Staatsrecht / constitutioneel recht

De Venetië-commissie over de rechtsstaat: vreemde ogen dwingen?

Y.E.M. Cremers, R.H.T. Jansen

Naar aanleiding van de toeslagenaffaire schreef de Venetië-commissie recent een rapport over de staat waarin de Nederlandse rechtsstaat verkeert. Het rapport bevat interessant juridisch leesvoer. De probleemanalyse is gedegen, maar veel aangedragen oplossingsrichtingen zijn in de Nederlandse literatuur al eens uitgedacht. Het is nu de hoogste tijd dat de staatsmachten bij zichzelf te rade gaan hoe zij hun taakvervulling zodanig kunnen verbeteren dat vergelijkbaar onrecht wordt voorkomen. De rechtspraak is al proactief begonnen met zelfreflectietrajecten – nu de regering en het parlement nog.

Opinie | Redactioneel
december 2021
AA20211059

De veranderende rol van de Nederlandse rechter

W. Sorgdrager

Post thumbnail Het machtsevenwicht van de trias politica is geen statisch gegeven. De machten verschuiven ten opzichte van elkaar. Lange tijd is de rechter gezien als de zwakste van deze staatsmachten, maar door de toegenomen mondigheid van de burger worden meer vragen aan de rechter voorgelegd. De rechter moet daarop responderen. In die respons speelt ook de toetsing aan het internationale recht een grote rol. Deze veranderende positie van de rechter kan nu niet meer als de ‘zwakste’ van de drie staatsmachten beschouwd worden. Dat schuurt wel eens.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2020
AA20200874

De vrijheid van meningsuiting gedemonstreerd

A.J.Th. Woltjer

Het thema vrijheid van meningsuiting wordt in dit artikel uiteengezet aan de hand van een casus waarbij er een demonstratie is aangekondigd van mensen met een extreem-rechts gedachtegoed. De burgemeester van de plaats moet nu een afweging maken of deze demonstratie doorgang kan vinden of dat hij een manier heeft en wil hebben om dit te voorkomen.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2002
AA20020385

De Wet persoonsregistraties

P.J. Hustinx

Op 1 juli 1989 treedt in werking de Wet van 28 december 1988, Stb. 665, houdende regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met persoonsregistraties, beter bekend als de Wet persoonsregistraties (WPR). In deze wet wordt de aanleg en het gebruik van bestanden met persoonsgegevens voor het eerst aan algemene regels gebonden. Met deze regeling heeft de wetgever een nieuw terrein betreden, waarop zich de komende jaren nog wel meer interessante ontwikkelingen zullen voordoen. Voor een goed begrip van de wet is enig inzicht in haar voorgeschiedenis en verdere achtergronden onontbeerlijk. Na een uiteenzetting daarvan zullen in dit artikel de hoofdlijnen van de wet de revue laten passeren.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
juli 1989
AA19890669

De Wet raadgevend referendum

H.M.B. Breunese

Op 1 juli 2015 is de Wet raadgevend referendum (Wrr) in werking getreden. Op grond van deze wet kunnen kiezers een verzoek indienen tot het houden van een referendum over wetten en over de stilzwijgende goedkeuring van verdragen. Het woord ‘raadgevend’ in de titel van de wet brengt niet alleen tot uitdrukking dat het initiatief voor het referendum uitgaat van de kiezer,  maar ook dat de uitslag niet bindend is, maar de status heeft van een (zwaarwegend) advies. Voor de introductie van een bindend referendum is een wijziging van de Grondwet nodig. In deze bijdrage gaat Henk-Martijn Breunese in op de discussie die voorafging aan de invoering van de wet, en op de inhoud van de wet zelf.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
september 2015
AA20150709

De Wet tijdelijk huisverbod

T.C. Borman, J.L.M. Janse

In dit artikel wordt ingegaan op op 1 januari 2009 in werking getreden 'Wet tijdelijk huisverbod' en een daarbij behorende AMvB. De wet ziet op de mogelijkheid om iemand die voor een ernstige dreiging van huiselijk geweld zorgt tijdelijk uit huis te plaatsen. In het artikel wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van de wet. Vervolgens wordt er ingegaan op de criteria voor het opleggen van een huisverbod. Daarna komen de duur en strekking van het huisverbod aan de orde. Vervolgens wordt er ingegaan op de rol van de burgemeester als openbare orde verantwoordelijke en de rol van het strafrecht en het mandaat aan de hulpofficier van justitie. Daarna wordt er in twee paragrafen ingegaan op andere procedureregels, rechterlijke toetsing en rechtsbijstand. Daarop volgend komen hulpverlening, opvang, kindermishandeling en grondrechten aan de orde. Tenslotte wordt ingegaan op de evaluatiemogelijkheid die de wet biedt.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
januari 2009
AA20090060

De wetgevingsjurist: croupier of poortwachter?

