Strafrecht

Nederland narcostaat 2.0

Over de paradox van een land dat op het eerste oog niet de uitstraling heeft van een narcostaat en het tegelijkertijd wel is

S. Brinkhoff

Post thumbnail

    In deze bijdrage wordt, met gebruikmaking van een nieuwe definitie van het begrip narcostaat, geconcludeerd dat Nederland als Narcostaat 2.0 kan worden aangemerkt. Een land waar op het eerste oog de grootschalige productie en distributie van narcotica weinig zichtbaar en voelbaar is, maar waar paradoxaal genoeg bij nadere bestudering toch blijkt dat aan alle componenten van de definitie van een narcostaat wordt voldaan. Vervolgens wordt ingegaan op het nut en de noodzaak om Nederland zo te framen.

    In het nieuws

    Spraakmakers

    Sven Brinkhoff, de auteur van het artikel 'Nederland Narcostaat 2.0’ is op 8 juni te gast bij Spraakmakers om te praten over dit onderwerp. In deze radiotalkshow op NPO Radio 1 ontvangt Ghislaine Plag bevlogen gasten die je nét even anders naar het nieuws laten kijken. (NPO Radio 1, 9:30-11:30) De uitzending met Sven Brinkhoff is terug te luisteren op NPO Radio 1.

    Opinie | Opiniërend artikel
    juni 2022
    AA20220466

    Nederlandse strafrechtelijke bescherming van de Zwitserse vlag

    F.G.H. Kristen

    Post thumbnail

    Met artikel 435d Sr beschermt het Nederlandse strafrecht de Zwitserse vlag en Zwitserse nationale gevoelens. Maar waarom? Bovendien is de strafbepaling ruim en op onderdelen vaag, hetgeen vanuit het legaliteitsbeginsel vragen oproept. Verklaringen hiervoor zijn gelegen in de verplichting tot uitvoering van een verdrag. Dat verdrag beoogt onder meer Zwitserse vlaggen op spuugbakken tegen te gaan. Kan artikel 435d Sr niet worden geschrapt?

    Blauwe pagina's | Bijzondere bepalingen
    december 2016
    AA20160908

    Nemo tenetur en fishing expeditions

    J.S. Nan

    Hoge Raad 19 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1562 (Nemo tenetur en fishing expeditions) Dat de betrokkene het recht heeft om niet aan zijn eigen veroordeling mee te hoeven werken (nemo tenetur), betekent niet dat wilsonafhankelijk materiaal (zoals documenten) onder omstandigheden niet van hem kan worden afgedwongen. Fishing expeditions zijn echter verboden.

    Annotaties en wetgeving | Annotatie
    februari 2024
    AA20240155

    Nieuwe wetgeving ter bestrijding van faillissementsfraude

    T. Heukels, P.A.M. Verrest

    De aanpak van faillissementsfraude staat de afgelopen jaren volop in de belangstelling. Op 1 juli 2016 zijn twee wetten in werking getreden die beide zien op verbetering van de mogelijkheden om faillissementsfraude te bestrijden. Het gaat om de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude (Stb. 2016, 154) en de Wet civielrechtelijk bestuursverbod (Stb. 2016, 153). In deze bijdrage gaan de auteurs nader in op de inhoud van en aanleiding voor deze nieuwe wetgeving.

    Annotaties en wetgeving | Wetgeving
    januari 2017
    AA20170051

    Nijmeegse scooter

    N. Rozemond

    Hoge Raad 17 december 2013, nr. 12/02825, ECLI:NL:HR:2013:1964 (Nijmeegse scooterzaak); Hoge Raad 17 december 2003, nr, 12/02841, ECLI:NL:HR:2013:1966 (Nijmeegse scooterzaak)

    Annotaties en wetgeving | Annotatie
    november 2014
    AA20140841

    Nogmaals de tongzoen

    N. Rozemond

    Hoge Raad 26 november 2013, nr. 12/05539, ECLI:NL:HR:2013:1431, NJ 2014/62 m.nt. N. Keijzer (vervolg op Hoge Raad 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2653, NJ 2013/437 m.nt. N. Keijzer, AA 2013, p. 839-845 m.nt. N. Rozemond (1AA20130839))

    Annotaties en wetgeving | Annotatie
    april 2014
    AA20140291

    Non bis in idem of de schoonheid van de rechtsgeschiedenis

    W.F. van Hattum

    Post thumbnail

    De afgelopen jaren deed ik onderzoek naar de achtergronden van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit artikel formuleert de voorwaarden waaronder een tweede vervolging wegens hetzelfde feit niet wordt toegestaan: non bis in idem. Aanleiding om mij in dit onderwerp te verdiepen vormden enkele arresten van de Hoge Raad. De Hoge Raad beriep zich voor zijn standpunt of er wel of geen sprake was van een tweede vervolging wegens hetzelfde feit op ‘de strekking van art. 68’ en ‘het beginsel van het artikel’. De vraag was: op welk beginsel beriep hij zich? Waar stond het? Waar kwam het vandaan? De antwoorden die ik in de geschiedenis vond, boden een verrassende blik op de gebeurtenissen, de taal, de ontwikkelingen, en de personen rond dit onderwerp. Zij ontsloten onder meer de bron van de woorden non bis in idem en de betekenis die zij in de loop der eeuwen kregen. Mijn bijdrage gaat over deze twee historische aspecten van de regel.

    Overig | Rode draad | Historische wortels van het recht
    april 2013
    AA20130314

    Onderbouwing en beoordeling van aanhoudingsverzoeken in strafzaken

    J.M. ten Voorde

    Hoge Raad 16 oktober 2018, nr. 17/01052, ECLI:NL:HR:2018:1934

    Annotaties en wetgeving | Annotatie
    september 2019
    AA20190681

    Onderlinge samenhang tussen de OM-richtlijnen: twee vraagtekens

    L.M. van den Bosch, D.B. Sander

    Met het oog op een landelijk uniform strafvorderingsbeleid heeft het OM strafvorderingsrichtlijnen opgesteld voor de meest voorkomende delicten. De deugdelijkheid van een landelijk uniform strafvorderingsbeleid is mede afhankelijk van een evenwichtige onderlinge samenhang tussen deze strafvorderingsrichtlijnen. De auteurs zetten in dit redactioneel twee vraagtekens bij die evenwichtigheid

    Opinie | Redactioneel
    april 2020
    AA20200315

    Onderzoek in een smartphone

    Zoeken naar een redelijke verhouding tussen privacybescherming en werkbare opsporing

    L. Stevens

    Hoge Raad 4 april 2017, nr. 15/03882, ECLI:NL:HR:2017:584; Hoge Raad 4 april 2017, nr. 15/05365, ECLI:NL:HR:2017:588; Hoge Raad 4 april 2017, nr. 15/01973, ECLI:NL:HR:2017:592

    Annotaties en wetgeving | Annotatie
    september 2017
    AA20170730

    Onderzoeksbevoegdheden ter voorkoming van terroristische aanslagen: de pro’s en contra’s van het Amerikaanse antiterrorismebeleid

    M.F.H. Hirsch Ballin

    Post thumbnail De bestrijding van terrorisme heeft in het laatste decennium van de vorige eeuw het strafrechtelijk opsporingsonderzoek veranderd. Het proefschrift van Marianne Hirsch Ballin brengt in beeld hoe Nederlandse en Amerikaanse antiterrorismemaatregelen zich verhouden tot de fundamentele rechten en beginselen die in het strafrechtelijk onderzoek en het strafproces dienen te worden gewaarborgd. In dit artikel licht zij toe welke onderzoeksbevoegdheden ter voorkoming van terroristische misdrijven aan de Amerikaanse autoriteiten ter beschikking staan. Vervolgens geeft zij aan hoe de Verenigde Staten zowel in positieve als negatieve zin als voorbeeld kunnen dienen voor reflectie op ons eigen systeem van opsporing van terroristische misdrijven.

    Literatuur | Proefschriftbijdrage
    maart 2013
    AA20130247

    Oneigenlijk gebruik van de bijzondere voorwaarden in het strafrecht

    J. van Zeijst

    Beginselen vormen in het strafrecht een groot goed, maar zij hebben levens de lastige eigenschap niet geheel en al aan te sluiten bij de praktische behoeften van een doelmatige strafrechtspleging. Zo ook het legaliteitsbeginsel. In dit artikel wordt aangegeven hoe het legaliteitsbeginsel fricties kan opleveren als de rechter het bestaande wettelijke arsenaal van straffen en maatregelen ontoereikend acht. Hij zoekt naar wegen om aan de greep van het legaliteitsbeginsel te ontkomen en een voor de hand liggende mogelijkheid is dan het opleggen van een bijzondere voorwaarde. Uit de wetsgeschiedenis blijkt echter dat de wetgever aan de bijzondere voorwaarde een andere functie heeft toegedacht dan die van verkapte straf of verkapte maatregel. Een zodanig gebruik is dus in strijd met de bedoelingen van de wetgever en staat tevens op gespannen voet met het  legaliteitsbeginsel. Daarom mag met recht van een oneigenlijk gebruik worden gesproken. Enige voorbeelden hiervan komen aan de orde en tevens zal de vraag worden opgeworpen: heeft de bijzondere voorwaarde nog toekomst?

    november 1982
    AA19820621