Showing all 12 results

Amsterdams verrekenbeding in verband met hypothecaire lening, kapitaalverzekering en waardestijging woning

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 10 juli 2009, LJN: BI4387 Noot bij een uitspraak van de Hoge Raad over het zogenaamde 'Amsterdams' verrekenbeding waarbij er door echtelieden die buiten iedere gemeenschap van goederen getrouwd zijn over en weer om de zoveel tijd wordt verrekend. In deze noot wordt dieper in gegaan op deze bijzondere vorm van verrekening tussen echtelieden. Aan de orde komen de beleggingsleer, de betaling van premies voor een kapitaalverzekering en de peildatum.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Oktober 2009
AA20090654

Beantwoording rechtsvraag (236) Huwelijksvermogensrecht

M.J.A. van Mourik

Beantwoording van een rechtsvraag op het gebied van het huwelijksvermogensrecht waarbij aan de orde komen: aansprakelijkheid en draagplicht van de echtelieden, gemeenschapsschuld, verknochtheid en vennootschappelijke schulden.

Perspectief | Rechtsvraag
Maart 1995
AA19950226

De verwatering van het onderscheid tussen huwelijkse voorwaarden en echtscheidingsconvenant

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 30 maart 2012, LJN: BV3103, ECLI:NL:HR:2012:BV3103, NJ 2012, 422, m.nt. L.C.A. Verstappen. Niet-nakoming periodiek verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden. Bij echtscheiding gesloten overeenkomst over verrekening vermogen niet vernietigbaar op grond van artikel 6:229 BW (voortbouwende overeenkomst). Artikelen 1:132 e.v. BW ook van toepassing op bij echtscheiding overeengekomen verrekening. Artikel 3:199 BW (uitsluiting dwalingsregeling art. 6:228-230 BW) niet beperkt tot dwaling over waarde.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
September 2012
AA20120630

Het Anglo-Amerikaanse recht als inspiratiebron bij het oplossen van de Nederlandse problematiek rond de koude uitsluiting?

J. van Duijvendijk-Brand

De problematiek van de koude uitsluiting vindt haar oorzaak allereerst in het feit dat de rollen binnen een huwelijk nog vaak steeds zo verdeeld zijn dat de ene echtgenoot (meestal de man) de taak van (hoofd)kostwinner op zich neemt en de ander, die geen of slechts gedeeltelijk bepaalde arbeid buitenshuis verricht (meestal de vrouw), zorgt voor het huishouden en het opvoeden van de kinderen. De (betaalde) arbeid van de man en de 'huishoudelijke arbeid' van de vrouw leveren andersoortige revenuen op; in het geval van de man is dat geld, de arbeid van de vrouw levert - als het goed is - een aangenamer leven voor hen beiden en hun kinderen op. In het dan rechtvaardig dat, mocht het huwelijk stranden, de man 'het zijne' neemt en de vrouw kan teren op haar goede werken, of dient de vrouw op enige wijze een beloning voor haar huishoudelijke arbeid te krijgen? Daarnaast wordt de afwikkelijk bij echtscheiding niet zelden gecompliceerd doordat de echtgenoten hun financiën in weerwil van hun huwelijkse voorwaarden niet volledig gescheiden houden, bijvoorbeeld doordat de ene echtgenoot bijdragen (financieel of in natura) levert voor de verwerving of verbouwing van een onroerende zaak die op naam staat van de ander. Onstaat als gevolg daarvan een vergoedingsrecht en zo ja, luidt dat dan nominaal of heeft de financierende echtgenoot ook recht op eventuele waardestijgingen?

Bijzonder nummer | Anglo-Amerikaans recht
Mei 1998
AA19980437

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht

J.M.I. Vink

Vanaf 1 januari 2018 is de algehele gemeenschap van goederen niet langer het basisstelsel waarin stellen trouwen als zij geen huwelijkse voorwaarden hebben opgemaakt. Vanwege een initiatiefwet van de Tweede Kamer wordt het basisstelsel gewijzigd in een beperkte gemeenschap van goederen. In dit artikel worden de totstandkoming en achtergrond van de nieuwe wet uiteengezet en wordt ingegaan op de belangrijkste wijzigingen die per 1 januari 2018 in werking treden.