R.A.J. van Gestel

Post thumbnail Wetgevingsjuristen worden momenteel meer gedrukt in de rol van coproducenten van beleid dan in die van poortwachters die onrechtmatige wetgeving helpen tegenhouden. Wanneer we vinden dat wetgevingsjuristen een belangrijke rol hebben bij het bewaken van de effectiviteit en rechtsstatelijkheid van wetgeving verdient hun vermogen tot het bieden van tegenspraak versterking.

Blauwe pagina's | Recht en politiek
april 2020
AA20200316

De wetten moeten schendbaar zijn!

P. Elverding

Het tweede lid van artikel 131 Grondwet luidt: ‘De wetten zijn onschendbaar. Deze bepaling, die de rechter verbiedt formele wetten te toetsen aan de Grondwet, zou volgens sommigen bij wijziging van de Grondwet herzien moeten worden. Zowel de samenstellers van de Proeve van een nieuwe Grondwet (1966) als een meerderheid van de leden van de Staatscommissie van advies in zake de Grondwet en de Kieswet (tweede rapport) stellen een herziening van artikel 131 lid 2 Grondwet voor’. De voorgestelde veranderingen zouden erop neerkomen dat de rechter de bevoegdheid krijgt wettelijke voorschriften buiten toepassing te la ten als toepassing van die voorschriften niet verenigbaar zou zijn met de grondrechten. De rechter zou dus bij invoering van deze verandering de wetten niet mogen toetsen aan andere bepalingen uit de Grondwet. Zowel de Staat commissie als de samenstellers van de Proeve willen de grondrechten, al dan niet gewijzigd, tezamen brengen in het eerste hoofdstuk van een eventueel vernieuwde Grondwet. Als ik in onderstaande beschouwing zal spreken over toetsing aan grondrechten, wordt, tenzij anders vermeld, bedoeld, de bezigheid van de gewone rechter te beoordelen of in een hem voorgelegd geval de wet in overeenstemming is met de dan vigerende grondrechten in de nationale Grondwet. De vraag is: is het wenselijk de rechter tot een dergelijke beoordeling te verplichten? Daartoe zal ik een overzicht geven van de voor- en nadelen van het toetsingsrecht, terwijl nader zal worden ingegaan op de betekenis van de grondrechten.

januari 1970
AA19700490

Decentralisatie en deconstitutionalisering: welke regels moet de Grondwet bevatten?

J.L.W. Broeksteeg

Over de vraag welke regels de Grondwet moet bevatten is in de aanloop naar de grondwetsherziening van 1983 veel discussie geweest. Terwijl de regering de bepalingen over de decentralisatie verregaand wilde deconstitutionaliseren, amendeerde de Tweede Kamer diverse regels ín de Grondwet. Na 1983 zijn juist deze regels weer gedeconstitutionaliseerd, deze keer zonder noemenswaardige weerstand van de Kamer. Deze bijdrage analyseert welke argumenten daarbij werden aangedragen door zowel de regering als door de Kamer.

Rode draad | Grenzeloze Grondwetten
juni 2022
AA20220496

Delft contra de Staat

J. Bokma, M.C.B. Burkens

President Rechtbank ’s-Gravenhage (k.g.), 8 september 1981 (mr. Bondam) AB 1981 no. 532 met noot J.R. St.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 1983
AA19830261

Demystificatie van de motie

Denemarken en de Europese Unie

C.A.J.M. Kortmann

Højesteret Deens hooggerechtshof 6 april 1998, SEW 1998, p. 398, m.nt. T. Koopmans Het Deense hooggerechtshof sluit toetsing van gemeenschapsrecht aan nationaal Deens recht niet uit. De annotator bespreekt de volgende onderwerpen: toetsingsbevoegdheid van de Deense rechter, Denemarken en het internationale recht (algemeen) en Denemarken en het gemeenschapsrecht.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 1999
AA19990121