Categorie: Weblogs
In november trok ik ten strijde tegen het verschijnsel van ‘nepauteurs’. Het is in onze maatschappij heel gebruikelijk dat juridische geschriften – de conclusies van een advocaat of advocaat-generaal, het wetsvoorstel van een ambtenaar – door een ander van hun naam (en autoriteit) worden voorzien. Er zijn zelfs bèta-faculteiten, waar de medeondertekening van een publicatie […]
Kort geleden las ik in een recensie van een Duitse dissertatie op het gebied van het internationaal privaatrecht (Niklas Ganssauge, Internationale Zuständigkeit und anwendbares Recht bei Verbraucherverträgen im Internet. Eine rechtsvergleichende Betrachtung des deutschen und des US-amerikanischem Recht (diss. Kiel 2003), Tübingen: Mohr, 2004, 316 p.): ‘Ein Überflüssiges Buch’ (RabelsZ 2006, p. 211, 215). Het zal […]
Oostenrijk blijft het land van de opera. Besteedde ik in een vorige kroniek aandacht aan de vraag of de schouwburgbezoeker genoegen behoeft te nemen met een geheel onaangekondigde enscenering van een opera uit het ijzeren répertoire (zie AA20050071; p. 17 van deze bundel), ditmaal wil ik het hebben over de rechten van laatkomers. Twee operaliefhebbers arriveerden, […]
In mijn column van oktober jl. (zie AA20060702; p. 56 van deze bundel) verdedigde ik de stelling dat het niet toelaatbaar is dat academische juridische artikelen op naam worden gesteld van anderen dan de werkelijke auteurs. Er is aanleiding om de kwestie aan de hand van een actueel voorbeeld verder uit te diepen. In het Nederlands […]
‘“Wat heb je voor opdracht?” vroeg Maarten.“Ik moet de commentaren bij de kaarten van het dwaallicht schrijven. Ik ben student-assistent.”“Maar dat zou Beerta toch zelf doen?”“Ik denk dat hij er zijn naam wel onderzet”. Hij zei het zonder enige boosaardigheid.’(J.J. Voskuil, Het bureau. Meneer Beerta, Amsterdam: Van Oorschot 1996, p. 32) Op 4 september 2003 opende het […]
1 In mijn vorige column bepleitte ik dat hoogleraren die in een bepaalde zaak als adviseur zijn opgetreden hiervan melding maken wanneer zij in een wetenschappelijk forum over de zaak schrijven. De wetenschappelijke integriteit is mijns inziens in het geding indien deze melding achterwege blijft. Op deze stellingname kreeg ik van verschillende kanten bijval, maar […]
Eind vorig jaar nam mijn collega Henriette Roscam Abbing met een rede over ‘Zorgen voor de patiënt van morgen’ (Houten: Bohn Stafleu van Loghum 2006, 16 p.) afscheid van de Universiteit Utrecht. Haar werk aan deze universiteit had zij twaalf jaar gecombineerd met een aanstelling bij het Ministerie van Volksgezondheid (en Sport). In haar afscheidsrede […]
In de vorige column berichtte ik van mijn poging om de grote namen uit de geschiedenis van het Nederlandse privaatrecht ook bij een nieuwe generatie juristen bekend te maken. Nog levende juristen waren hiervan uitgezonderd. Niet per definitie, maar omdat daar langs andere weg in was voorzien. Levende juristen kregen gedurende een aantal jaren van […]
De in de titel opgeworpen vraag werd mij ooit gesteld door een Utrechts docent burgerlijk recht. Mijn eerste opwelling was: hoe is het mogelijk dat een van Utrechts coryfeeën – andere grootheden waren Molengraaff en Eggens – zo weinig bekendheid geniet, dat deze zelfs bij docenten niet bekend is. Bij nadere overweging moest ik evenwel […]
Vorig jaar was ik oog- en oorgetuige van de landelijke pleitwedstrijden van de Jonge Balie. De acht beste jonge pleiters van het land namen het tegen elkaar op. Juridisch zaten hun betogen goed in elkaar. Maar qua retoriek had het wel wat beter gekund. Wat spannender. Wat erudieter. Met wat meer theater. Zoals in de […]




