Toont alle 11 resultaten

‘Bij het woord generalist voel ik me thuis’

Interview met Advocaat-generaal F.B. Bakels

J. Paulussen, G. Reisenstadt

Met Advocaat-generaal Floris Bakels spraken wij onder meer over specialisatie in de rechterlijke macht, de taken van een Advocaat-generaal en de toekomst van het parket en de Hoge Raad.

Verdieping | Interview
September 2001
AA20010630

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en medewerk(st)er bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad

D.W.F. Verkade

Wat doet een advocaat-generaal bij de Hoge Raad? Hij of zij concludeert. Het concluderen omvat zon 90% van de werklast. De medewerk(st)ers van het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad helpen de A-G hierbij.

Perspectief | Perspectiefartikel
September 2007
AA20070708

De illusionaire zekerheid van de rechtspraak

Interview met prof.mr. J.C.M. Leijten

E. Florijn, B. Oosting

Jan Leijten werd in 1926 in Etten geboren. Na zijn rechtenstudie werd hij assistent bij de rechtenfaculteit(strafrecht en civiel recht) van de Universiteit te Nijmegen. Daarna vestigt hij zich gedurende bijna tien jaar als advocaat aldaar. Na een carrière binnen de rechterlijke macht en als hoogleraar Inleiding en Algemene Rechtsleer aan de Universiteit te Nijmegen werd hij in 1981 Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. Tevens is hij werkzaam als buitengewoon hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit te Nijmegen. Reeds tijdens zijn studententijd had professor mr. J.C.M. Leijten de liefde voor de taal opgevat, wat resulteerde in twee dichtbundels. Meer recentelijk publiceerde hij een derde: 'Het malle luchtkasteel' (1974). Ook zijn conclusies als A-G onderscheiden zich door een helder en tegelijkertijd kleurrijk taalgebruik. Naast zijn literaire en professionele geschriften timmert professor mr. J.C.M. Leijten aan de weg als publicist. Hij is sinds 1971 redacteur van het Nederlands Juristenblad en daarnaast een veelgevraagd inleider. In zijn samenvattingen geeft hij blijk van een betrokken kijk op het recht: 'achter rechtsregels zit de samenleving, zit een hart, allemaal mensen die door elkaar heen krioelen.' In dit interview wordt onder meer aandacht besteed aan de ideeën van professor J.C.M. Leijten met betrekking tot rechtvindingstheorieën, de introductie van een 'dissenting opinion' bij de Hoge Raad en de overstap van Advocaat-Generaal mr. J.K. Franx naar de advocatuur.

Verdieping | Interview
April 1990
AA19900213

De tien tafelen van de Nederlandse wet. Dat zou toch mooi zijn?

Interview met prof.mr. A.S. Hartkamp

M.W. Hesselink, H. Wattendorff

Hoewel zijn voorkeur uitging naar de klassieke talen, studeerde Arthur Severijn Hartkamp (1945) rechten aan de Universiteit van Amsterdam van 1962 tot 1968. Na zijn studie werd Hartkamp wetenschappelijk medewerker bij de vakgroep rechtsgeschiedenis van diezelfde universiteit, waar hij in 1971 cum laude promoveerde bij prof.mr. J.A. Ankum. De titel van zijn proefschrift was: 'Der Zwang im römischen Privatrecht'. Van 1974 tot 1989 was Hartkamp werkzaam op de Stafafdeling Wetgeving NBW van het Ministerie van Justitie als naaste medewerker van regeringscommissaris Snijders. Naast zijn werk op de Stafafdeling had Hartkamp verschillende deel tijdfuncties elders. Zo doceerde hij in Leiden gedurende zes jaar het keuzevak NBW (1977-1983). Sinds 1982 is hij raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Amsterdam. Een andere nevenfunctie van Hartkamp was het redacteurschap van het NJB (1985-1989). Verder had hij voor Nederland zitting in internationale commissies als Unidroit en Uncitral (1981-heden respectievelijk 1978-1989). In 1986 werd Hartkamp benoemd tot Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad, tot 1989 voor halve tijd gedetacheerd bij het Ministerie van Justitie. Sinds 1989 is hij A-G voor de volle werktijd.Hartkamp bewerkte de Asser-Rutten (Verbintenissenrecht) naar NBW. De Asser-Hartkamp bestaat uit drie delen. In een periode van vier jaar verschijnt er ieder jaar een nieuwe druk van één van de delen. In het vierde jaar heeft Hartkamp tijd voor andere publicaties. Sinds 1989 is Hartkamp redacteur van het WPNR. De redactie van het WPNR is een rustig gezelschap en niet vergelijkbaar met de NJB-redactie, aldus Hartkamp. Het hoogleraarschap werd zijn deel in 1991. Hij werd benoemd tot deeltijd-hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Utrecht, met als leeropdracht privaatrecht, in het bijzonder burgerlijk recht. Er zijn overigens niet veel universiteiten die hem daarvóór niet voor een hoogleraarschap hadden gepolst. Eén van de weinige typisch juridische beroepen die Hartkamp nooit heeft uitgeoefend, is dat van advocaat. Doordat zijn vader advocaat was, maakte hij dit beroep als kind van te dichtbij mee om het nog aantrekkelijk te vinden, zo zegt hij zelf. Wij spraken met Hartkamp onder meer over zijn verschillende functies, over het NBW en over de Asser-Hartkamp.

