Resultaat 661–672 van de 2043 resultaten wordt getoond
L.J.A. Damen
Centrale Raad van Beroep (CRvB) 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3123, nr. 13-190 WMO, NJB 2014/1793, ABKort 2014/341 Procederen over procederen; het moeten procederen voor een deugdelijke motivering van een besluit rechtvaardigt een proceskostenveroordeling; een besluit moet steeds deugdelijk gemotiveerd zijn zodat het geen nadere uitleg behoeft. Artikel 3:46, 3:47, 8:74, 8:75 Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Annotaties en wetgeving | Annotatiejanuari 2015AA20150040
J.F.C.W. van den Brekel, R.P.A. Douwenga
Voetbalvandalisme is al decennia een maatschappelijk probleem. De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) is de belangrijkste sanctionerende partij in de aanpak van voetbalvandalisme. In oktober 2022 werd de beroepsprocedure tegen een door de KNVB opgelegd stadionverbod fors onderuitgehaald door de rechter, vanwege een gebrek aan hoor en wederhoor. In deze bijdrage onderzoeken de auteurs hoe het met het civielrechtelijk stadionverbod en zijn alternatieven staat. Vanuit juridisch oogpunt zijn er namelijk een aantal knelpunten rondom het civielrechtelijk stadionverbod te identificeren. Deze worden in onze bijdrage behandeld, waarbij de focus voornamelijk ligt op (het gebrek aan) beschermende waarborgen. Daarnaast wordt ingezoomd op de bestaande wettelijke mogelijkheden om voetbalvandalisme aan te pakken.
Verdieping | Verdiepend artikelfebruari 2024AA20240133
G.H. Addink
In deze bijdrage gaat Henk Addink in op de Principles of Good Governance op nationaal niveau. Centrale vragen in het artikel zijn: wat is de inhoud van het juridische concept van goed bestuur, welke benadering wordt daarbij gekozen en welke praktische, normatieve consequenties zijn daaraan verbonden?
Verdieping | Verdiepend artikelapril 2012AA20120266
G.K. Sluiter
In deze bijdrage staat de vraag centraal wat de rol en betekenis is van het internationaal strafrecht ten aanzien van het conflict in Gaza. De slotsom is dat de gevechtshandelingen van alle strijdende partijen in veel gevallen te beschouwen zijn als oorlogsmisdrijven; dit volgt uit de jurisprudentie van internationale straftribunalen. Het Internationaal Strafhof heeft rechtsmacht over deze strafbare feiten en zal moeten laten zien dat effectieve vervolging van politieke en militaire leiders zal plaatsvinden.
Opinie | Opiniërend artikeljuni 2024AA20240518
M.T.A.B. Laemers
Perspectief | Perspectiefartikelfebruari 2017AA20170155
S. Garvelink
Op 30 juni 2008 deed het Europese Hof voor de Rechten van de Mens uitspraak in de geruchtmakende zaak Gäfgen tegen Duitsland. Het ging daar onder meer om de vraag of levensbedreigende situaties aanleiding kunnen zijn om het taboe op foltering in de rechtsstaat te doorbreken. Dit artikel geeft een overzicht van de feitenen procedures en gaat in op de rechtsfilosofische achtergronden.
Verdieping | Studentartikeljanuari 2009AA20090022
E.J. Dommering
De Commissie-Thomassen had tot opdracht een Grondwetsvoorstel in Jip en Janneke-taal te maken en ook de grondrechten die over informatietechnologie gaan (de artikelen 7-13 Gw) te moderniseren. De Commissie bracht in 2011 een verdeeld advies uit. Daarvan is nu een voorstel tot wijziging van artikel 13 (brief- en telefoongeheim) overgebleven. Een voorontwerp zal vermoedelijk dit jaar gevolgd worden door een definitief voorstel aan de Tweede Kamer. Dit artikel onderwerpt het voorontwerp en het voorstel van de Commissie aan een kritische analyse.
Verdieping | Verdiepend artikelmei 2013AA20130378
J.M. Barendrecht
Column van Barendrecht waarin deze ingaat op de taak en het domein van de rechter in het Nederlandse rechtsbestel in veranderende tijden.
Opinie | Columnmaart 2009AA20090185
W.M. Schrama
Het Nederlandse strafprocesrecht kent in artikel 217 aanhef en onder 3 Sv alleen een verschoningsrecht toe aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn en in de zijlijn tot in de derde graad en aan de (voormalig) echtgenoot of (voormalig) geregistreerd partner, maar niet aan informele samenleefrelaties. Ongehuwd samenlevende partners moeten dus getuigen, ook als dat strafrechtelijk gezien in het nadeel van hun partner is. Een zaak waarin dit zich voordeed is voorgelegd aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, dat in april 2012 uitspraak heeft gedaan. Deze beslissing staat in dit artikel centraal.
Opinie | Opiniërend artikelapril 2013AA20130281
A.T. Marseille
Annotaties en wetgeving | Annotatieapril 2017AA20170321
L.R. Glas
Ondanks het feit dat de uitspraak Burmych e.a. t. Oekraïne van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geen klassieke landmark-uitspraak is, is zij om een vijftal redenen uitzonderlijk. Deze redenen houden verband met de keuze van het Hof om vooral zo snel mogelijk van de klachten af te zijn. Die keuze heeft grote gevolgen voor duizenden Oekraïners.
Blauwe pagina's | Spraakmakende Zakenmei 2021AA20210428
G. den Hartogh
In het recente Pretty-arrest heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens vastgesteld dat onder het EVRM staten het recht hebben om hulp bij suïcide categorisch te verbieden. De overwegingenvan het Hof maken duidelijk hoe het recht op leven (art. 2) opgevat moet worden: het recht beschermt niet de vrijheid om zelf over leven en dood te beschikken, en zelfs niet het subjectieve belang van de rechthebbende, maar het leven als een objectief rechtsgoed. Toch wordt legalisering van hulp bij suïcide en euthanasie daarmee niet uitgesloten. De mogelijke rechtvaardiging daarvoor zou via het recht op een privé-leven (art. 8) moeten lopen. Bij legalisering geldt de eis dat kwetsbare personen worden beschermd, maar staten hebben een zekere beoordelingsvrijheid om te bepalen of dat het geval is.
Verdieping | Verdiepend artikelfebruari 2003AA20030096