Rechtseconomie en particuliere beveiliging

'Policing for profit' als voorloper van strafrechtelijke hervormingen?


In deze bijdrage wordt de theorievorming over de veiligheidsindustrie besproken. Twee theorieën domineren: de Junior-Partner theorie en de Economische theorie. De eerste theorie benadrukt de complementaire positie van de veiligheidsindustrie: de overheid is gebaat bij aanvullend preventief toezicht door het bedrijfsleven. De Economische theorie daarentegen wijst op de ‘loss prevention’ functie van de veiligheidsindustrie die wezenlijk verschilt van de strafrechtelijke doeleinden van de overheid. In deze benadering staan begrippen als doelmatigheid, efficiency en effectiviteit centraal. ‘Misdaadbestrijding’ is een afgeleide van een ‘hoger’ doel: winstmaximalisatie. Deze doelstelling kan ten koste gaan van de positie van werknemers. Het wetboek van Strafvordering begrenst slechts het optreden van overheidsfunctionarissen, niet dat van particuliere beveiligers. In de eerste paragraaf wordt betoogd dat het criminaliteitsvraagstuk uitsluitend wordt benaderd vanuit rechtsstatelijk perspectief. In paragraaf drie en vier wordt de theorie rondom het veiligheidsvraagstuk behandeld.


Verschijningsvorm: Maandbladartikel (download pdf)

Auteur(s): B. Hoogenboom

Verschijning: oktober 1990

Archiefcode: AA19900721

particuliere beveiliging rechtseconomie strafrechtelijk optreden strafvordering veiligheid

Strafrecht en criminologie Strafprocesrecht

Bijzonder nummer Rechtseconomie