Shop
Resultaat 2413–2424 van de 13002 resultaten wordt getoond
De VS en het internationale recht: onthouden van consulaire bijstand aan ter dood veroordeelde Duitsers
E.M.H. Hirsch Ballin
Internationaal Gerechtshof/International Court of Justice (ICJ) 27 juni 2001, I.C.J. Reports 2001, p. 466 LaGrand Case (Germany v. United States of America) In deze uitspraak van het Internationaal Gerechtshof en de daarbij behorende noot wordt ingegaan op het feit dat staten die partij zijn bij het Statuut ook rechten toekennen aan individuele burgers. Zie de volledige uitspraak: Germany v. United States of America
Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2001
AA20010807
Resultaat 2413–2424 van de 13002 resultaten wordt getoond





Dit cahier bespreekt op systematische wijze vrijwel alle belangrijke aspecten van de voorlopige voorziening met vermelding van (veel) jurisprudentie. Deze monografie bevat veel praktische informatie en is geschreven voor een breed publiek: zij die in het bestuursrecht werkzaam zijn, bestuursrecht studeren of anderszins daarin geïnteresseerd zijn.
Een partij die in de precontractuele fase onderhandelingen afbreekt wanneer dat onaanvaardbaar is of die in de contractuele fase weigert door te onderhandelen totdat een gerechtvaardigd breekpunt in de onderhandelingen is bereikt, kan worden veroordeeld om de onderhandelingen voort te zetten. Maar: hoe zinvol is zo’n veroordeling? Is het voor de veroordeelde partij niet betrekkelijk eenvoudig om aan de veroordeling te voldoen maar vervolgens de onderhandelingen op te blazen? Heeft het nog wel zin om te trachten tot zaken te komen met een onwillige wederpartij? En wanneer is een dergelijke vordering niet toewijsbaar? Kortom: wat is het nut en waar liggen de grenzen van een veroordeling tot dooronderhandelen? Deze en een aantal aanpalende vragen staan centraal in dit artikel.
Bij het plannen van nieuwe, door de overheid te bekostigen scholen is de richting van de beoogde school, de godsdienstige, levensbeschouwelijke of neutrale grondslag, een dominante factor. Deze richtinggebonden planning staat echter onder kritiek, nu daarmee één specifiek keuzemotief doorslaggevend geacht wordt. Daarmee zouden andere schoolkeuzemotieven en initiatieven onvoldoende tot hun recht komen, en is er een spanningsveld met de eis van overheidsneutraliteit. Dit artikel bespreekt de relevante historie van de scholenplanning, de kanttekeningen bij het bestaande stelsel en het alternatief van de richtingvrije planning, neergelegd in het recente voorstel van een Wet meer ruimte voor nieuwe scholen.