Maandbladartikel

Hoe behoudt het recht zijn vorm?

J. Kiewiet

Post thumbnail Juristen breken zich vaak het hoofd over de beste inhoud van een juridische uitspraak. Maar de vorm van het recht is minstens zo belangrijk. Ik bespreek wat onder ‘vorm’ verstaan moet worden en dat gebreken in de juridische vorm uiterst problematisch kunnen zijn. Het is daarom van belang dat in het bijzonder door de rechter niet lichtzinnig aan de vorm van het recht voorbijgegaan wordt.

Opinie | Opiniërend artikel
april 2020
AA20200369

Hoe de trias politica technologische ontwikkeling in haar macht krijgt: het belang van de samenwerking tussen recht, politiek en technologie

L.M. Poort, C.A. Zweistra

De machtsverdeling binnen de trias politica is een belangrijk uitgangspunt in de inrichting van het Nederlandse staatsbestel. Inmiddels zijn er zorgen over de wijze waarop ingrijpende technologische ontwikkelingen de traditionele machtsbalans onder druk zetten. Een concrete aanleiding is de mate waarin de uitvoerende macht vooroploopt bij het gebruik van nieuwe technologieën zoals digitale (geavanceerde) algoritmes. In dit artikel laten we zien dat een succesvolle handhaving van de trias politica een nauwe samenwerking vergt tussen de domeinen van technologie, politiek, ethiek en recht. De inzet van deze samenwerking is niet alleen om te voorkomen dat technologie zich ontwikkelt tot een vierde macht buiten de trias, nog belangrijker is dat een poging wordt gedaan om technologie te laten bijdragen aan een goede werking van de trias en de inrichting van een rechtvaardige samenleving.

Verdieping | Verdiepend artikel
juni 2022
AA20220457

Hoe democratisch kan het recht eigenlijk zijn?

N. de Boer, J. Klijnsma

In dit redactionele artikel wordt ingegaan op de theorie van de machtenscheiding. De redacteuren komen tot de conclusie, naar verwijzing naar de rechtsfilosofen Dworkin en Hart dat rechtsvorming niet meer enkel aan de democratisch gelegitimeerde volksvertegenwoordiging toekomt, maar ook aan de rechter die in verschillende zaken beslist waarin de wet onduidelijk is.

Opinie | Redactioneel
juni 2008
AA20080407

Hoe duur moeten vergissingen je komen te staan?

Over vergishuwelijken, vergeten concept-testamenten en ander menselijks

L.A.G.M. van der Geld

Niet iedereen is even blij met het hoofdlijnenakkoord van de vier-partijen-coalitie, maar Lucienne van der Geld weet er voor deze column toch een pareltje uit op te duiken: er komt, als het aan de coalitie ligt, een recht op vergissen.

Opinie | Column
juni 2024
AA20240508

Hoe echt is uw echt? De ineffectiviteit van schijnregelgeving

C.A. Goudsmit

Bijzonder nummer | Vreemdelingenrecht | Verdieping | Studentartikel
mei 2000
AA20000330

Hoe een belastingmaatregel tegelijkertijd discriminatoir en niet-discriminatoir kan zijn

M.F. de Wilde

Hoge Raad 15 december 2017, nr. 16/02919, ECLI:NL:HR:2017:3128

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2018
AA20180323

Hoe Europees is de Europese ombudsman?

, M.L.M. Hertogh

In dit artikel gaat de auteur in op de instelling van de Europese Ombudsman. De auteur analyseert de regels rondom de instelling van de Europese Ombudsman en vergelijkt deze met de nationale regels rondom de Ombudsman. Over dit alles laat de auteur zijn kritische visie schijnen

Opinie | Opiniërend artikel
januari 1994
AA19940013

Hoe gemeen is de aansprakelijkheid van de wegvervoerder volgens Boek 8 BW?

M.A. van de Laarschot

In deze bijdrage worden aan de hand van het arrest van de Hoge Raad van 6 april 1990 inzake Van Gend & Loos versus Vitesse (HR 6 april 1990, NJ 1991, 689) enige aspecten van de aansprakelijkheid van de wegvervoerder volgens Boek 8 BW behandeld en vergeleken met aansprakelijkheidsregels volgens het gemene recht.

Bijzonder nummer | Vervoersrecht
mei 1993
AA19930427

Hoe het zit

Over de gevangeniservaring in de literatuur

M.W.B. Asscher

Maarten Asscher promoveerde op 29 oktober 2015 aan de Universiteit Leiden tot doctor in de geesteswetenschappen. Zijn promotor was de historicus prof.dr. W. Otterspeer. Deze bijdrage geeft een inzicht in de belangrijkste bevindingen van het onderzoek en de wijze waarop die tot stand kwamen.

Literatuur | Proefschriftbijdrage
april 2016
AA20160312

Hoe kan rechten dekoloniseren?

K. Haex, D. de Vries

De laatste jaren wordt de roep om dekolonisatie van de samenleving steeds luider. Ook de universiteit kan hieraan een steentje bijdragen. Het gaat daarbij niet alleen om het aannemen van personeel met een andere culturele achtergrond, die hun eigen kennis en ervaring meenemen, maar ook over het veranderen van de inhoud: wat en hoe onderwezen wordt. Hoe zou inhoudelijke dekolonisatie van de studie Nederlands Recht eruit kunnen zien? Om een extra impuls te geven aan het debat hierover, doen Koen Haex en Daan de Vries in dit redactioneel een aantal suggesties.

Opinie | Redactioneel
september 2024
AA20240715

Hoe komen de bewoordingen van vonnissen en arresten tot stand?

J.D.A. den Tonkelaar

‘Concipiëren’, zoals de vakterm luidt, is bijna dagelijks werk van alle rechters en raadsheren, de meeste leden van de juridische ondersteuning en sommige medewerkers in de administratieve ondersteuning van de gerechten. Dit concipiëren is het maken van concept-uitspraken; het op schrift stellen van een uitspraak, waarvoor uiteindelijk elke rechter of raadsheer wiens naam onder de uitspraak staat, inhoudelijk en redactioneel verantwoordelijk is. De uit deze twee zinnen naar voren komende wereld van taken, taakverdeling, delegatie en verantwoordelijkheden is een wereld waarin veel werkdruk wordt ervaren en toch constant aan alle uitspraken hoge eisen gesteld worden. Van die wereld en de vragen die daarin leven, wil dit artikel een beeld geven.

Bijzonder nummer | Recht & taal
juli 2015
AA20150594

Hoe komen juridische begrippen en regels aan hun betekenis?

Het belang van de taalfilosofie van de latere Wittgenstein voor de rechtsgeleerdheid

, J.W.A. Fleuren

Hoe komen begrippen als ‘rechtssubject’, ‘rechtspersoon’, ‘rechtshandeling’, ‘bestuursorgaan’ en andere abstracties aan hun betekenis? Hoe komt het dat juridische termen en wettelijke voorschriften in de loop van de tijd van betekenis kunnen veranderen? Wat verklaart dat de inhoud van het EVRM bepaald wordt door de jurisprudentie van het EHRM? De taalfilosofie van Wittgenstein is bij uitstek geschikt om dergelijke vragen te beantwoorden. Deze bijdrage biedt een inleiding in een van de belangrijkste filosofen van de 20e eeuw en maakt diens inzichten operationeel voor de rechtsgeleerdheid. Daarbij treedt een onvermoede verwantschap tussen rechtswetenschap enerzijds en logica en wiskunde anderzijds aan het licht.

Bijzonder nummer | Recht & taal
juli 2015
AA20150568