Resultaat 49–60 van de 396 resultaten wordt getoond

De kunst van het kopen: de wondere wereld van kunstaankopen door de Staat

E.M.J. Hardy

Post thumbnail Tussen 2015 en 2022 kocht de Nederlandse Staat tweemaal een schilderij van Rembrandt van de Franse bankiersfamilie De Rothschild. De kostprijs was in totaal € 255 miljoen, waarvan € 230 miljoen werd betaald met publiek geld. Welke regels gelden er voor niet begrote staatsaankopen als deze? Welke afwegingen worden er gemaakt en wat is de rol van het parlement? Over hoe de liefde voor kunst kan verbinden en verblinden.

Bijzonder nummer | Kunst & Recht
juli 2023
AA20230532

De kwetsbaarheid van de rechtsstaat

R.B.J. Tinnevelt

Over de staat van de rechtsstaat horen we de laatste jaren steeds vaker dezelfde bekommernis. Ontwikkelingen in Hongarije en Polen laten zien dat de rechtsstaat in gevaar is. Over de vraag wat rechtsstatelijk verval precies is en wat de rechtsstaat weerbaar maakt horen we echter veel minder. Dit artikel toont hoe een bepaald beeld van de rechtsstaat – de rechtsstaat als vorm van zelfbinding – ons blikveld domineert en daarmee tot een eenzijdige kijk leidt op verval, weerbaarheid en de instrumenten die nodig zijn om dit te bereiken.

Literatuur | Oratie
september 2023
AA20230710

De l’esprit d’Urgenda

T. Kok, F.Q. van de Pol

Er is reeds veel gezegd en geschreven over de uitspraak inzake Urgenda, waarin de Rechtbank Den Haag de Staat beveelt de broeikasgassen te verminderen. De kritiek concentreert zich voornamelijk op de rol van de rechter ten opzichte van de wetgever: betreedt de rechtbank door de uitspraak niet het politieke domein? In dit redactioneel wordt de uitspraak langs de meetlat gelegd van een van de grondslagen van de scheiding der machten: Montesquieus De l’esprit des lois. Had de uitspraak Montesquieus (staatsrechtelijke) goedkeuring kunnen verdragen?

Opinie | Redactioneel
december 2015
AA20150959

De last van het compromis

C. Smit

Post thumbnail Het is tegenwoordig moeilijk voorstelbaar hoe ons parlementair stelsel zou kunnen functioneren zonder regeerakkoorden. Tegelijkertijd kunnen politieke partijen aan de totstandkoming van een akkoord in de weg staan als zij onder druk van hun achterban geen compromissen willen sluiten. In deze bijdrage wordt onderzocht hoe het staatsrecht en in het bijzonder het lastverbod compromisvorming faciliteert.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2020
AA20200243

De legitimiteit van rechterlijke rechtsvorming

R.A.J. van Gestel, M.A. Loth

Rob van Gestel & Marc Loth kruisen in deze Tweeluik de degens met Geerten Boogaard & Roel Schutgens over de stelling ‘Waar het gaat om maatschappelijke kwesties die zowel met het politieke domein als met het domein van de rechtspraak verband houden, zou de hedendaagse trias politica ten aanzien van de rechter moeten voorschrijven dat deze een actieve rol op zich neemt.’

Opinie | Tweeluik
oktober 2020
AA20200885

De levensbeëindiging van een gehandicapte mongoloïde pasgeborene

C. Kelk

Hoge Raad 28 april 1989, nr. 2238, ECLI:NL:HR:1989:AD0762 (mrs. Bronkhorst, Van den Blink, Beekhuis, Mout en Govaerts) (gegeven na conclusie van A-G Fokkens tot verwerping van het beroep). De beslissing van een medicus om niet over te gaan tot de operatie van het mongoloïde kind (geboren met het syndroom van Down), dat leed aan een duodenum atresie (afsluiting van de maag en de twaalfvingerige darm) alsmede tot het beëindigen van de medische behandeling, welke het kind genoot, waarna het kind is overleden, kan naar het oordeel van het Hof en van de Hoge Raad de toets van de redelijkheid doorstaan. Hierbij waren een aantal omstandigheden van belang. Deze worden in onderstaande bijdrage nader toegelicht. Ook wordt ingegaan op de gecompliceerde materie van de omissiedelicten, de bijzondere zorgplichten, de wijze van marginale toetsing in de bezwaarschriftprocedure alsmede de rol van de arts. In de noot wordt tevens kritiek geuit op de bezwaarschriftprocedure, waarin een omstreden en zeer gecompliceerde kwestie werd beslecht. Hiermee wordt volgens de auteur zowel de aard van de bezwaarschriftprocedure als het belang van de zaak zelf geweld aangedaan: voor een vóórprocedure was het onderzoek te verstrekkend, voor een onderzoek ten gronde was het té oppervlakkig.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 1989
AA19890862

De ontbinding ontleed

Over de betekenis van de verplichte Kamerontbinding van art. 137 Gw in de huidige grondwetspraktijk

R.J.B. Schutgens

Afdeling advisering van de Raad van State 29 september 2017, Kamerstukken II 2017/18, 32334, 11.
Uw annotator staatsrecht neemt ditmaal de vrijheid om geen jurisprudentie te annoteren, maar een zeer interessant advies dat de Afdeling Advisering van de Raad van State uitbracht over de correcte toepassing van de herzieningsprocedure voor de Grondwet. De Tweede Kamer vroeg de Afdeling om dit advies in het kader van de behandeling van het ‘voorstel-Halsema’ dat strekte tot wijziging van artikel 120 Gw.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2018
AA20180059

De overtreffende trap van ‘gelijkheid’

M.M. Dolman

Het gelijkheidsbeginsel is niet meer wat het geweest is. Ooit was het een klassiek grondrecht als alle andere; alle burgers werden geacht gelijk te zijn voor de wet, die hen moest vrijwaren van willekeur van overheidswege. Gelijkheid was formeel; zij was een attribuut van de vrije burger. Welk gebruik hij ervan maakte en maken kon deed niet terzake. Die tijd komt nooit meer terug, en gelukkig maar. Men kan gelijkheid niet proclameren en dan menen dat zij verwezenlijkt is. Mensen zijn niet gelijk, ook niet voor het recht. Integendeel, het recht onderscheidt, dus behandelt mensen per definitie als ongelijken. Dat doet het ook waar het maatschappelijke ongelijkheden beoogt op te heffen. Immers, niet langer wordt genoegen genomen met fraaie spreuken: gelijkheid is een maatschappelijk doel, dat actief verwezenlijkt dient te worden. Welke middelen heiligt dit doel?

Bijzonder nummer | Rechtsbeginselen
oktober 1991
AA19910897

De parlementaire democratie als partijendemocratie

R.B.J. Tinnevelt

Post thumbnail Politieke partijen spelen nog steeds een cruciale rol binnen onze democratische rechtsstaat. Ze creëren een belangrijke brug tussen politiek en samenleving: tussen burgers enerzijds en openbaar bestuur en volksvertegenwoordigende organen anderzijds. Hoe belangrijk is het echter dat politieke partijen ook intern democratisch georganiseerd zijn? Dient de wetgever hier dwingende eisen voor op te stellen?

Blauwe pagina's | Recht en politiek
januari 2020
AA20200004

De Poolse rechtsstaat bedreigd

P.J. Slot

HvJ EU (grote kamer) 2 maart 2021, C-824/18, ECLI:EU:C:2021:153 (A.B. e.a. tegen Krajowa Rada Sądownictwa) Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Naczelny Sąd Administracyjny (hoogste bestuursrechter van Polen), bij beslissing van 21 november 2018, ingekomen bij het Hof op 28 december 2018. Dit verzoek is aangevuld bij beslissing van 26 juni 2019, ingekomen bij het Hof op 5 juli 2019, in de procedure A.B., C.D., E.F., G.H. en I.J. tegen Krajowa Rada Sądownictwa.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
juni 2021
AA20210613

De positie van de rechter in de samenleving (Digitaal boek)

C. Joustra

Post thumbnail Politici trekken zich soms weinig aan van de Trias Politica, nog voor het vonnis is gewezen hebben zij hun oordeel al gegeven. Kunnen rechters zich publiekelijk verweren en staat het ook hun vrij kritiek op de wetgever en politici te leveren?

9789069166773 - 05-12-2005

De provincie als geketende reus

Over de vorming van landsdelen en het sluiten van de huishouding

J.L.W. Broeksteeg

Post thumbnail Het kabinet Rutte-II heeft vergaande plannen met de provincie. Uit het regeerakkoord wordt duidelijk dat VVD en PvdA de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland willen samenvoegen tot de provincie Noordvleugel. Op de lange termijn (2025) wenkt, aldus deze partijen, het perspectief van vijf landsdelen. Dat is niet alles: het regeerakkoord gaat ook uit van ‘een materieel gesloten provinciale huishouding, beperkt tot taken op het gebied van ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, natuur en regionaal economisch beleid’. Het sluiten van de provinciale huishouding betekent, kort weergegeven, een beperking van het aantal belangen dat de provincie mag behartigen. De provincie als reus dus, maar dan wel geketend. In dit artikel werkt Hansko Broeksteeg de plannen verder uit en gaat hij in op de juridische gevolgen van deze voorstellen.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2014
AA20140101

Resultaat 49–60 van de 396 resultaten wordt getoond