Reinhard Zimmermann en de theorie van de tennissport

Precious Ramotswe is een dame die ieder die haar kent in zijn hart zal sluiten. Oprichtster van het No. 1 Ladies’ Detective Agency, trots op haar geboorteland Botswana, beleeft zij menig avontuur op het persoonlijke en het zakelijke vlak. Niet alleen Precious Ramotswe is een bijzonder persoon. Dat is ook haar schepper, de Schotse schrijver Alexander McCall Smith, die zelf een tijd in Botswana woonde. Zijn Botswana-romans braken in 2002 internationaal door nadat de New York Times Mw. Ramotswe de ‘Miss Marple of Botswana’ had genoemd.

McCall Smith heeft echter nog veel meer boeken geschreven – en was daarnaast mede-oprichter van het ‘Really Terrible Orchestra’. In het dagelijks leven is hij hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Edinburgh. Daar leerde hij de Duitse hoogleraar Reinhard Zimmermann kennen. En die spoorde zijn vriend aan om ook eens iets over Duitse professoren te schrijven. Over Duitse professoren die tennis spelen (Zimmermann schijnt zelf een niet onverdienstelijk tennisspeler te zijn). McCall Smith gaf gehoor aan het verzoek en schreef een reeks novellen die zijn geïnspireerd door de directeur van het Max Planck Institut te Hamburg. Drie delen met losse verhalen zijn inmiddels gepubliceerd: ‘Portuguese Irregular Verbs’, ‘The Finer Points of Sausage Dogs’ en ‘At the Villa of Reduced Circumstances’.

De verhalen beschrijven de onderlinge spanningen tussen drie Duitse hoog­leraren in de filologie. Daar is allereerst Prof. Dr. Moritz-Maria von Igelfeld, die naar eigen zeggen zijn naam meeheeft en eeuwige roem heeft verworven met zijn standaardwerk over ‘Onregelmatige werkwoorden in het Portugees’. Volgens een recensent is er na publicatie van dit boek niets meer over het onderwerp te zeggen. Von Igelfeld meent dat dit wel wat vaker herhaald mocht worden. Dan zijn er aan het Instituut voor Romanistiek de collega’s Prof. Dr. Detlef Amadeus Unterholzer en Prof. Dr. Dr. h.c. Florianus Prinzel. Dat deze laatste van de Universiteit van Palermo een eredoctoraat heeft ontvangen en niet Von Igelfeld, moet volgens Von Igelfeld op een vergissing berusten.

In het eerste verhaal brengen de drie professoren voor het bijwonen van een congres enige dagen door in een Zwitsers hotel, dat over een tennisbaan blijkt te beschikken. Geen van de hooggeleerden heeft nog ooit een tennisracket in handen gehad, maar dat moet te leren zijn: ‘Wenn man die Grundlagen kennt, lässt sich Tennis durchaus beherrschen wie jede andere Disziplin auch. In dieser Hinsicht ist es wie eine Sprache. Das Verständnis einfacher Regeln führt zum Verständnis einer Sprache. Nichts einfacher als das’, zo lezen we in de Duitse vertaling (‘Die verschmähten Schriften des Professor von Igelfeld’, München: Blessing 2007, 448 p.). Omdat vervolgens geen van de heren er in slaagt ook maar één opslag over het net te krijgen, eindigt het spel – tot hun onvrede – onbeslist. Dan moeten we maar gaan zwemmen, oppert Prof. Prinzel. Geen van de drie heeft ooit gezwommen, maar ook deze nieuwe sport moet uit een boekje te leren zijn. Het verhaal eindigt aldus: ‘Wie von Igelfeld hervorgehoben hatte, war Schwimmen ganz einfach. Theoretisch’.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi juni 2008

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *