Starbucks en het sociale geweten van een universiteit
Onlangs had ik het genoegen een bezoek te brengen aan een bevriende universiteit in het zuiden – maar ook weer niet al te zuidelijk – van het land. Ik was benieuwd naar wetenschappelijk nieuws en informeerde daar bij de autochtonen naar: ‘what’s new here?’. Ik dacht daarbij aan een nieuwe theorie over de big bang, de ontdekking van een vergeten handschrift van Van Bynckershoek of de meest recente publicatie over rechtsvinding en haar belang voor het verstaan van het concordantiebeginsel. Maar voor mijn gesprekspartners bleek de komst van Starbucks (een Amerikaanse koffieketen) de gebeurtenis van het jaar te zijn. Eerder had slechts de Erasmus Universiteit Rotterdam een vestiging van dit bedrijf. Mijn verbazing betrof niet slechts het idee dat een nieuwe koffietent het nieuws van de wetenschappelijke dag was, maar ook dat een bedrijf met een dubieuze reputatie de plaatselijke gunsten had weten te verwerven. Wat is die dubieuze reputatie?
Het is nog niet zo lang geleden dat aan mijn eigen universiteit fairtradekoffie in de plaats kwam van het vocht dat tot dan toe uit de automaten vloeide. Bij een fairtrademerk is de kans dat de koffie van een uitgebuite Colombiaanse planter komt minder groot dan bij andere koffiesoorten. Maar heeft Starbucks in haar assortiment nu juist geen fairtradebeginselen geïntroduceerd? Een beetje googelen leert dat dit inderdaad het geval is. Terzijde: of dit op initiatief van Starbucks geschiedde danwel op die van haar afnemers, wordt niet aanstonds duidelijk. De tussentijdse conclusie lijkt dat Starbucks zuivere koffie schenkt.
Er is echter nog iets anders aan de hand. Starbucks kan de – mogelijk – aan fair trade gederfde inkomsten gemakkelijk betalen van haar grootschalige belastingvermijding. Op 11 juni 2014 heeft de Europese Commissie in een persbericht aangekondigd dat zij begonnen is met een onderzoek naar Starbucks in Nederland – en naar Apple in Ierland en Fiat Finance and Trade in Luxemburg. Volgens de toenmalige vice-voorzitter van de Europese Commissie Joaquin Almunia, belast met het mededingingsbeleid
‘is het van groot belang dat grote multinationals hun deel van de belastingen bijdragen. Volgens de EU-staatssteunregels mogen nationale overheden geen maatregelen nemen waardoor bepaalde ondernemingen minder belastingen hoeven te betalen dan het geval was wanneer de fiscale regels van de lidstaat eerlijk en zonder discriminatie werden toegepast’.
Nederlandse juristen hebben het tegenwoordig veel over maatschappelijk ondernemen. Er wordt over gepreadviseerd, gepromoveerd en geprocedeerd. Dat is een edel streven, zeker als het om anderen gaat. Maar zou niet ook eens naar de eigen werkeenheid gekeken kunnen worden? Sommigen schijnt Starbucks goed te smaken. Maar het zou ook van een goede smaak getuigen om de fiscale acrobatie van deze firma nauwkeurig onder de loep te nemen alvorens met haar in zee te gaan.
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi december 2014




