Staats- en bestuursrecht

De bestuurlijke dwangsom in de Algemene wet bestuursrecht

P.J.J. van Buuren

In dit artikel bij de Rode draad 'Sancties' wordt ingegaan op de administratiefrechtelijke handhaving door middel van de bestuurlijke dwangsom. Er wordt dieper ingegaan op dit instrument en er worden een aantal vragen die rijzen rondom dit mechanisme van handhaving beantwoordt

Overig | Rode draad | Sancties
november 1997
AA19970776

De bestuurlijke organisatie van de waterstaat

A. van Hall

Deze beschouwing behandelt de bestuurlijke organisatie rond de overheden die belast zijn met de zorg voor de waterstaat, en de regelgeving die daarop betrekking heeft. Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de waterstaatszorg zijn toebedeeld aan zowel instellingen van algemeen bestuur (rijk, provincies, gemeenten) als van functioneel bestuur, te weten de waterschappen. Nadat op hoofdlijnen de regelgeving omtrent de takverdeling is geschetst, vindt een verdieping plaats naar een -ook internationaal bezien- vrij uniek overheidslichaam: het waterschap als doelcorporatie, belast met het beheer van watersystemen. De specifieke inspanningen van waterschappen zijn gericht op de waterkeringen en op de oppervlaktewater- en grondwatervoorkomens. Zowel in de uitvoering van die beheerstaak als in de bestuurlijk organisatie van waterbeheer ligt besloten, dat er talrijke verbanden zijn aan te wijzen tussen waterschappen en mede-overheden. Dat geldt binnen het waterbeheer en ten opzichte van aanpalende beleidsterreinen als ruimtelijke ordening, milieu, natuur en landschap en der vervoersinfrastructuur. Kortom: wie doet wat? En vervolgens: wat zijn de te verwachten ontwikkelingen ten aanzien van het nationale en regionale waterbeheer, voorzover het de bestuurlijke aansturing betreft?

Bijzonder nummer | Water
mei 1999
AA19990333

De bestuursrechter en de toetsing van de wet aan rechtsbeginselen

J.J.J. Sillen

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) (grote kamer) 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772

Annotaties en wetgeving | Annotatie
mei 2023
AA20230355

De betekenis van de Algemene wet bestuursrecht voor het bijzonder hoger onderwijs

B.P. Vermeulen

In dit artikel wordt een reactie gegeven op een in het februarinummer van Ars Aequi gepubliceerd artikel over de betekenins van de Awb voor het hoger onderwijs.

Opinie | Reactie/nawoord
april 2001
AA20010236

De betekenis van het Internationale Kinderrechtenverdrag voor Nederland

E.M. Mijnarends

In het navolgende zullen een aantal 'karaktertrekken' van het IVKR aan de orde komen, alsmede de toegevoegde waarde van het IVKR op bestaande mensenrechtenverdragen, de toegevoegde waarde van een aantal jeugdstrafrechtbepalingen en de recente behandeling van de Nederlandse regeringsrapportage door het Kinderrechten Comité van het Nederlandse jeugdstrafrecht.

Overig | Rode draad | Minderjarigen in het recht
februari 2000
AA20000082

De Bewijsfuik. Hoe en wanneer moet een oud-mijnwerker zijn silicose bewijzen?

L.J.A. Damen

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 28 juni 1999, ECLI:NL:RVS:1999:AH6762, nrs. H01.98.1888/Q01 t/m H01.98.1898/Q01, JB 1999, 197, m.nt. R.J.N.S., AB 1999, 360, m.nt. MSV (mrs. Van der Does, Van der Weel, Van Wagtendonk). Bewijslastverdeling: wie moet wat bewijzen? Wat moet al in de bezwaarschriftfase bewezen worden? Nog herstel bij de rechter mogelijk? Na de argumentatieve fuik nu ook de bewijsfuik?

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2000
AA20000061

De bezwaarschriftprocedure (Digitaal boek)

K.H. Sanders

Post thumbnail Wie het met een besluit van een bestuursorgaan niet eens is, moet daartegen eerst bezwaar maken voordat beroep op de rechter mogelijk is. De belangrijkste aspecten van deze bezwaarschriftprocedure worden besproken.

9789069165103 - 01-02-2004

De blinddoek van Vrouwe Justitia

S. Steneker

Pisnijdig is Sander Steneker, om allerlei vormen van discriminatie en ongelijke behandeling. 
 

Opinie | Column
juni 2018
AA20180474

De blinddoek van Vrouwe Justitia: rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid in het licht van de vereisten van artikel 6 EVRM

M. Kuijer

Rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid spelen ook in de Nederlandse discussie een belangrijke rol. Is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een onpartijdig gerecht aangezien het zowel rechtspreekt als adviseert over wetsvoorstellen? Mag een advocaat optreden als rechter-plaatsvervanger, en zo ja, onder welke voorwaarden? Welke nevenfuncties mag een rechter hebben? Mag een politicus wel kritisch commentaar geven op rechterlijk handelen in een individuele (straf)-zaak? Bij de beantwoording van de vragen zal men veelal de Straatsburgse rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moeten raadplegen. Dit proefschrift staat uitvoerig stil bij die Straatsburgse rechtspraak en de invloed van die Straatsburgse rechtsprak op de Nederlandse rechtsorde en praktijk.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
oktober 2004
AA20040745

De burger is een burger is (g)een burger?

C. Vlieks

Post thumbnail Het veelgebruikte begrip ‘de burger’ is uit maatschappelijke discussies en rapporten haast niet meer weg te denken. Toch blijft vaak onduidelijk wie of wat er wordt bedoeld met die burger. Betreft het een schijfvormig vleesgerecht – met of zonder broodje – of gaat het toch om een persoon in onze samenleving – met of zonder de Nederlandse nationaliteit?

Opinie | Amuse
mei 2025
AA20250334

De conclusie in het bestuursrecht: van pionieren naar oogsten?

R.J.N. Schlössels

Post thumbnail De afgelopen jaren is het bestuursprocesrecht vertrouwd geraakt met het verschijnsel ‘conclusie’ (art. 8:12a Awb). In deze bijdrage wordt aan de hand van de tot op heden genomen conclusies ingegaan op de vraag of de verwachtingen in kwantitatieve en kwalitatieve zin zijn uitgekomen. Tevens wordt bezien hoe de voordelen van het conclusiestelsel nog beter tot hun recht kunnen komen.

Opinie | Opiniërend artikel
oktober 2021
AA20210916

De conclusie voorbij (Digitaal boek)

Liber amicorum aangeboden aan Jaap Polak

M. Bosma, B.J. van Ettekoven, O. van Loon, H.G. Lubberdink, J.C.A. de Poorter, B.J. Schueler

Post thumbnail De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de bevoegdheid om een staatsraad advocaat-generaal te vragen een conclusie te nemen. In deze bundel belicht een aantal auteurs de functie van de conclusie in de verschillende rechtsgebieden en enkele genomen conclusies.

9789069169002 - 23-04-2017