Island in the sun: master Nederlands recht halen op een paradijselijk eiland
Medici kennen het verschijnsel. Om hun kennis bij te spijkeren moeten ze een cursus over de state of the art van hun vakgebied volgen. Een beetje slimme cursusaanbieder organiseert zoiets in de sneeuw. Zodat de cursist ’s ochtends naschoolt en de middag vrij heeft voor skiën en ander vertier. Ook juristen kennen dit fenomeen. Behalve de sneeuw zijn voor hen ook de Antillen een aantrekkelijk reisdoel. Maar niet alleen voor afgestudeerden: ook bachelor- en masterstudenten kunnen gebruik maken van de geografische verscheidenheid van ons Koninkrijk. De Nederlandse Antillen zijn zelfs twee universiteiten rijk: op Curaçao en op Aruba. Beide beschikken over een juridische faculteit. Die van Curaçao bezocht ik deze zomer – het is daar altijd zomer – voor een proefvisitatie. De juristen willen namelijk een volledige accreditatie, zodat hun bachelors zonder probleem aan elke Nederlandse juridische faculteit een master kunnen volgen. Maar omgekeerd geldt hetzelfde. Nederlandse bachelors kunnen straks hun master op Curaçao volgen. Dat kan nu zelfs al.
Wat is – afgezien van een klimatologisch motief – het aantrekkelijke van een dergelijke move? Enerzijds biedt de Universiteit van de Nederlandse Antillen onderwijs dat naadloos aansluit bij Nederlands recht. Antilliaans recht is niet 100% gelijk aan Nederlands recht, maar het scheelt niet veel. De verschillen zijn in elk geval beduidend kleiner dan wanneer men voor Cambridge, Parijs of Uppsala kiest. Anderzijds is de setting uiteraard een andere. De invloed van het Amerikaanse recht is groot. De Caribische cultuur oefent er invloed uit.
En hoe is het onderwijs? Dat is, zo wijst de proefvisitatie uit, opmerkelijk goed. Opmerkelijk omdat de UNA met vorig jaar veertig eerstejaars juristen maar een heel kleine faculteit heeft en dus weinig wetenschappelijk personeel. Van die beperking heeft de UNA evenwel een sterktepunt weten te maken. Om in het tekort aan gespecialiseerde docenten te voorzien, worden regelmatig topdocenten uit Nederland ingevlogen. Die verzorgen dan drie weken een blokcursus en vliegen vervolgens weer terug naar het Rijk in Europa. Toen ik Curaçao bezocht, gaf de Nijmeegse hoogleraar Carla Klaassen er een drieweekse cursus. Velen gingen haar voor: Fabian Amtenbrink (EUR), Paul Bovend’Eert (RU), Frank Bovenkerk (UU), Gregor van der Burght (VU), Ineke de Hondt (UU), Dirk de Jong (RUG), Bas Kortmann (RU), Jan Lokin (RUG), Cees Maris (UvA), Jan Reijntjes (OU), Lodewijk Rogier (EUR), Marion van San (UU) en Fred Soons (UU), om maar enkelen te noemen. Zo biedt een jaar op de Antillen de onverwachte gelegenheid om met het beste onderwijs dat ons Koninkrijk heeft te bieden op te stomen naar de mastertitel. Die als het even meezit volgend jaar ook nog eens volledig geaccrediteerd zal zijn.
Deze column is eerder verschenen in Ars Aequi oktober 2010