Annotaties en wetgeving | Wetgeving
November 2017
AA20170932

Huwelijk, vermogen en gemeenschap van goederen

E.G.D. van Dongen, I. Visser

Emanuel van Dongen en Irene Visser bezien in deze bijdrage de geschiedenis van het huwelijksvermogensrechtelijke stelsel van de algehele gemeenschap van goederen.

Blauwe pagina's | Bijzondere bepalingen
Mei 2016
AA20160324

Huwelijkse voorwaarden en daarvan afwijkend, onderling overeenstemmend gedrag van echtgenoten

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 18 juni 2004, NJ 2004, 399 In dit arrest en de daarbij behorende noot van Nuytinck komt aan de orde dat partijbedoelingen de werking van huwelijkse voorwaarden nooit buiten werking kunnen stellen. De Hoge Raad maakt daar echter een nuance bij die volgens Nuytinck onaanvaardbaar is; bij ontbinding van het huwelijk kan er namelijk volgens de Hoge Raad op grond van de redelijkheid en billijkheid na onderling overeenstemmend gedrag toch een uitzondering gemaakt worden op de huwelijkse voorwaarden.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Juni 2005
AA20050472

Huwelijksvermogensrecht en derden

B.E. Reinhartz

In het gewone vermogensrecht, neergelegd in de Boeken 3, 5, 6 en 7 BW, geldt een aantal basisbeginselen waarop het huwelijksvermogensrecht ook tegenwoordig nog inbreuk maakt. Voor de wetswijziging in 1992 geschiedde dat in nog grotere mate. In deze bijdrage zal ik mij afvragen of het voor de derde in bepaalde situaties uitmaakt of zijn wederpartij al dan niet getrouwd is. Tot slot zal ik ook een korte beschouwing wijden aan de vraag of de tendensen in het huwelijksvermogensrecht stroken met individualiseringstendensen die wij in de samenleving waarnemen.

Bijzonder nummer | De derde in het recht
Mei 1997
AA19970279

December 2000

Katern 77: Burgerlijk recht

I. Brand, R.M.Ch.M. Koot, L. Reurich, B.T.M. van der Wiel

Rechtsvraag (236) Huwelijksvermogensrecht

M.J.A. van Mourik

Rechtsvraag op het gebied van het huwelijksgoederenrecht. Een huwelijks goederengemeenschap wordt verdeeld om op die manier fiscale aanspraken uit de weg te gaan. Vervolgens slaat de Ontvanger de vrouw in kwestie wel aan voor de helft van de belastingschuld op grond van 1:102 BW. De vraag is hoe dit mogelijk is na verdeling van de gemeenschap.

Perspectief | Rechtsvraag
November 1994
AA19940771

Vernietiging van huwelijkse voorwaarden, houdende ‘koude uitsluiting’, op grond van dwaling (Zeeuwse huwelijkse voorwaarden)

A.J.M. Nuytinck

Hoge Raad 9 september 2005, JOL 2005, 469 Ten eerste komt hier aan bod of het mogelijk was dat huwelijkse voorwaarden staande het huwelijk nog moeten worden opgesteld. Echter spelen hier ook de interne aspecten van de huwelijkse voorwaarden. Er werd hier namelijk dwaling van de kant van de vrouw aangenomen omdat zij er niet van op de hoogte was dat ze geen recht had op de vruchten van de arbeid van de man, maar dacht dat het alleen om externe werking ging.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
Januari 2006
AA20060046

Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Over zelfbeschikking en rechtsbescherming bij het aangaan van een huwelijk

B.C.M. Waaijer

Zouden aanstaande echtgenoten in plaats van de van rechtswege geldende, nieuwe wettelijke beperkte gemeenschap van goederen, niet eenvoudig moeten kunnen kiezen voor de oude algehele gemeenschap van goederen? Dus zonder dat zij daarvoor huwelijksvoorwaarden ten overstaan van een notaris hoeven te maken? De auteur geeft aan dat we met het daartoe strekkende consultatiewetsvoorstel niet op de goede weg zijn.

Opinie | Opiniërend artikel
December 2018
AA20180996

Showing all 12 results