Verdieping | Interview
December 1991
AA19911109

Expliciet gebruik van de literatuur door de Hoge Raad: een typologie

Post thumbnail Slechts in een klein aantal gevallen gebruikt de Hoge Raad expliciet de literatuur in zijn arresten. De auteur brengt in kaart op welke wijzen de Hoge Raad dit doet, door daarvan een typologie op te maken. Deze typologie kan als uitgangspunt dienen voor vervolgonderzoek over de rol van de literatuur in de jurisprudentie van de Hoge Raad.

Verdieping | Studentartikel
Oktober 2019
AA20190755

Het ipr wil van alle walletjes tegelijk eten

Interview met prof.mr. L. Strikwerda, Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad, hoogleraar internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de Staatscommissie voor ipr

I. Giesen, M.F.J. Haak

Interview met prof. mr. L. Strikwerda over de vele facetten van het internationaal privaatrecht.

Verdieping | Interview
Juli 1995
AA19950555

Maart 2008

Katern 106: Bestuurs(proces)recht

A.T. Marseille

Met het aansprakelijkheidsrecht kan niet alles

Interview met A.R. Bloembergen, oud-hoogleraar burgerlijk recht aan de RUL, oud-raadsheer bij de Hoge Raad, waarnemend A-G bij de Hoge Raad

S.E. Bartels, M.A. Leijten

A.R. Bloembergen werd geboren in 1927. Hij studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Utrecht. In 1965 promoveerde hij bij professor van Opstal op schadevergoeding bij onrechtmatige daad. Daarvoor was hij van 1951-1957 advocaat in Den Haag. Nog in het jaar van zijn promotie werd hij benoemd tot hoogleraar burgerlijk recht in Leiden. Deze functie vervulde hij tot 1979 waarna hij raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden werd. Tevens concludeerde hij als waarnemend Advocaat-Generaal enkele malen voor belangrijke arresten. Vlak voor de december-feestdagen spraken wij met hem in zijn werkkamer.

Verdieping | Interview
April 1994
AA19940217

Over stinkende zaken en prettige ervaringen. Interview met prof.mr. M.R. Mok

M.C.A. van den Nieuwenhuijzen, C. Rijckenberg

In het tweede interview ter gelegenheid van de Rode Draad Raad en Daad. Over rechtsvorming door de Hoge Raad wordt aandacht besteed aan het parket bij de Hoge Raad. Wij spraken met prof.mr. Robert Mok, oud-advocaat-generaal en plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad. Mok heeft in de jaren 50 in Utrecht rechten gestudeerd. Na zijn afstuderen heeft hij, ter overbrugging, korte tijd gewerkt bij een Uitvoeringsorgaan Sociale Verzekeringen, waarna hij 21 maanden in militaire dienst moest. Hierna is hij aan de slag gegaan bij achtereenvolgens het Ministerie van Economische Zaken, de Europese Commissie te Brussel en het Ministerie van Justitie. Na elf jaar bij het Ministerie van Justitie, is hij in 1978 gevraagd om advocaat-generaal bij de Hoge Raad te worden. Gedurende zijn werkzaamheden bij Justitie en bij het parket bij de Hoge Raad is hij tevens jarenlang buitengewoon hoogleraar (later aangeduid als deeltijd hoogleraar) Economisch ordeningsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen geweest. Inmiddels is Robert Mok gepensioneerd, in 1997 bij de universiteit, in 2002 bij het parket van de Hoge Raad. Dit is echter voor hem geen reden om stil te zitten; hij annoteert nog regelmatig in de NJ en is onlangs benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam vanwege de Bregstein Stichting.

Verdieping | Interview
April 2006
AA20060273

Strafrechtelijk optreden is van nature betrekkelijk onbeschaafd

Interview met prof.mr. G.J.M. Corstens, hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen

J. Postma, A. van Veen

Interview met de Nijmeegse hoogleraar strafrecht Geert Corstens in het kader van de rode draad 'Materieel strafrecht in beweging'. In het interview komen onder andere het veranderende strafrecht en in het bijzonder het daderschap, praktische oplossingen, herrijking van het Wetboek van Strafrecht, inkijkoperaties en andere werkzaamheden in het kader van de strafvordering, vormvereisten in vergelijking met het administratief recht, vertrouwen van de burger in het strafrecht, hoogleraarschap, conclusies van de A-G en de Hoge Raad

Overig | Rode draad | Materieel strafrecht in beweging | Verdieping | Interview
September 1994
AA19940569

Van alles een beetje en niet echt goed

Interview met prof.mr. P.J. Wattel

B.E.M. Hertoghs, C.J.D. Warren

Post thumbnail Interview met prof.mr. Peter J. Wattel, hoogleraar Europees belastingrecht aan de Universiteit van Amsterdam en advocaatgeneraal bij de belastingkamer van de Hoge Raad der Nederlanden, waarin gesproken wordt over zijn loopbaan, zijn samenwerking met het wetenschappelijk bureau, het Europees (belasting)recht en hoe hij erin slaagt om zijn uiteenlopende interesses met zijn werkzaamheden te combineren.

Verdieping | Interview
April 2009
AA20090262

Toont alle 11 resultaten