Staatsrecht / constitutioneel recht

Resultaat 445–454 van de 454 resultaten wordt getoond

Wie heeft baat bij de Hoge Colleges van Staat?

R.A.J. van Gestel, P.J.P.M. van Lochem

Post thumbnail De kritische adviezen van de Hoge Colleges van Staat over de wetgeving die aan de basis lag van de toeslagenaffaire hebben regering en Tweede Kamer niet (tijdig) op andere gedachten kunnen brengen. Dit roept de vraag op in hoeverre de adviezen van deze colleges meer in het algemeen het verschil kunnen maken wanneer kritiek en tegenmacht het meest nodig zijn.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2021
AA20210597

Wie zal de formele wet toetsen?

H.D.M. van Arkel

Welke bezwaren men ook mag hebben tegen het denkbeeld om in Nederland de mogelijkheid van rechterlijke toetsing van de formele wet aan de Grondwet te openen, men kan niet beweren, dat de meer uitgewerkte en gepubliceerde plannen daartoe zich kenmerken door een niets ontziende hervormingsdrift. In de voorstellen van de Proeve en van de Staatscommissie Cals-Donner, immers, wordt de te verlenen toetsingsbevoegdheid sterk beperkt en de gegeven toelichting maakt duidelijk, dat ook de commissieleden die vóór invoering zijn, zeer veel begrip hebben voor de bezwaren die men daartegen kan hebben. Over het algemeen gaan de voorstellen in de Proeve en in het Rapport van de Staatscommissie in dezelfde richting. Het lijkt daarom nuttig hier in het bijzonder aandacht te besteden aan het laatstgenoemde voorstel; waar het voorstel van de Proeve in een andere richting gaat, zal dat worden vermeld. Het voorstel van de Staatscommissie dan, komt - in het kort samengevat - neer op het volgende. De formele wet kan alleen getoetst worden aan de grond. wettelijke bepalingen omtrent de grondrechten; de toetsingsbevoegdheid gaat niet verder dan het in een concreet geval buiten toepassing laten van een wet die in dat concrete geval onverenigbaar is met de bedoelde bepalingen. De toetsing wordt in handen gelegd van de gewone rechter. Men moet zeggen, dat de commissie met dit voorstel niet meer doorbreekt dan noodzakelijk is wanneer men een ruimer toetsingsrecht clan wij thans kennen, wil invoeren. Hierbij moet wel aangetekend worden, dat dit voorstel niet inhoudt het definitieve standpunt van de commissie ten aanzien van de begrenzing van de te verlenen toetsingsbevoegdheid. In het hier aangehaalde rapport is namelijk het toetsingsrecht alleen behandeld in samenhang met de zogenaamde klassieke grondrechten; de grondrechten die - zoals het rapport zegt - de strekking hebben de vrijheidssfeer van de burger tegenover de overheid te waarborgen. Bij deze constatering moet dan evenwel weer worden opgemerkt, dat van de commissie in haar huidige samenstelling nauwelijks verwacht kan worden dat zij te zijner tijd met een voorstel tot invoering van een algehele toetsingsbevoegdheid zal komen. Vooruitlopende op haar studie van het vraagstuk van de eventuele algehele opheffing van de onschendbaarheid der wetten, deelt de commissie mede dat ‘naar het aanvankelijk oordeel van de grote meerderheid van de leden’ een toetsingsbevoegdheid ten aanzien van alle grondwetsbepalingen niet dient te worden ingevoerd.

januari 1970
AA19700511

Wiens brood men eet, diens woord men spreekt

Nawoord op bovenstaande reactie

L. Kaemingk, M.J. Kroeze

Kort nawoord op een reactie op een redactioneel artikel door de beider redacteuren.

Opinie | Reactie/nawoord
juni 1993
AA19930453

Wiens soevereiniteit pakt de EU dan af?

Europa als een confederale unie van soevereine lid-volkeren

A. Cuyvers

Post thumbnail Bent u voor de EU of voor het behoud van uw eigen soevereine en democratische staat? Dit is het valse dilemma dat de huidige discussie over de EU structureert en domineert. Deze bijdrage laat zien waarom de EU, nationale soevereiniteit en democratie niet onverenigbaar zijn. Zij kunnen juist verenigd en versterkt worden in een modern confederaal bestel.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
september 2014
AA20140676

Wijziging Ambtenarenwet 1929 ter zake van de uitoefening van grondrechten

C.J.G. van Olde Kalter

In dit artikel wordt ingegaan op de wijziging van de Ambtenarenwet 1929 waarbij er verschillende bepalingen zijn gewijzigd om op die manier de verwezenlijking van de grondrechten voor ambtenaren te vergroten. Waar deze voorheen waren vastgelegd in algemene regelingen kent deze waarborg nu een wettelijk kader. In het artikel wordt ingegaan op de voorgeschiedenis, art. 125a Ambtenarenwet 1929 in het bijzonder, vrijheid van godsdienst, passief kiesrecht en privacy-bescherming.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
april 1989
AA19890277

Wim, Lex, Kim en de Dalai

R.J.B. Schutgens

Roel Schutgens beschrijft in zijn column de curieuze wijze waarop de Tibetanen hun staatshoofd kiezen, en trekt vergelijkingen met onze monarchie.

Opinie | Column
april 2013
AA20130286

Woord vooraf

R. de Graaff, T.A. Keijzer, M. Samadi, E.F. Verheul, S.A.M. Vermeulen

Post thumbnail

Tien jaar geleden verscheen in Ars Aequi de Rode draad 'Raad & Daad', over rechtsvorming door de Hoge Raad. Sindsdien is er zoveel veranderd dat de redactie besloten heeft het thema opnieuw aan de orde te stellen.

Rode draad | Rechtsvorming door de Hoge Raad
januari 2015
AA20150060

Woord-en-strijd

S.E. Bartels, I. Meijer

Redactioneel artikel waarin wordt ingegaan op de beperking van de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid die niet alleen tot minder ontwikkelde landen dan Nederland beperkt blijft maar ook in eigen land de aandacht wekt.

Opinie | Redactioneel
september 1994
AA19940553

Zitten met een hoofddoek

J.A.K. van den Berg, J.B. Spath

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op het afwijzen van een hoofddoek dragen vrouw voor de functie van buitengriffier op grond van het feit dat de neutraliteit van de rechterlijke in gevaar is.

Opinie | Redactioneel
juni 2001
AA20010427

Zuinig motiveren maar wel uitleggen

Y. Buruma

Post thumbnail

Waarom motiveren rechters niet uitgebreider? Feitelijke oordelen worden niet noodzakelijk accurater gemotiveerd door meer gronden aan te voeren. En juridische oordelen moeten worden begrepen in het licht van de Europese traditie waarin het niet zozeer gaat om een argumentatie inzake de ‘beste oplossing’, maar veeleer om de interpretatie van de wet. Maar een en ander neemt niet weg dat de rechter wel degelijk wat meer mag uitleggen, niet bij wijze van rechtvaardiging van zijn oordeel, maar als toelichting op de betekenis van zijn uitspraak voor de betrokkenen en de samenleving.

Rode draad | Rechtsvorming door de Hoge Raad
februari 2015
AA20150150

Resultaat 445–454 van de 454 resultaten wordt getoond