Shop

Resultaat 637–648 van de 13223 resultaten wordt getoond

Artikel 6:258 BW: voorziene of onvoorziene omstandigheden?

A. van Plateringen

Dit artikel is een proefschrift waarbij de vraag centraal staat of om een beroep te kunnen doen op art 6:258 BW er sprake moet zijn van onvoorziene omstandigheden of dat ook voorzienbare omstandigheden voldoende zijn.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
januari 2002
AA20020047

Artikel 60a van de Wet op de raad van State en bestemmingsplannen

P.W.A. Gerritzen

Aan artikel 60a van de Wet op de Raad van State wordt in de literatuur weinig aandacht besteed. Dit in tegenstelling tot artikel 80 van de Wet, een bepaling van gelijke strekking. Artikel 60a heeft tot voor kort weinig toepassing gevonden. Waar in de wet de mogelijkheid tot beroep op de Kroon wordt geopend heeft dit beroep in de meeste gevallen van rechtswege schorsende werking. Uit recente wetswijzigingen en wetsontwerpen blijkt echter een voorkeur om de automatisch schorsende werking te vervangen door de mogelijkheid om met toepassing van artikel 60a schorsing te bewerkstelligen. Dit verschijnsel doet zich o.a. voor in de sfeer van de ruimtelijke ordening. Met betrekking tot bestemmingsplannen en stadsvernieuwingsplannen kan men, gezien het specifieke karakter van deze regelingen, zich afvragen of de Voorzitter van de Afdeling voor de geschillen van bestuur van de Raad van State wel voldoende is geëquipeerd om die rechtsbescherming te kunnen bieden die opgesloten ligt in de van rechtswege schorsende werking.

mei 1982
AA19820226

Artikel 61 Fw: weg ermee?

R.E. Brinkman

Post thumbnail De echtgenoot van een schuldenaar die failliet is, kan alle goederen terugnemen die hem toebehoren en niet in de huwelijksgemeenschap vallen, aldus artikel 61 Fw. Vaak voegt de faillissementswet iets toe aan het algemene vermogensrecht en in casu het huwelijksvermogensrecht, of beperkt de toepassing daarvan. Doet artikel 61 Fw dat ook? De voorzichtige conclusie is dat dit artikel niet of nauwelijks iets toevoegt aan hetgeen ook al uit het algemene vermogensrecht en huwelijksvermogensrecht voortvloeit.

Rode draad | Snijvlakken & Kruisbestuivingen
november 2023
AA20230890

Artikel 7:2 BW: Koper en verkoper op de weegschaal

B.E.M. Hertoghs, D.F.H. Stein

In deze redactionele bijdrage wordt ingegaan op art. 7:2 BW waarin is bepaald dat de koopovereenkomst m.b.t. een woonhuis door een consument als koper schriftelijk dient te worden aangegaan. Dit artikel brengt, samen met de bedenktermijn van de koper van drie dagen, een behoorlijke onevenwichtig criterium met zich mee. Hier gaan redacteuren op in. Zij pleiten voor een notarieel koopcontract waarbij de notaris de belangen van zowel de consumentkoper als de (consument)verkoper kan beschermen.

Opinie | Redactioneel
juni 2009
AA20090361

Artikel 75 RO

G. de Groot

Post thumbnail Artikel 75 RO vormt de wettelijke basis voor juridische aspecten van de werkwijze van de Hoge Raad in de zaaksbehandeling. De positie en taken van de Hoge Raad en zijn werkwijze op basis van artikel 75 RO staan in de sleutel van de aanspraak op een eerlijk proces bij een onafhankelijke en onpartijdige rechter waarin de rechtszekerheid en de effectieve rechtsbescherming worden gediend.

