Maandbladartikel

Puzzelen in het notariaat

Interview met mr. G.J.C. Lekkerkerker, hoofd van het Juridisch Bureau van de Koninklijke Notariële Broederschap

O. van Klinken, M.J. Kroeze

G.J.C. Lekkerkerker werd in 1950 te Amsterdam geboren. Na het behalen van zijn doctoraal in zowel het Nederlands recht als in de studie Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden, volgde hij tijdens het vervullen van zijn dienstplicht de notariële studierichting. Na zes jaar in het notariaat te hebben gewerkt, stapte hij over naar de wetenschappelijke denktank van de Koninklijke Notariële Broederschap: het Notarieel Juridisch Bureau. Lekkerkerker is momenteel hoofd van dit bureau en nog geregeld als kandidaat-notaris in de praktijk werkzaam. In de uitgebreide bibliotheek van het Juridisch Bureau hadden wij een gesprek met hem over de spannende tijden die het notariaat tegemoet gaat.

Verdieping | Interview
december 1992
AA19920776

Queering Courts

Een analyse van de gelijkehuwelijksrechtenjurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Amerikaans Hooggerechtshof

M.K. Shahid

Op 23 mei 2025 promoveerde Masuma Shahid aan de EUR met het proefschrift Queering courts. Analysing the Equal Marriage Rights Case Law of the European Court of Human Rights, the Court of Justice of the European Union and the United States Supreme Court. In deze bijdrage zet zij uiteengezet hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden en wat de bevindingen zijn.

januari 2026
AA20260073

Quint/Te Poel

J.H. Beekhuis

HR 30 januari 1959, nr. nep2, ECLI:NL:HR:1959:AI1600 (Quint/Te Poel)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
maart 1959
AA19590171

Raadkamergeheimpjes

E.H. Hondius

In de Verenigde Staten klappen law clerks soms uit de school over hun Justices. Is het denkbaar dat hier een medewerker van het WB dat ook doet? Ewoud Hondius schrijft erover.

Opinie | Column
januari 2015
AA20150018

Raadsheer: Vertel ons uw visie

A.L.H. Ernes

Post thumbnail

Het geheim van de raadkamer zorgt ervoor dat we niet weten hoe rechters tot hun oordeel komen. De discussies die voorafgaan aan het oordeel zijn niet terug te vinden in het vonnis en we kunnen ook niet zien of een beslissing unaniem of bij meerderheid wordt genomen. Anka Ernes pleit dan ook voor invoering van het opnemen van 'concurring' en 'dissenting opinions' in arresten van de Hoge Raad.

Blauwe pagina's | Herschrijf het recht
december 2010
AA20100846

Raadsman bij politieverhoor

Rechtsvraag (339) formeel strafrecht

T. Blom

Perspectief | Rechtsvraag
november 2009
AA20090784

Raadsman bij politieverhoor

Beantwoording rechtsvraag (339) formeel strafrecht

T. Blom

In het novembernummer 2009 van Ars Aequi stelde prof. Blom een rechtsvraag over de aanwezigheid van een raadsman bij een politieverhoor. In dit nummer geeft hij het antwoord. Winnaar van de rechtsvraag is Marjo Vink van de Open Universiteit. Zij wint hiermee € 50 en mag een keuze maken uit het fonds van Ars Aequi Libri.

Perspectief | Rechtsvraag
april 2010
AA20100291

Raadsman en uitingsvrijheid

P.W. van der Kruijs, Th.A. de Roos

Voor een adequate verdediging in strafzaken is het van groot belang dat de advocaat, in het Wetboek van Strafvordering aangeduid als raadsman, alles onbelemmerd naar voren kan brengen dat hem in het belang van zijn cliënt, de verdachte, geboden voorkomt, zowel tijdens het onderzoek ter terechtzitting (bijvoorbeeld bij pleidooi), als daarbuiten, bijvoorbeeld tegenover de pers. Maar bij de vervulling van zijn taak en het gebruik van zijn uitingsvrijheid gelden wel juridische grenzen. In deze bijdrage worden die grenzen verkend.

Perspectief | Perspectiefartikel
mei 2011
AA20110391

Raadsman in strafzaken en heling en de criminele officier van justitie

G. Spong

Kort opiniërend artikel waarin mr. G. Spong hoe een advocaat zijn inziens dient te handelen ter verdediging van zijn cliënt en welke middelen de advocaat mag gebruiken om weerwoord te bieden aan het openbaar ministerie.

Opinie | Opiniërend artikel
november 1995
AA19950857

Raamuitzetter

H. Cohen Jehoram

Hoge Raad 31 mei 1991, nr. 14253, ECLI:NL:HR:1991:ZC0259, NJ 1992, 391 (Borsumij/Stenman). Ook bekend als Raamuitzetter. Uitspraak van de Hoge Raad en daarbij behorende noot op het gebied van het octrooirecht. In de uitspraak komt aan de orde wat de verhouding is tussen de leer van de slaafse nabootsing en de modernere prestatieontlening. De Hoge Raad oordeelt dat de laatste leer de eerdere heeft geabsorbeerd. In de noot wordt dieper op deze problematiek ingegaan.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
september 1993
AA19930680

Rabo-Sporting Connection; Barcum-Sporting Connection

R.D. Vriesendorp

Hoge Raad 17 juni 1994, nrs. 8424 en 8425, ECLI:NL:HR:1994:ZC1401, RvdW 1994, 135 (Rabo/Sporting Connection; Barcum/Sporting Connection) In dit artikel is aan de orde in hoeverre er bij de onderhandse executoriale verkoop bij een pandrecht bij de verzoekschriftprocedure die daarbij van toepassing is rechtsmiddelen open staan en hoe dit zich verhoudt tot het eigendomsrecht en het pandrecht.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 1995
AA19950283

Radhabinod Pal

K. Elst

Rode draad | Beroemde en Beruchte rechters
september 2010
AA20100636