Resultaat 109–120 van de 135 resultaten wordt getoond
Ars Aequi Maandblad
13 november 1974 was het vijf jaar geleden dat te Tilburg de eerste rechtswinkel werd opgericht. Dit initiatief van enkele Tilburgse studenten vond steeds meer navolging. begin 1975 waren er zo'n negentig rechtswinkels verspreid over het hele land. De grote toeloop van rechtszoekenden in die 5 jaar toonde volgens de alternatieve rechtshulpverleners voldoende aangetoond hoe gebrekkig de officiële rechtshulp op dat moment functioneerde. De redactie van Ars Aequi publiceerde destijds de eisen en voorstellen van genoemde rechtswinkels integraal. Zij was van mening dat de ideeën van de rechtswinkels ook buiten de kring van parlement en regering een ruime verspreiding verdienden.
Opinie | Redactioneeljanuari 1975AA19750005
M. de Jong
Al vrij snel na hun oprichting hebben de rechtswinkels beseft dat de door hen aangepakte rechtshulpproblematiek uitgaat boven het niveau van het al dan niet bereikbaar zijn van de bestaande professionele rechtshulpverleners. Die bereikbaarheid is weliswaar van groot belang, maar toch slechts een eerste stap op weg naar meer fundamentele verbeteringen, naar een minder ‘objectieve’ rechtshulp, naar een duidelijke positieverbetering van de zwakste groepen in deze maatschappij. Aan het treffen van van alle mogelijke organisatorische maatregelen ter verbetering van de toegankelijkheid dient een visie vooraf te gaan. Door een aantal rechtswinkels werd getracht hun ideeën daaromtrent op ook voor buitenstaanders aanvaardbare wijze op papier te zetten. De daaruit gevolgde nota (zie AA XXIV, no. l p.5 e.v.) blijkt dan wellicht nog niet overal een even duidelijke, eenduidige, afgebakende maatschappijvisie te bevatten, er komen wel een aantal elementen naar voren die bepalend zijn voor de organisatie van de rechtshulp (m.n. p.6 t/m 11). Die nota werd geschreven met het oog op de justitiebegroting. Een aantal kamerleden bleek bereid de door de rechtswinkels aangegeven visie en de daarop geënte organisatorische voorstellen te steunen d.m.v. een amendement op de begroting.
Opinie | Opiniërend artikeljuni 1975AA19750437
Al vrij snel na hun oprichting hebben de rechtswinkels beseft dat de door hen aangepakte rechtshulpproblematiek uitgaat boven het niveau van het al dan niet bereikbaar zijn van de bestaande professionele rechtshulpverleners. Die bereikbaarheid is weliswaar van groot belang, maar toch slechts een eerste stap op weg naar meer fundamentele verbeteringen, naar een minder 'objectieve' rechtshulp, naar een duidelijke positieverbetering van de zwakste groepen in deze maatschappij. Aan het treffen van van alle mogelijke organisatorische maatregelen ter verbetering van de toegankelijkheid dient een visie vooraf te gaan. Door een aantal rechtswinkels werd getracht hun ideeën daaromtrent op ook voor buitenstaanders aanvaardbare wijze op papier te zetten. De daaruit gevolgde nota (zie AA XXIV, no. l p.5 e.v.) blijkt dan wellicht nog niet overal een even duidelijke, eenduidige, afgebakende maatschappijvisie te bevatten, er komen wel een aantal elementen naar voren die bepalend zijn voor de organisatie van de rechtshulp (m.n. p. 6 t/m 11). Die nota werd geschreven met het oog op de justitiebegroting. Een aantal kamerleden bleek bereid de door de rechtswinkels aangegeven visie en de daarop geënte organisatorische voorstellen te steunen d.m.v. een amendement op de begroting.
juni 1975AA19750437
B.C. Labuschagne
Nu de secularisering in feite 'voltooid' is en we de secularisering zelfs al voorbij lijken te zijn, wordt de vraag actueel of we in deze post-geseculariseerde situatie nog wel uit de voeten kunnen met liberale concepten als godsdienstvrijheid en scheiding tussen kerk en staat alleen?
9789069165264 - 14-01-2005
R. Glas, R.Th. Mirck
In dit redactionele artikel wordt de verhouding tussen werkbelasting en rechtsbescherming voor de burger onderzocht. De redacteuren signaleren kritiek op het nieuwe systeem van appel.
