Entartete Opernfreunde

Oostenrijk blijft het land van de opera. Besteedde ik in een vorige kroniek aandacht aan de vraag of de schouwburgbezoeker genoegen behoeft te nemen met een geheel onaangekondigde enscenering van een opera uit het ijzeren répertoire (zie AA20050071; p. 17 van deze bundel), ditmaal wil ik het hebben over de rechten van laatkomers. Twee operaliefhebbers arriveerden, zo stelden zij, aan de late kant voor een uitvoering van La Bohème door de Wiener Staatsoper. Toen bleek dat hun plaatsen inmiddels door anderen waren bezet, vroeg de suppoost hen mee te gaan naar de foyer, waar een verhitte discussie uitbrak. De twee operaliefhebbers stelden hier door de suppoost te zijn beledigd. Zij lieten het er niet bij zitten en wendden zich tot de Oostenrijkse ombudsman, die in zijn eigen tv-programma kijkers opriep om vergelijkbare gevallen aan hem te rapporteren. Hierdoor voelde op haar beurt de Wiener Staatsoper zich in haar eer aangetast en zij vorderde voor de rechter een verbod op herhaling van deze oproep.

De rechter stelde allereerst vast dat klagers gewoon te laat waren geweest en dat het personeel niets te verwijten viel. Voorts was de ombudsman met zijn oproep buiten zijn boekje gegaan: een andere ombudsman (Oostenrijk heeft er meer) was bevoegd. De vordering van de opera werd niettemin afgewezen, nu de presentatie van het tv-programma naar Oostenrijks recht een overheidshandeling is die niet door de rechter mag worden beoordeeld – zie het verslag bij Steininger in Helmut Koziol, Barbara C. Steininger (red.), European tort law 2004. Tort and insurance law yearbook, Wenen: Springer, 2005, p. 145.

Waarom aandacht voor deze operette? Heel eenvoudig: omdat de fout mijns inziens toch ten dele bij de opera ligt. In het verleden was het algemeen gebruikelijk om bij de opera in en uit te lopen – men herleze A la recherche du temps perdu maar eens. In de bioscoop is het heel normaal dat laatkomers worden toegelaten. Bij een voetbalwedstrijd die verloren dreigt te gaan, is een voortijdige aftocht van supporters evenmin uitzonderlijk. Het is daarom helemaal niet zo vanzelfsprekend dat operaliefhebbers op tijd moeten zijn. Laat de opera daarover maar iets opnemen in de huisregels – bij voorkeur in samenspraak met de clientèle. En deze tijdig en duidelijk aan bezoekers ter hand stellen. Dan behoeft theater als in de Wiener Staatsoper niet meer in de foyer, maar kan het gewoon op de Bühne plaatsvinden.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi december 2006

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *