Maandbladartikel

Nieuwsgaring en opsporing

R.M. Vennix

Verdieping | Verdiepend artikel
maart 2000
AA20000145

Nihil obstat? Over selectie van studenten bij de toelating tot de rechtenstudie

J.E.M. Polak

In dit artikel wordt een afweging gemaakt bij het selecteren van rechtenstudenten aan de poort. De auteur bekijkt het vanuit verschillende standpunten.

Perspectief | Perspectiefartikel
april 2005
AA20050308

Nihilbeding en bijstandsverhaal

N. van der Graaf, F. Keulen

Meesters-column
AA19810473

Nijmeegs staatsrecht: rechtspositivisme en de legitimatiekwestie

J. Kiewiet

Belangrijkste vertegenwoordiger van Nijmeegs staatsrecht was Tijn Kortmann, wiens handboek Constitutioneel recht nog steeds in het rechtenonderwijs wordt gebruikt. Kortmann heeft zichzelf altijd een rechtspositivist genoemd en stelde dat het constitutioneel recht geen legitimerende functie vervult. Maar wat betekent het om rechtspositivist te zijn en te ontkennen dat het constitutioneel recht legitimeert? Ik laat zien dat Kortmann een heel eigen opvatting over ‘rechtspositivisme’ en ‘legitimatie’ erop nahield. Dat inzicht leidt tot een beter begrip van Constitutioneel recht en het Nijmeegs staatsrecht.

Perspectief | Perspectiefartikel
november 2024
AA20240964

Nijmeegse scooter

N. Rozemond

Hoge Raad 17 december 2013, nr. 12/02825, ECLI:NL:HR:2013:1964 (Nijmeegse scooterzaak); Hoge Raad 17 december 2003, nr, 12/02841, ECLI:NL:HR:2013:1966 (Nijmeegse scooterzaak)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
november 2014
AA20140841

Nijmegen vs. Tilburg: tussen rechtspersoon en onderneming

Interview met prof.mr. J.M.M. M aeij er en prof.mr. M .J.G.C. R aaij makers

W.M.T. Keukens, M.C.A. van den Nieuwenhuijzen

De door de Hertog van Parma tot Belvdre omgedoopte vestingtoren in Nijmegen was het toneel van een uniek gesprek tussen twee hoofdrolspelers in een rechtsgeleerd debat over rechtspersonen, vennootschappen en ondernemingen. Na een eerste deel waarin we kennis maken met de personen achter de hoogleraren, volgt een vurig discours over de grondslagen van het ondernemingsrecht, waarin Maeijer en Raaijmakers vol passie hun standpunten verdedigen en ten slotte met ons van gedachten wisselen over de toekomst van Business Law in Nederland. Onderwerpen zoals het begrip onderneming, rechtspersoonlijkheid, personenvennootschappen, flexibilisering van de BV, de (toekomst van de) Ondernemingskamer en de invloed van het Europees recht komen uitvoerig aan de orde.

Verdieping | Interview
april 2007
AA20070332

Nog even en dan krijgen emoji’s ook een juridische betekenis

L.A.G.M. van der Geld

Emoji’s zijn een vast onderdeel geworden van ons (digitale) taalgebruik, en nog even en dan krijgen emoji’s ook een juridische betekenis. In Canada is het zelfs al zover, vertelt Lucienne van der Geld in deze column.

Opinie | Column
oktober 2023
AA20230744

Nogmaals de tongzoen

N. Rozemond

Hoge Raad 26 november 2013, nr. 12/05539, ECLI:NL:HR:2013:1431, NJ 2014/62 m.nt. N. Keijzer (vervolg op Hoge Raad 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2653, NJ 2013/437 m.nt. N. Keijzer, AA 2013, p. 839-845 m.nt. N. Rozemond (1AA20130839))

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2014
AA20140291

Nogmaals: het Polydor-arrest

P. Tuit

Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, zaak 270/80, prejudiciële beslissing van 9 februari 1982

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 1983
AA19830268

Nogmaals: het Polydor-arrest

P. Tuit

De bespreking van het arrest van het Hof van Justitie, inzake Polydor en RSO tegen Harlequin en Simons, door prof. mr. H.G. Schermers in AA 31 (1982) 9, p. 521 e.v., deed de auteur in eerste instantie enigszins in verwarring geraken. Uit het arrest werden namelijk enige conclusies getrokken die de auteur niet goed kon plaatsen in de uitspraak van het Hof. In dit artikel gaat de auteur hier verder op in.

februari 1983
AA19830268

Nogmaals: HP en het Philipsmerk

P.A.C.E. van der Kooij

Meesters-column
juni 1982
AA19820286-2

Nogmaals: Is een wetsvoorstel onschendbaar?

C.A.J.M. Kortmann

Hoge Raad 19 november 1999, nr. C98/096HR, ECLI:NL:HR:1999:AA3374, RvdW 1999, 179 De noot bij dit arrest behandelt de vraag hoe de hoge raad ertoe komt dat de rechter niet het oordeel toekomt dat 'onrechtmatig is gehandeld doordat bij de voorbereiding en de behandeling van die wet (wet algemene regels herindeling) terzake gegeven procedurevoorschriften zijn geschonden.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2000
AA20000107