Perlmanns schweigen

Perlmanns Schweigen (München, 1995) is een roman van de Zwitserse schrijver Pascal Mercier, wiens Nachtzug nach Lissabon (München, 2004) ook hier te lande veel aandacht heeft gekregen. Perlmann is een internationaal vermaard taalkundige die in de herfst van zijn wetenschappelijke loopbaan een uitnodiging krijgt als key­note speaker voor een symposium op een aantrekkelijke Italiaanse locatie. De geleerde stelt het schrijven van zijn speech keer op keer uit en geleidelijk begint de naderende Apocalyps tot de lezer door te dringen. Niet tot Perlmann en niet tot de congresgangers, die zich niet kunnen voorstellen dat zo’n wereldberoemd deskundige niet een spreekbeurt uit zijn mouw kan schudden.

De – prachtige – roman van Mercier kwam mij dezer dagen in herinnering bij het horen van het droevige verhaal van een van mijn studenten. Met drie teamgenoten had zij maandenlang geoefend voor een wereldvermaard pleitconcours. In de voorronde scoorde zij het beste resultaat van allen, maar naar de volgende ronde mocht zij niet door. Waarom niet? Nee, geen verkeerde wissel, maar een teamgenoot had verzuimd de verplichte pleitnota tijdig in te zenden. Hij of zij had zelfs geen letter op papier. Dat leverde zoveel strafpunten op, dat de drie overblijvenden er zwaar door werden gedupeerd. Tot het laatste moment hadden zij erop vertrouwd dat de nota er zou komen – mogelijk net als de auteur zelf – maar vergeefs.

Zelf heb ik deze ervaring helaas ook enkele malen gehad, meestal als gedupeerde (maar niet altijd). Zo is momenteel een manuscript van een rechtsvergelijkende studie bij de uitgever ter perse. De studie is in een reeks bijeenkomsten – in een lieflijk Italiaans stadje – tot stand gekomen in intensieve discussies, waaraan vooral de Engelse en de Franse rapporteur bijdroegen. Groot was dan ook de algemene ontzetting toen bij het inleveren van het manuscript juist deze twee, ondanks herhaalde verzekeringen dat ze zo goed als klaar waren, in gebreke bleven. Zouden Malta en Slowakije hebben ontbroken, dan zou met permissie het project geen vertraging hebben opgelopen, maar Engeland en Frankrijk... Terzijde: het probleem kon worden opgelost door de Belgische rapporteur te vragen om ook Frankrijk voor zijn rekening te nemen en de Ierse en Schotse rapporteurs het nabije Engelse recht.

De Wijze Les die hieruit kan worden getrokken is dat helaas niet iedere auteur die iets toezegt op zijn woord kan worden geloofd (vraag maar aan de eindredacteur van dit blad). Zo vaak gaat het mis, dat men er welhaast een statistische beschouwing aan kan wijden. Met deze kennis gewapend zal men de medemens in de toekomst allicht met iets minder vertrouwen tegemoet treden. Er valt wel iets aan te doen. Bijvoorbeeld erop staan dat tussentijds deelrapportages worden ingeleverd. En een noodscenario gereed hebben voor het geval dat een medeauteur uitvalt. Omgekeerd kan men als auteur zelf voorzorgsmaatregelen treffen. Iets van Perlmann hebben we immers allemaal wel in ons.

Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi juni 2010

Categorieën: Columns, Weblogs
Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *