Staatsrecht / constitutioneel recht

Het Binnenhof als buitenpost

Over spionage voor een buitenlandse mogendheid door een Kamerlid

R.H.T. Jansen

Post thumbnail Democratische rechtsstaten staan onder druk. Autocraten stomen op en willen de wereldorde in hun voordeel herschikken. Zij schuwen inmenging in buitenlandse politieke processen daarbij niet. Een scenario waarin een Kamerlid geheime of anderszins gevoelige informatie doorsluist naar een buitenlandse mogendheid is dan ook niet ondenkbaar. Na een korte bespreking van de onderzoeksmogelijkheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in een dergelijke situatie, zet deze bijdrage uiteen welke parlementsrechtelijke maatregelen en strafrechtelijke sancties mogelijk zijn, mocht een dergelijke situatie zich voordoen in Nederland.

Verdieping | Verdiepend artikel
oktober 2025
AA20250673

Het democratisch gehalte van de afgelopen kabinetsformatie

J. Zoodsma

In de zestiger jaren is er veel beweging ontstaan rond een deel van ons staatkundig functioneren. De klemtoon viel daarbij vooral op een sterkere relatie tussen kiezer en gekozene. Deze democratiseringsbeweging, politiek vooral verpersoonlijkt door D'66, culmineerde staatrechtelijk in het rapport van de staatscommissie Cals-Donner. Toch heeft deze discussie weinig opgeleverd. De bestaande regels zijn blij ven bestaan. Daarmede is echter de onvrede niet weggenomen . 13ij velen is sterk het gevoel aanwezig dat de invloed van de kiezer niet verder reikt dan het stemhok. Hier houdt ,·oor hem de democratie nagenoeg halt. De kabinetsformatie kent haar eigen regels. Daarbij gaat het veeleer om politieke onderonsjes en machtspolitiek dan om het honoreren van het kiezer. gedrag. In het navolgende wordt geprobeerd om de afgelopen kabinetsformatie op een aantal punten door te licht en op haar democratisch aanzien. Daarbij wordt het begrip democratie in tweeërlei zin opgevat: zowel het betrachten van evenredigheidsverhoudingen bij een zo breed mogelijke samenstelling van een coalitiekabinet als het respecteren van staatrechtelijk vigerende regel. Vervolgens wordt aan de hand van deze  begripsinterpretatie het formatieproces hetwelk had moeten leiden naar een tweede kabinet den Uyl op een aantal zaken getoetst. Condities, strategie, verdeling van minister posten komen daarbij achtereenvolgens aan de orde. Na de bespreking van een aantal in dit verband mede relevante zaken wordt besloten met het plaatsen van enkele kanttekeningen bij de formatie CDA-VVD.

mei 1978
AA19780261

Het gelijkheidsbeginsel en de scheppingsorde

een staatsrechtelijke botsproef

G.J. Leenknegt

Een proefproces tegen de SGP om te bekijken dat hen kan worden verboden vrouwen uit te sluiten als lid, althans volwaardig lid, van de partij. Hebben grondrechten ook een horizontale werking?

Opinie | Amuse
september 2005
AA20050659

Het genderneutrale staatshoofd

S. Steneker

"Als de ‘archaïsche aanhef’ boven rechterlijke en notariële grossen dan toch modern moet én de overheid zoveel mogelijk genderneutraal gaat werken, waarom dan niet ook een genderneutrale aanduiding van ons staatshoofd?" Sander Steneker houdt in zijn eerste column voor Ars Aequi een pleidooi voor genderneutrale aanduidingen.

Opinie | Column
januari 2018
AA20180027

Het internationale recht en de nationale (t)rechter: de een ieder beschermende toepassing van artikel 94 Grondwet

B.A. Kuiper-Slendebroek

Post thumbnail

Het internationale recht dat de Nederlandse staat bindt, wordt door de nationale rechter toegepast. Dit is onder andere neergelegd in artikel 94 Grondwet. In deze bijdrage wordt de toepassing van dit artikel uiteengezet aan de hand van wetsgeschiedenis en jurisprudentie.

Verdieping | Verdiepend artikel
februari 2016
AA20160079

Het klimaatgevaar en het gouden Kelderluik

A.G. Castermans

Post thumbnail

Het vonnis in de Urgenda-zaak kan worden verklaard vanuit procedureel perspectief. Partijen – Urgenda en de Staat – waren het voor de Haagse rechtbank over veel eens en de Staat heeft van een aantal punten – feitelijk – geen probleem gemaakt. De rechtbank bleef binnen de constitutionele grenzen door hetgeen feitelijk en juridisch tussen partijen is komen vast te staan.

Opinie | Tweeluik
januari 2016
AA20160034

Het kort geding over het ESM-verdrag

R.J.B. Schutgens

Rechtbank Den Haag 1 juni 2012, nr. 419556 - KG ZA 12-523, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7242, LJN: BW7242, JB 2012/174 (m.nt. Broeksteeg) (Wilders c.s./De Staat)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 2012
AA20120635

Het lek van Nootdorp, beschouwingen over het verschoningsrecht van journalisten

P.J.R. Habraken

Mag een journalist zich ter bescherming van zijn bronnen verschonen van het afleggen van getuigenis in rechte? In dit artikel wordt naar aanleiding van de geruchtmakende 'Nootdorp-affaire' het geldende recht met betrekking tot het journalistieke verschoningsrecht onderzocht. Hierbij komt aan de orde de vraag, of artikel 10 ECRM — eventueel in verband met artikel 19 BuPo-verdrag — de journalist in dat opzicht wellicht nieuwe mogelijkheden biedt.

Verdieping | Studentartikel
oktober 1989
AA19890825

Het misdrijf majesteitsschennis afgeschaft

De initiatiefwet tot opheffing van de bijzondere bepalingen aangaande majesteitsschennis en belediging van bevriende staatshoofden

S.S. Arendse, P.A.M. Verrest

In deze bijdrage zullen de auteurs de inhoud van de Wet van 15 mei 2019 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES teneinde enkele bijzondere bepalingen inzake belediging van staatshoofden en andere publieke personen en instellingen te doen vervallen uitlichten. Daarbij zal aandacht worden besteed aan de belangrijkste discussiepunten tijdens de parlementaire behandeling en de wijzigingen die als gevolg daarvan in het voorstel zijn aangebracht.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
september 2019
AA20190694

Het Nederlandse parlementaire stelsel (Digitaal boek)

D.J. Elzinga, H.G. Warmelink

Post thumbnail Dit cahier reikt een kader aan van waaruit de werking van het Nederlandse parlementaire stelsel kan worden verklaard.

9789069161327 - 15-08-1993

Het Nederlandse staatshoofd in rechtshistorisch perspectief

P.A.J. van den Berg

Post thumbnail In 2010 werd door twee parlementariërs een wetsvoorstel ingediend, dat ertoe strekt om de deelname van de koning aan de regering te beëindigen. De vorst zou zich volledig moeten toeleggen op zijn functie als staatshoofd. In dit stuk wordt betoogd dat de dubbelfunctie van de koning het gevolg is van de opkomst van het parlementaire stelsel en dat het wetsvoorstel uit 2010 past in de lijn van die historische ontwikkeling.

Blauwe pagina's | Recht en politiek
mei 2020
AA20200436

Het rookverbod en de bevoegdheid van de Hoge Raad om wetgeving aan verdragen te toetsen

R.J.B. Schutgens

Hoge Raad 10 oktober 2014, nr. 13/02931, ECLI:NL:HR:2014:2928 (Staat/Nietrokersvereniging CAN)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2015
AA20150305