Rode draad | 75
juni 2026
AA20260490

Artikel 75 Sv: de paradox van voorlopige hechtenis na een veroordelend vonnis

J.M.W. Lindeman

Post thumbnail Het lijkt voor de hand te liggen om in de fase van hoger beroep de voorlopige hechtenis van een tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf veroordeelde verdachte te laten voortduren, te hervatten of zelfs te laten beginnen. Ook in de hogerberoepfase moet de rechter voorlopige hechtenis echter als een ultimum remedium blijven beschouwen. De ‘reeds veroordeeld’-grond voor voorlopige hechtenis (art. 75 lid 1, derde volzin, Sv) ontslaat de rechter niet van de plicht steeds te motiveren waarom het uitgangspunt dat de verdachte de berechting in vrijheid mag afwachten zou moeten worden verlaten

Rode draad | 75
mei 2026
AA20260404

Artikel 75 Wetboek van Militair Strafrecht: vooralsnog een slapend wetsartikel in de bevelsverhouding tussen Nederlandse en Duitse militairen

J.J.M. van Hoek

Post thumbnail De Nederlandse gevechtsbrigades van de Koninklijke Landmacht staan sinds 2023 onder bevel van twee Duitse divisies. De auteur bespreekt de vraag of een Nederlandse militair vanwege deze onderbevelstelling strafrechtelijk kan worden vervolgd voor het niet opvolgen van een dienstbevel dat door een Duitse militair is gegeven. Hoewel artikel 75 van het Wetboek van Militair Strafrecht hiervoor een opening biedt, moet deze vraag ontkennend worden beantwoord zolang de regering geen algemene maatregel van rijksbestuur opstelt waarin de meerdere-mindere-verhouding tot de Duitse militairen is bepaald.

Rode draad | 75
april 2026
AA20260322

Artikel 8 EVRM en het gezinsherenigingsbeleid voor vluchtelingen en andere statushouders

B. Kuik

Bijzonder nummer | Vreemdelingenrecht | Verdieping | Studentartikel
mei 2000
AA20000336

Artikel 8:22 Awb: schakel tussen de curator en de bestuursrechtelijke beroepsprocedure

T. Barkhuysen, E.M.N. Noordover

Post thumbnail

Om de consequenties van een faillissement voor de procedure bij de bestuursrechter te regelen, is artikel 8:22 in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) opgenomen. In deze aflevering van 'Ode aan de schakelbepalingen' wordt artikel 8:22 Awb nader beschouwd.

Blauwe pagina's | Ode aan de schakelbepalingen
april 2017
AA20170268

Artikel 90 Grondwet en de veranderende wereldorde

K. Haex, B.C.J. van Kemenade

Het internationale recht wordt steeds vaker zonder serieuze poging tot legitimering geschonden, zoals recentelijk bij de aanvallen op Venezuela en Iran. Een veroordeling van de Nederlandse regering bleef in beide gevallen echter uit. In dit redactioneel wordt betoogd dat artikel 90 Grondwet de regering verplicht zich te verzetten tegen dergelijke schendingen. Het is aan de Staten-Generaal om toe te zien op de naleving van deze verplichting.

Opinie | Redactioneel
mei 2026
AA20260347

Artikelen van naam

J. Hijma

Post thumbnail Wel eens gehoord van het biljartbalartikel? Zo luidt de – licht van juridische humor getuigende – koosnaam van één van de artikelen van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Zulke bijnamen, niet te verwarren met de zakelijke kopjes die in wettenbundels boven of naast de artikelen worden geplaatst, zijn in het burgerlijk recht betrekkelijk zeldzaam. In deze amuse passeren er enkele de revue.

Opinie | Amuse
maart 2012
AA20120168

Aruba land in het Koninkrijk

In maart 1983 vond in Den Haag een Ronde Tafel Conferentie plaats, waaraan deelnamen het land de Nederlandse Antillen, de zes eilanden van de Nederlandse Antillen en - het andere land in het Koninkrijk -Nederland. Onderwerp van bespreking was de staatkundige positie van een van de zes eilanden, Aruba. De conferentie stemde ermee in dat Aruba gebruik zou maken van zijn zelfbeschikkingsrecht door te kiezen voor onafhankelijkheid, en dus voor uittreding uit het Koninkrijk der Nederlanden, met ingang van 1996. Daaraan voorafgaand zou aan Aruba voor een overgangsperiode van tien jaar de positie van land in het Koninkrijk op de grondslag van het Statuut worden verleend, de door Aruba - in veel sterker mate dan de onafhankelijkheid - jarenlang begeerde 'status aparte'.

mei 1986
AA19860361

Resultaat 637–648 van de 13223 resultaten wordt getoond