Opinie | Redactioneeljuni 1989AA19890534
J.A.M. Zwienenberg
Door het veranderlijke karakter van de onderlinge internationale betrekkingen kunnen verdragen die het ene moment van belang geacht worden, op een ander moment dat belang verliezen of zelfs een blok aan het been worden. Evenzeer kunnen de omstandigheden die tot het sluiten van een verdrag hebben geleid, zich zodanig wijzigen dat het verdrag zijn waarde verliest of alleen door wijziging kan behou¬den.Met het oog op een betrouwbare en stabiele samenwerking is het van groot belang dat de risico's die ontstaan door het aangaan van wederzijdse betrekkingen, reeds in de onderhandelingsfase worden onderkend en door middel van voorzieningen of verdragstechnieken worden ondervangen. (Risicomanagementtechnieken).In dit artikel wordt de vraag beantwoord over welke verdragstechnieken staten beschikken teneinde de verschillende soorten risico's te ondervangen. Voorafgaand aan de beantwoording van deze vraag zal een onderscheid gemaakt worden tussen verschillende soorten verdragen en risico's, bijvoorbeeld het externe risico, het waarderisicoen het niet-nakomingsrisico.
Verdieping | Studentartikelfebruari 1989AA19890102
A: ‘Je moet hier wel lang wachten, hè?’ B: ‘Maar het is toch gratis?’ X: ‘Weet u wat het verschil is tussen een wetswinkel en een Buro voor Rechtshulp?’ Y: ‘Dat loopt parallel, het is ongeveer hetzelfde.’ Z: ‘Dat is niet waar, het Buro geeft je zo een advocaat, als je die nodig hebt.’ Gesprekken in de wachtkamer van een BvR
november 1982AA19820636
I. Giesen, H.N. Schelhaas
Rechtsvorming in Nederland is grotendeels afhankelijk van toeval. Wil de wetgever optreden of niet? Is een procespartij voldoende strijdvaardig om de Hoge Raad in te roepen of niet? Bovendien is de onderlinge verhouding tussen de belangrijkste rechtsvormers (wetgever en Hoge Raad) op zijn minst ondoorzichtig: wie heeft voorrang, wie krijgt voorrang en waarom? In deze bijdrage wordt het spanningsveld tussen de rechtsvormers belicht. Het blijkt dat wetgever en Hoge Raad elkaar steeds dichter naderen. Daarom wordt in deze bijdrage voorgesteld een overlegorgaan tussen beide rechtsvormers op te richten. Dit Periodiek Overleg van Rechtsvormers (POR) moet problemen in de rechtsvorming het hoofd bieden. De taken, bevoegdheden, procedures, et cetera van dat instituut worden in de onderstaande bijdrage geschetst.
Overig | Rode draad | Raad en daad | Verdieping | Verdiepend artikelmaart 2006AA20060159
C.M. Zoethout
In deze bijdrage vergelijkt Carla Zoethout de Amerikaanse, Duitse en Nederlandse procedures voor het benoemen van leden van de hoogste rechterlijke colleges in die landen. Zo is er in Nederland nauwelijks enige discussie over de benoeming van een nieuw lid van de Hoge Raad, terwijl de aanstelling van een Supreme Court Justice in de Verenigde Staten doorgaans veel publieke aandacht trekt (zoals onlangs weer bleek bij de benoeming van Elena Kagan, zie het artikel van Heather Kurzbauer van vorige maand).
oktober 2010AA20100748
P.C. Kop
Geschiedschrijving van de leden van de rechterlijke macht te Amsterdam, die vielen als slachtoffers van het Duitse geweld in de Tweede Wereldoorlog, en van de meer dan zeventig leden van de orde van advocaten bij het gerechtshof aldaar, die evenzo omkwamen.
9789069162812 - 01-07-2014
F.A.W. Bannier
In dit artikel wordt ingegaan op de toegang tot gespecialiseerde rechtshulp. De auteur komt tot de conclusie dat er voor de gewone rechtszoekende de hoge tarieven en de lagere middelen die voor gefinancierde rechtshulp in aanmerking komen.
Verdieping | Studentartikeljuni 2008AA20080468
, A.M.P. Gaakeer, M. Goslings, E.A.G. van Ouderaa
Kan de jurist, en in het bijzonder de rechter, iets leren van literatuur, als daarmee geen vakliteratuur maar romans, poëzie en toneelstukken wordt bedoeld?
9789069169477 - 15-01-2006