Sociaal-economisch recht

Het procesdossier van de rechter in bestuursrechtelijke zaken

J.H. van Breda, L.M. Koenraad

Post thumbnail Dit procesdossier beschrijft een bestuursrechtelijke procedure over het recht op een bijstandsuitkering, op basis van stukken uit een dossier van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter op het terrein van het sociaalzekerheidsrecht.

9789069169484 - 26-05-2014

Het recht op de persona

J.C.S. Pinckaers

Mensen worden herkend aan hun uiterlijk, portret, naam, bijnaam, stem, handtekening en andere kenmerkende symbolen. Deze elementen worden gezamenlijk aangeduid met het begrip 'persona'. Ieder mens heeft een persona. De persona van vooral bekende personen kan een grote commerciële waarde hebben. Personen kunnen zich tegen het ongeautoriseerde gebruik van hun persona verzetten op grond van privacy belangen op basis van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het is echter ook mogelijk dat personen zich willen verzetten tegen de openbaarmaking van hun persona op grond van commerciële belangen. Voor dit geval wordt een nieuw overdraagbaar en vererfbaar intellectueel eigendomsrecht bepleit: het recht op de persona.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
maart 1997
AA19970178

Het retentierecht van de expediteur in Boek 8 BW

M. van Hasselt

De expediteur heeft in Boek 8 BW zijn plaats gekregen in de derde afdeling van titel 2. De expeditie-overeenkomst of zoals het opschrift van afdeling 3 luidt 'de overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen', is de overeenkomst waarbij de expediteur zich jegens zijn opdrachtgever verbindt tot het sluiten van vervoerovereenkomsten met een vervoerder. In deze zin vervoert de expediteur dus zelf niet, hij is intermediair tussen enerzijds zijn opdrachtgever en anderzijds de vervoerder. De expediteur ontvangt hiervoor een vergoeding van zijn opdrachtgever. Artikel 8:69 BW regelt het retentierecht van de expediteur. Dit retentierecht heeft zich ontwikkeld van een bedongen retentierecht naar een wettelijk retentierecht. Aangezien de literatuur en de jurisprudentie betreffende dit onderwerp buitengewoon beperkt is, hoopt de auteur via zijn bijdrage enig inzicht in dit gedeelte van het (vervoers)recht te verschaffen.

Bijzonder nummer | Vervoersrecht
mei 1993
AA19930379

Het SER-advies van 15 mei 1992 over de betrokkenheid van de ondernemingsraad bij de voorbereiding van belangrijke beleidsbeslissingen en projecten

J. Zegers

Volgens een in 1987 uitgevoerd onderzoek is één van de knelpunten in het functioneren van ondernemingsraden dat ze in het algemeen pas op een laat tijdstip bij adviesplichtige besluiten worden betrokken. De onderzoekers wijten dit onder andere aan het huidige systeem van artikel 25 van de Wet op de Ondernemingsraden. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 1989 aan de SER de vraag voorgelegd of dit 'knelpunt' aanleiding is om tot wijziging van de Wet op de Ondernemingsraden over te gaan. De SER heeft deze vraag beantwoord in zijn advies van 15 mei 1992. Het standpunt van de SER is het onderwerp van dit artikel.

Verdieping | Studentartikel
december 1992
AA19920762

Het Shell CO2-arrest, mede bezien door een concernrechtelijke bril

S.M. Bartman

Hof Den Haag 12 november 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2099 (Shell Plc/Milieudefensie)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2025
AA20250050

Het toezicht op de financiële sector

M. de Graaff, H.J. Scheffer

De financiële wereld is sinds het begin van de jaren tachtig zeer sterk in beweging. Aangezien deze sector algemeen beschouwd wordt als een van de meest belangrijke in de economie, is overal ter wereld getracht door middel van wetgeving hierop grip te krijgen. De belangrijkste Nederlandse wetten op dit gebied zijn de Bankwet en de Wet Toezicht Kredietwezen. De thans geldende versie van de WTK werd in 1978 ingevoerd, juist voordat een reeks nieuwe inzichten en ontwikkelingen doorbrak. In dit artikel wordt geschetst wat het belang van deze ontwikkelingen is voor het toezicht krachtens de Wet Toezicht Kredietwezen en de daarmee verbonden regelingen.

Overig | Rode draad | Financiële markten en instellingen
mei 1988
AA19880302

Het tuchtrecht voor bankiers

Een zoektocht naar de maatschappelijke positie van het bankwezen

V.Y.E. Caria

Post thumbnail

In deze bijdrage staat het tuchtrecht voor bankiers centraal. Na een overzicht van het tuchtrecht, waarin onder meer wordt stilgestaan bij de tuchtrechtelijke procedure, de tuchtrechtelijke norm en de vraag om wat voor soort tuchtrecht het gaat, komen de inhoud en betekenis van het tuchtrecht aan de orde. Dit tuchtrecht is een fundamentele en verstrekkende uitbreiding van de mogelijkheden om individuele bankiers aan te spreken op hun gedrag. De invoering van het tuchtrecht voor bankiers neemt een belangrijke plaats in in de discussie over de rol van het bankwezen in de maatschappij.

Bijzonder nummer | Tuchtrecht
juli 2016
AA20160535

Het verbod op leeftijdsdiscriminatie in personeelsadvertenties: zin of onzin?

J.A. van de Hel, H. van der Zwan

Wanneer in een advertentie wordt gevraagd naar iemand met een specifieke leefdtijd is er sprake van discriminatie. Hoe verhoudt deze regeling zich nu ten opzichte van de ondernemingsvrijheid van ondernemers? Volgens de CGB mag een ondernemer wel selecteren op grond van leeftijd maar mag dit niet in een advertentie staan.

Opinie | Redactioneel
januari 2006
AA20060007

Het vergeetrecht vijf jaar later

G.-J. Zwenne

Post thumbnail Zo een vijf jaar geleden wees het Hof van Justitie van de Europese Unie arrest in de zaak van Google Spain tegen Mario Costeja González. Daarin erkende het rechtscollege het recht om te worden vergeten. Als er met behulp van een internetzoekmachine wordt gezocht op de naam van iemand, moet in voorkomend geval worden overgegaan tot verwijdering van de zoekresultaten die verwijzen naar webpagina’s waarop bepaalde informatie over deze persoon is te vinden. Dit op grond van de verwijder- en verzetsrechten waarin wordt voorzien door de privacywetgeving, indertijd de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en inmiddels, vanaf 25 mei 2018, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Bijzonder nummer | Privacy
juli 2019
AA20190604

Het verzekeren van digitale risico’s: de cyberverzekering

N.M. Brouwer

Deze bijdrage gaat nader in op een relatieve nieuwkomer in verzekeringsland: de cyberverzekering. De cyberverzekering biedt dekking voor schade als gevolg van de verwezenlijking van cyberrisico’s: de risico’s die gepaard gaan met het gebruik van IT en computernetwerken. Tegen de achtergrond van de werking en het belang van verzekeren in het algemeen analyseert de auteur de inhoud en karakteristieken van de cyberverzekering, alsmede de te verwachten knelpunten bij de interpretatie en toepassing daarvan.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
maart 2022
AA20220239

Het vrij verkeer van werklozen in EEG-verband

P.C.G. Overeem

Teneinde te komen tot een volledig vrij verkeer van personen zijn er door de Europese Gemeenschap diverse regelingen opgesteld, waardoor EEG-onderdanen een bevoorrechte positie innemen t.o.v. ‘gewone’ buitenlanders. In hoeverre voorzien deze regelingen echter in rechten voor werklozen en anderen zonder arbeidsinkomen? Een nieuw ontwerp-richtlijn tracht de verblijfsrechten van deze uit te breiden. Een tweede vraag is of deze verblijfsrechten behouden blijven als men in een andere lidstaat werkloos wordt? Vervolgens is het van belang of werklozen hun eventuele sociale zekerheidsuitkering, m.n. een werkloosheidsuitkering, mee kunnen nemen wanneer zij zich naar een andere lidstaat begeven. Tenslotte dient zich de vraag aan of EEG-onderdanen in een andere lidstaat recht kunnen doen gelden op een werkloosheids- of bijstandsuitkering.

juni 1982
AA19820267

Het zeerecht is het oudste recht

Interview met prof.mr. H. Schadee

H.J. van Kooten, I. Reuder

De Schadee's zijn sinds 1724 werkzaam geweest als advocaten, notarissen en dispacheurs in Rotterdam. Na een jaar klassieke talen en rechten te hebben gestudeerd in Genève, heeft Henri Schadee (1910) zijn rechtenstudie in Leiden afgerond om vervolgens praktijkervaring op te doen in Engeland en Duitsland. In 1936 wordt Schadee beëdigd als advocaat en procureur te Rotterdam. Ruim 10 jaar later wordt hij lid van de Subcommissie Handelsrecht van de Staatscommissie inzake de herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving. Hij zal zijn wetgevende activiteiten ook op internationaal niveau ontplooien. Zo was hij betrokken bij de totstandkoming van onder andere de York-Antwerp Rules (1950) en bij de werkzaamheden van het Comité Maritime International (CMI). Schadee's bekendste wetgevingsprodukt echter is het achtste boek van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, 'Verkeersmiddelen en vervoer'. Geadviseerd door uit praktijkmensen samengestelde commissies die hij de 'Zwoegers' of de 'Mandarijnen' noemde, kon hij in 1972 het eerste stuk van Boek 8 (over zee- en binnenvaartrecht) aan de minister aanbieden. Het tweede stuk (over wegvervoer) volgde in 1976. Hij heeft het ontwerp zelf als regeringscommissaris in het parlement verdedigd. In 1963 werd Schadee benoemd tot buitengewoon hoogleraar vergelijkend zeerecht in Leiden. Bij het bereiken van de zeventigjarige leeftijd nam hij afscheid. Van 1967 tot 1975 heeft hij tevens een leeropdracht vervoersrecht vervuld aan de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, de huidige Erasmus Universiteit. In aanwezigheid van Schadee's opvolger in Leiden, prof.mr. R.E. Japikse, spraken wij met hem over het zeerecht, het belang van vervoersrechtelijke verdragen, het Romeinse recht en natuurlijk over zijn geesteskind, Boek 8 BW.

Bijzonder nummer | Vervoersrecht
mei 1993
AA19930339