.J. Dammingh
In hun bijdrage ‘Direkt wonen; dat kost geld!’ in de rubriek ‘Redactioneel’ in Ars Aequi van september jl. stellen H. Borgers en M. van de Hel dat woningzoekenden die via een tussenpersoon woonruimte te huur krijgen aangeboden, vaak ten onrechte een (te hoge) vergoeding aan die tussenpersoon moeten betalen. Deze stelling lijkt mij niet juist ten aanzien van de verhuur van onzelfstandige woonruimte. Zo zal de student die via een bemiddelingsbureau een kamer of etage vindt, doorgaans wél terecht courtage aan dat bureau verschuldigd zijn. In het navolgende ga ik nader in op enkele door Borgers en Van de Hel in hun bijdrage geponeerde stellingen.
Opinie | Reactie/nawoorddecember 1998AA19980965
H. Borgers, J.M.M. van de Hel
In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de jurische kanten van het bemiddelen bij woningen. Er is vaak sprake van een overeenkomst van opdracht waarbij de rechten voor de huurder niet helemaal duidelijk zijn.
Opinie | Redactioneelseptember 1998AA19980741