Sociaal-economisch recht

De nieuwe cookieregels, onduidelijk, onjuist en ineffectief

M.M.E. Antic

Post thumbnail Op 22 juni 2011 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet aangenomen. Een van de onderdelen daarvan betreft een nieuwe (strengere) regelgeving voor het gebruik van cookies. De regeling komt voort uit de gewijzigde e-Privacyrichtlijn. Dit artikel gaat niet over het nut of (on)wenselijkheid van het gebruik van cookies, maar over het nut en (on)wenselijkheid van het aangenomen wetsvoorstel. In het artikel wordt de oorsprong en ratio van de regeling behandeld, en wordt dieper ingegaan op het Nederlandse wetsvoorstel. De conclusie is dat de Nederlandse cookieregeling strenger is dan de gewijzigde e-Privacyrichtlijn voorschrijft, juridisch-inhoudelijk gebreken vertoont, en bovendien zijn doel voorbij schiet.

Opinie | Opiniërend artikel
februari 2012
AA20120103

De nieuwe Wet ter Bescherming Koopvaardij

C.M.J. Ryngaert

Post thumbnail De Tweede Kamer heeft onlangs een voorstel van wet aangenomen houdende regels voor de inzet van gewapende particuliere maritieme beveiligers aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen, kort gezegd Wet ter Bescherming Koopvaardij. Het voorstel maakt het reders mogelijk om onder strikte voorwaarden particuliere (private) maritieme beveiligingsbedrijven in te zetten aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen bij de doorgang van gevaarlijke zeegebieden.

Opinie | Opiniërend artikel
oktober 2018
AA20180787

De octrooieerbaarheid van computerprogramma’s

M.H.M. Schellekens

Post thumbnail Software is octrooieerbaar. Zoveel is wel duidelijk uit de rechtspraak van de technische kamers van beroep van het Europees octrooibureau. Dat neemt niet weg dat software octrooien in de praktijk niet zonder problemen zijn. Deze problemen geven relevantie aan de vraag hoe moeilijk of gemakkelijk het gemaakt moet worden om een octrooi op software te verkrijgen. Dat is de vraag die in dit artikel centraal staat.

Opinie | Opiniërend artikel
april 2014
AA20140272

De onafhankelijkheid van de (beginnende) advocaat

D.J.B. de Wolff

Post thumbnail Van advocaten wordt verwacht dat zij zich onafhankelijk opstellen: onafhankelijk van de klant, maar ook van hun werkgever. Onafhankelijkheid is een kernwaarde van de advocatuur. Beginnende advocaten kunnen zich niet verschuilen achter een instructie van het kantoor, maar moeten zelf beroepsethische afwegingen maken.

Perspectief | Perspectiefartikel
november 2019
AA20190904

De onbepaaldheid van het bepaaldheidsvereiste: ING v de Curator c.s. en Lira v Ziggo c.s. in perspectief geplaatst

Th.C.J.A. van Engelen

Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:590, IEPT20200403, NJ 2020/152 (ING v de curator c.s.) (raadsheren: C.A. Streefkerk, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh; conclusie A-G E.B. Rank-Berenschot) en Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1548 (Lira v Ziggo) (raadsheren: C.A. Streefkerk, G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff; conclusie A-G B.J. Drijber)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 2021
AA20210284

De Ongevallenwet

R.J.S. Schwitters

In 1901 werd na veel tumult de Ongevallenwet aangenomen. Met deze wet verzekerde de staat een uitkering aan in een groot aantal bedrijfstakkenwerkzame werknemers die op hun werk door een ongeval getroffen waren. In deze bijdrage bij de 'Canon van het recht' worden de achtergronden bij deze wet besproken.

Overig | Rode draad | Canon van het Recht
oktober 2009
AA20090683

De ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst: inbraak in een gesloten systeem?

J. Riphagen

Hoge Raad 6 maart 1992, nr. 7900, ECLI:NL:HR:1992:ZC0535, NJ 1992, 509 In dit arrest van de hoge Raad en de daarbij behorende noot komt aan de orde in hoeverre een ontbindende voorwaarde in een overeenkomst nietig is wegens strijd met het gesloten stelsel van het arbeidsovereenkomstenrecht. De Hoge Raad overweegt dat een ontbindende voorwaarde in een arbeidsovereenkomst niet per definitie nietig is maar dit van geval tot geval bekeken dient te worden. In de noot wordt dieper ingegaan op deze principiële uitspraak van de Hoge Raad.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 1993
AA19930828

De overdracht van een aandeel in strijd met een blokkeringsregeling

T.D.J. Oosterink

Post thumbnail De overdracht van een aandeel in strijd met een blokkeringsregeling is ongeldig. De vraag hoe deze ongeldigheid dogmatisch moet worden verklaard, wordt in de literatuur verschillend beantwoord. De enige juiste verklaring volgt uit de aard van het aandeel zelf.

Verdieping | Studentartikel
maart 2013
AA20130187

De personenvennootschap op weg naar 2020

Het rapport Modernisering personenvennootschappen: een geslaagde eerste aftrap

H.E. Boschma, J.B. Wezeman

Post thumbnail

In de Nederlandse ondernemingspraktijk nemen personenvennootschappen een vooraanstaande plaats in. Het is dan ook verheugend dat de modernisering van het personenvennootschapsrecht weer hoog op de wetgevingsagenda is geplaatst. De Minister van Veiligheid en Justitie gaat werken aan een voorontwerp van een wettelijke regeling, waarbij wordt voortgebouwd op het rapport ‘Modernisering personenvennootschappen’ van de Werkgroep Personenvennootschappen. Dit rapport wordt in deze bijdrage besproken.

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2017
AA20170203

De positie van openbare registers in het privacyrecht

A. Berlee

Op verschillende plaatsen in het Burgerlijk Wetboek wordt gesproken over ‘de openbare registers’ zonder dat duidelijk is wat de definitie daarvan is. Duidelijkheid hierover is van belang omdat deze registers, die veelal vol staan met persoonsgegevens, lange tijd volledig waren uitgezonderd van het gegevensbeschermingsrecht, immers ze waren ‘openbaar’. Waarom was dat zo, en is dat anders onder de AVG? In deze bijdrage wordt aan de hand van een zoektocht naar een (eenduidige) definitie van het begrip ‘openbare registers’ in het Burgerlijk Wetboek en het gegevensbeschermingsrecht de positie van deze registers in het privacyrecht besproken.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
november 2018
AA20180954

De positie van werknemers in de Whoa, de pre-pack en het faillissement

E. Dogan, H.J. de Kloe

In dit artikel wordt de positie van werknemers in de Wet homologatie onderhands akkoord (Whoa), de pre-pack en het faillissement verkend. In de Whoa blijven de rechten van werknemers onaangetast en moet onder omstandigheden de ondernemingsraad worden geraadpleegd. In de pre-pack en het faillissement worden die rechten daarentegen fors ingeperkt. De conclusie is dat er een (te) groot verschil bestaat in werknemersbescherming tussen de Whoa enerzijds en de pre-pack en het faillissement anderzijds.

Perspectief | Uitgelegd
december 2025
AA20250866

De problem-solution-approach in het octrooirecht: een non-fictie gedachte-experiment

Th.C.J.A. van Engelen

Hoge Raad 3 oktober 2014, nr. 13/03763, ECLI:NL:HR:2014:2900 (Leo Pharma/Sandoz)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2015
AA20150049