Resultaat 2857–2868 van de 13106 resultaten wordt getoond
O. van Klinken, O. van der Linden
In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de tendensen die leven in verschillende Europese landen om cassatie aan banden te leggen door middel van een verlofsysteem of boetesysteem bij misbruik van procesrecht. De redacteuren achten dit laatste in Nederland alleen mogelijk als de rechter de opgelegde boete moet motiveren. De redacteuren tekenen daar vervolgens bij aan dat dit in wezen weer een verzwaring van de werklast is.
Opinie | Redactioneelnovember 1991AA19910954
J.L.W. Broeksteeg
Verdieping | Verdiepend artikelapril 2018AA20180296
M.Y.A. Zieck
Opinie | Columnapril 2016AA20160253
W.L. Roozendaal
Veel rechtenstudenten dromen van een baan in de advocatuur. Het liefst bij een groot commercieel kantoor, met een goede opleiding bij ‘The Law Firm School’, een prachtig salaris en bovenal diep respect van vakgenoten voor de toetreding tot de top van je vakgebied. De realiteit van het advocatenbestaan is helaas niet altijd zo glamoureus, zo legt Willemijn Roozendaal uit in deze amuse.
Opinie | Amuseoktober 2018AA20180774
W.M. Schrama
In deze bijdrage staat mijn proefschriftonderzoek centraal naar de juridische implicaties van het ongehuwd samenleven in het Nederlandse en Duitse recht. Het grootste deel daarvan bestaat uit een rechtswetenschappelijke analyse van het ongehuwd samenleven in beide rechtsstelsels. Daarnaast is een literatuurstudie uitgevoerd naar sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar het ongehuwd samenleven in Nederland en Duitsland. Het combineren van beide perspectieven op het ongehuwd samenleven geeft aanleiding tot enkele reflecties op multidisciplinair onderzoek. In het bijzonder wordt enerzijds ingegaan op de meerwaarde van een dergelijke benadering en anderzijds op de concrete knelpunten die zich bij dit onderzoek hebben voorgedaan. Het onder de aandacht brengen van deze benadering is zinvol, omdat multidisciplinair onderzoek veelbelovend lijkt en binnen het privaatrechtelijk onderzoek in toenemende mate belangstelling geniet, maar er tot op heden binnen dit rechtsgebied weinig theorievorming bestaat over de methodologische aspecten en de praktische uitvoering ervan.
Bijzonder nummer | Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschapnovember 2007AA20070869
M.V. Polak
Hoge Raad 7 mei 2004, nr. R03/062HR, ECLI:NL:HR:2004:AO4225, RvdW 2004, 65, JOL 2004, 223, NJ 2004, 362 (Otten/Sparkasse Bonn) De wisselbepaling van art 69 Rv, die de mogelijkheid biedt om een fout bij de keuze van het procesinleidend stuk te herstellen, is mede van toepassing op de procedure om verzet in te stellen tegen een op grond van het EEX verleend verlof tot tenuitvoerlegging van een beslissing van een buitenlandse rechter.
Annotaties en wetgeving | Annotatieseptember 2004AA20040647
H. van Meerten
In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of de Unie, vanuit efficiëntie-, transparantie-, en democratieoverwegingen, gebaat kan zijn bij een duidelijkere bevoegdheidsafbakening.
Opinie | Opiniërend artikeljuni 2002AA20020399
W.D.H. Asser
Bewijsrisicoverdeling verlangt objectieve criteria. De hoofdregel van artikel 150 die verwijst naar de toepasselijke materiële rechtsregels, is Duits. De op de eisen van redelijkheid en billijkheid gebaseerde uitzondering is wel typisch Nederlands maar sluit met zijn basis in het ongeschreven objectieve recht aan bij de theoretische grondslag van de hoofdregel.
Bijzonder nummer | Duits rechtjuli 2014AA20140536
D. Allewijn
Anders dan veel andere landen kent Nederland geen mediationwet. Drie pogingen in het verleden om tot zo’n wet te komen hebben de eindstreep niet gehaald. In zijn Kamerbrief van 20 januari 2020 heeft Sander Dekker, Minister voor Rechtsbescherming, aan de Tweede Kamer bericht dat er een nieuw voorstel voor een Mediationwet aankomt. Wat wil hij rond mediation regelen en wat niet? De brief van de minister bevat een voorzet. In deze bijdrage wordt het voornemen van Dekker van een context voorzien en worden de belangrijkste keuzes die volgens de Kamerbrief gemaakt worden, besproken.
Opiniedecember 2020AA20201127
J.H. Nieuwenhuis
Hoge Raad 8 februari 1985, nr. 6515, 42 ECLI:NL:HR:1985:AG4961, RvdW 1985 (Henderson/Gibbs en Ned. Antillen). Ook bekend als Renteneurose. Aansprakelijkheid indien, mede door een neurotische behoefte aan schadevergoeding bij het slachtoffer, de gevolgen van een onrechtmatige daad ernstiger zijn en langer duren dan in de normale lijn der verwachtingen ligt.
Annotaties en wetgeving | Annotatiejuli 1985AA19850417
M.J. Borgers
Hoge Raad 21 maart 2006, nr. 02868/05 B, ECLI:NL:HR:2006:AU8131, LJN: AU8131, NJ 2006, 246, m.nt. T.M. Schalken Een geschokte rechtsorde, volgens de rechtbank is de Nederlandse rechtsorde niet geschokt wanneer er 3 dagen na een wetswijziging, waardoor in plaats van 3 kg al bij 1,5 kg cocane meer dan 12 jaar cel mogelijk is, iemand wordt gepakt met 2,2 kg, de Hoge Raad sluit zich hier bij aan.
Annotaties en wetgeving | Annotatiemaart 2007AA20070245
A.J.H. de Bruijn
Op 7 januari 2025 trad Verordening (EU) 2024/3011 in werking. Voor het eerst kent de Europese Unie een uniforme regeling voor de overdracht van strafvervolging. Anders dan klassieke instrumenten van wederzijdse erkenning berust deze verordening op een overlegmodel dat lidstaten een uitzonderlijk ruime beoordelingsvrijheid laat. De open norm van de ‘goede rechtsbedeling’, gekoppeld aan uiterst terughoudende rechterlijke toetsing, stelt het spanningsveld tussen beleidsvrijheid en rechtsbescherming centraal.
Verdieping | Verdiepend artikelapril 2026AA20260281