Strafrecht
Resultaat 433–444 van de 455 resultaten wordt getoond
Veroordeling en Vrijspraak bij het ICC. Lubanga, Ngudjolo en Controversiële Aansprakelijkheidsconstructies
E. van Sliedregt
Internationaal Strafhof/International Court of Justice (ICC), Trial Chamber I, Case No. ICC-01/04-01/06, 14 maart 2012 (Prosecutor v. Thomas Lubanga Dyilo); Internationaal Strafhof/International Court of Justice (ICC), Trial Chamber II, Case No. ICC 01/04-02/12, 18 december 2012 (Prosecutor v. Mathieu Ngudjolo Chui) Zie de volledige uitspraak Prosecutor v. Thomas Lubanga Dyilo Zie de volledige uitspraak Prosecutor v. Mathieu Ngudjolo Chui
Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2013
AA20130302
Resultaat 433–444 van de 455 resultaten wordt getoond





Dertig jaar geleden overleed de Franse filosoof en geschiedkundige Michel Foucault. Zijn naam is onlosmakelijk met het begrip ‘kritiek’ verbonden. Niet heel lang na zijn heengaan, doofde ook het vuur van de ‘kritische’ strafrechtswetenschap, althans binnen Nederland, goeddeels uit. Dat hoeft geen grote verwondering te wekken, nu de denkbeelden van Foucault intussen sterk aan populariteit hebben ingeboet, zelfs ook wel zijn verguisd. Hieronder wil ik bepleiten dat de huidige tijd sterk verlegen zit om een nieuwe kritische benadering in de strafrechtswetenschap.
Een overzicht van de actuele stand van zaken rond de strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen.
De Hoge Raad betracht van oudsher de nodige terughoudendheid bij het toetsen van de bewijsbeslissing, nu het antwoord op de bewijsvraag in de kern een feitelijke aangelegenheid betreft waarin de Hoge Raad als cassatierechter niet te veel wil treden. Wat betreft de invulling van het bewijsrecht (die paar regels die het juridisch kader vormen waarbinnen de bewijsbeslissing moet worden genomen), heeft de Hoge Raad zich altijd tamelijk formalistisch én coulant opgesteld, hetgeen erin heeft geresulteerd dat de wettelijke bewijsregeling is uitgehold en zich geen echte juridische bewijstheorie heeft ontwikkeld. In dit artikel wordt nader ingegaan op de rol van het recht bij de bewijsbeslissing en de opstelling van de Hoge Raad ter zake de normering van die beslissing. Betoogd wordt dat de Hoge Raad wel degelijk meer zou kunnen betekenen, maar dat vanzelfsprekend niet alle openliggende vragen op dit terrein in de cassatierechtspraak kunnen worden opgelost.
Naar aanleiding van de puppytraining die hij met zijn pup Noortje volgt, reflecteert de auteur aan de hand van de vergeldings- en preventietheorieën op de vraag waarom wij straffen. Wij zouden volgens de auteur nog heel wat kunnen leren van de regels over hoe te reageren op ongewenst puppygedrag.