Maandbladartikel

De schakelbepalingen van de ontnemingsprocedure: de kunst van het weglaten

W.S. de Zanger

De procedure tot oplegging van de ontnemingsmaatregel heeft vorm gekregen doordat verschillende bepalingen ten aanzien van het reguliere strafproces van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Door sommige bepalingen juist niet van toepassing te verklaren heeft de wetgever een afwijkend procesrecht in het leven geroepen voor de ontnemingsprocedure. Deze wetgevingstechniek is op kritiek gestuit en heeft de rechter voor keuzes gesteld.

Blauwe pagina's | Ode aan de schakelbepalingen
december 2017
AA20170960

De schijndecentralisatie en averechtse effekten van de Kaderwet Specifiek Welzijn

A. Toxopeus

In het kader van een student-assistentschap kreeg ik onder andere de opdracht te onderzoeken welke positie de gemeente in de toekomst krijgt binnen het welzijnsbeleid van de overheid, na de in werking treding van de Kaderwet Specifiek Welzijn (verder te noemen: de Kaderwet) die overigens nog steeds in de ontwerpfase verkeert. Het is de bedoeling via deze Kaderwet het welzijnsbeleid zoveel mogelijk te decentraliseren. Dit streven alleen al noopt tot het stellen van de vraag in hoeverre de gemeente nieuwe bevoegdheden, en een reële vrije beleidsruimte binnen die bevoegdheden krijgt. De behoefte de realisatiemogelijkheden van de beoogde decentralisatie aan een kritische blik te onderwerpen ontstond ook mede door de alarmsignalen over de Kaderwet die in eerste instantie vooral door de gemeenten werden uitgezonden. Dit artikel is een uitvloeisel van de bovengenoemde opdracht waarbij de probleemstelling enigszins is uitgebreid. Het bleek mij namelijk uiteindelijk onmogelijk om stil te blijven staan bij de constatering alleen dat er in veel  mindere mate gedecentraliseerd wordt dan wordt betoogd. Het ‘waarom’ van dit verschijnsel, en de vraag wat dan wel de effecten zullen zijn van deze Kaderwet lieten mij niet los. En tot overmaat van de ramp ging ik mij  afvragen of de overheden en grote welzijnsorganisaties überhaupt wel een belangrijke rol kunnen spelen bij het bevorderen van bepaalde vormen van menselijk welzijn. Aan het slot van dit artikel filosofeer ik over de  voorwaarden voor en de vorm van een ·echt' decentralisatiebeleid, en over het verband tussen de grootschaligheid van onze samenleving en ons onwelzijn.

Witte stukken
april 1981
AA19810155

De Schipholsaga: vragen en twijfels bij een natuurvergunning

De schranderheid van Odysseus. Over Recht en literatuur en Recht door literatuur

C. Elion-Valter

Zijn recht en literatuur gescheiden werelden of delen zij karaktertrekken, is er wellicht zelfs spake van beïnvloeding? hieronder een korte inleiding op Recht en literatuur, iets over de historie en de ondervedelingen van het vak en de presentatie van Odysseus als proto-jurist, gescherpt door ervaring en uitblinkend in schranderheid.

Overig | Rode draad | Recht en literatuur
januari 2004
AA20040008

De schrijvende prins

C.A.J.M. Kortmann

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), 25 november 1999, ECLI:NL:RVS:1999:AA4098, nr. H01.99.0494, AB 2000, 393, m. nt. SZ Noot bij de een uitspraak waarbij de volgende vragen aan bod komen: Wat betekent het begrip Kroon? Wat betekent de eenheid van de Kroon? Wat betekent de ministeriële verantwoordelijkheid? Ten aanzien van wie of wat geldt de ministeriële verantwoordelijkheid?

Annotaties en wetgeving | Annotatie
januari 2001
AA20010031

De schrijvende rechter?

J. van Mourik, K.A.M. van Vught

Veel rechters schrijven artikelen of bewerken handboeken. De gedragscodes voor rechters laten dit toe. Maar is dat wel terecht? Hoe vlot mag de pen van de schrijvende rechter eigenlijk zijn? De onafhankelijke en onpartijdige positie van een rechter doet vragen rijzen over het schrijven ‘op persoonlijke titel’ en het bewerken van handboeken.

Opinie | Redactioneel
juni 2017
AA20170467

De scriptie

E.H. Hondius

In deze column geeft Hondius aan wat een scriptie voor studenten kan betekenen en geeft daarbij een aantal tips voor een succesvolle scriptie.

Opinie | Column
oktober 2007
AA20070739

De semi-monistische invloed van het Statuut van het Internationaal Strafhof op nationaalrechtelijke vervolging van internationale misdrijven

G.G.J. Knoops

Rechtbank Rotterdam 7 april 2004, nr. 10/000050-03, ECLI:NL:RBROT:2004:AO7178, LJN-nummer AO7178 Deze zaak kan worden gezien als een eerste voorbeeld waarbij zich de semi-monistische rol van het internationaal strafrecht als het gaat om de doorwerking naar de nationale rechtssfeer voordeed. Immers, deze zaak betrof een vervolging ten overstaan van een Nederlandse strafrechter: - van een niet-Nederlander - voor feiten gepleegd buiten Nederland, en - Welke feiten zijn gepleegd jegens een niet-Nederlands slachtoffer.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
oktober 2004
AA20040729

De SGP-zaak in Straatsburg

R.J.B. Schutgens, J.J.J. Sillen

Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM/ECHR) 10 juli 2012, ECLI:NL:XX:2012:BX7343, app.nr. 58369/10 (SGP t. Nederland)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
februari 2013
AA20130129

De SGP, subsidie en vrouwen

C.A.J.M. Kortmann

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) 5 december 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB9493, LJN: BB9493, nr. 200609224/1 Kortmann gaat bij deze uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State in op een tweetal kwesties uit de SGP-zaak, te weten de de afstand van grondrechten en de subsidiëring van politieke partijen.

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2008
AA20080291

De sharia als goddelijk ideaal voor een rechtvaardige samenleving

M.A. Muradin

Als de sharia duidt op de goddelijke blauwdruk voor een vreedzame en sociaal-rechtvaardige samenleving, dan laten de praktijken van de Taliban, Al-Qaeda of recentelijk de ISIS toch grotendeels het tegenbeeld van rechtvaardigheid zien. In deze bijdrage wordt ingegaan op het concept van rechtvaardigheid in de islam om de theoretische en praktische invulling van de sharia beter te kunnen doorgronden.

Blauwe pagina's | Rechtvaardigheid
mei 2018
AA20180356

De Shell Nigeria-arresten van het hof Den Haag, een doorbraak bij internationale milieuschade?

S.M. Bartman, C. de Groot

Hof Den Haag 29 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:132 (Oguru) en ECLI:NL:GHDHA:2021:133 (Dooh)

Annotaties en wetgeving | Annotatie
april 2021
AA20210384